Minder focus op de jochies, meer op de zware jongens

De politievariant van de nieuwe ‘participatiemaatschappij’: afgelopen zomer deed de politie in Friesland een oproep aan de eigenaren van plezierjachten om foto’s en filmpjes te maken van overlastgevende jeugd in de Kuikhornstervaart. Sinds jaar en dag is dit een door kinderen geliefde plek om bij mooi weer in en rond het water te vertoeven. Maar op dezelfde zomerdagen vormt het ook een populaire vaarroute tussen de Friese meren en het Lauwersmeer. Volgens de politie ervaren veel watersporters het gespartel in het water in de buurt van hun kostbare boten als hinderlijk. Via de inzet van de botenliefhebbers hoopt zij de jonge waterliefhebbers te kunnen aanpakken. Ongetwijfeld hebben sommige jonge zwemmers wel eens pogingen ondernomen om zich vast te klampen aan een boot of trapje. Maar er is niets beschadigd of gestolen, er is niemand bedreigd en er zijn geen slachtoffers. Moet dergelijk Dik Trom-gedrag nu echt zo worden aangepakt en gecriminaliseerd? Gaat dat niet te ver?

Een duidelijk voorbeeld van doorslaan is het recente voorstel van de nieuwe wethouder Jeugdzaken in Rotterdam, Joost Eerdmans. Hij wil Halt-sancties laten uitvoeren in de eigen buurt. Ik sluit niet op voorhand uit dat zo’n aanpak zou kunnen worden overwogen bij sommige veelplegers, maar het mist iedere grond bij Halt-sancties. Die hebben immers betrekking op first offenders, jongeren die nog niet eerder en slechts voor een zeer licht vergrijp met de politie in aanraking zijn gekomen. Ik begrijp best dat dit het enige instrument is waarmee de Rotterdamse wethouder de bewindslieden op Justitie rechts denkt te kunnen passeren, omdat Halt een gemeentelijke instelling is. Gemeentebestuurders kunnen (gelukkig) noch het OM noch de rechter aansturen. Maar ondanks het gebruik van stoere retoriek leent Halt zich niet voor een (harde) aanpak van zware criminelen, simpelweg omdat het bij Halt-zaken nooit om echte criminaliteit, laat staan om zware jongens gaat. Misschien zou de kersverse wethouder zich toch eens moeten verdiepen in de ontstaansgeschiedenis en de grondslag van Halt, dat notabene zijn wortels heeft in de Maasstad.

De bulk van de jeugdcriminaliteit betreft nog steeds kattenkwaad en experimenteergedrag, niet van specifieke, afwijkende kinderen, maar van doorsnee-pubers, inclusief kleine Eerdmannetjes en Weijersjes. Toch heeft er sinds de herziening van het jeugdstrafrecht in 1995 een aanzienlijke verharding in de reactie op jeugdig wangedrag plaatsgevonden. De criminalisering van kattenkwaad maakt ons land echter niet veiliger, wel minder aangenaam.

Als we de veiligheid willen bevorderen moeten we niet de kleine jochies maar de zware jongens aanpakken. Op dit vlak kunnen we best wat frisse, onconventionele ideeen gebruiken. Maar laten we daar dan ook serieus naar kijken. Ten eerste als het gaat om de opsporing. In Overvallen in Nederland uit 2010 werd gepleit voor de instelling van een netwerk van gespecialiseerde, permanente rechercheteams, meer inzet van de criminele inlichtingendiensten en van voldoende gekwalificeerde jeugdpolitie. Fijnaut en zijn onderzoeksteam lieten zien dat de aanpak van de zware criminaliteit in ons land veel meer energie, middelen en focus nodig heeft dan gebruikelijk, alleen al om doorgroeien van kleine, routineuze boeven naar zware, geweldadige criminelen te voorkomen.

Ten tweede wat betreft de sancties. In ons boek, Stoppen of volharden. Portretten van jonge veelplegers, hebben we laten zien hoe het proces van stoppen met criminaliteit onder jonge draaideurcriminelen verloopt. We hebben daarin vier fasen onderscheiden en we hebben een voorstel gelanceerd om degenen in de eerste fase, die gewoon willen doorgaan, toch te laten ophouden met hun criminele levenswijze. Zij gaan doorgaans koel calculerend te werk, maar spenderen hun illegale inkomsten net zo makkelijk. Ze vertonen hun ‘straatwaarde’ graag, rijden opzichtig op de nieuwste scooters of in een dure wagen, vaak zonder rijbewijs en zonder verzekering.

Wij stellen een nieuwe aanpak voor van deze kleine groep welbewuste volharders. Een maatregel van financiële curatele: zodra een jonge veelpleger schuldig is bevonden aan een vijfde vermogensdelict, moet de rechter hem langdurig onder financieel toezicht kunnen stellen. Alles waarvan hij niet kan aantonen dat het legaal is verkregen dient dan te worden afgepakt. De praktijk heeft grote behoefte aan zo’n middel om deze groep zo spoedig mogelijk duidelijk te maken dat criminaliteit uiteindelijk niet loont. Taakstraffen zijn voor de volharders een lachertje, boetes zetten alleen aan om door te gaan en ‘zitten’ ervaren ze als beroepsrisico. Ze calculeren, maar ze doen het voor de bling bling. Daarom is het zaak ze op dit meest gevoelige punt te treffen.

Ido Weijers is hoogleraar Jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht.  Dit is een verkorte versie van de lezing die hij op 2 december op uitnodiging van wethouder Eerdmans hield op het congres ‘Pietje Bell of Tony Montana’ in Rotterdam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *