Laat het ongebreideld kwetsen aan cartoonisten, columnisten en cabaretiers over.

Een dag lang kwamen ze gisteren voorbij: de verdedigers van het vrije woord. Nadat een groot deel van de redactie van Charlie Hebdo was vermoord lieten de cartoonisten van zich horen. De welbespraakte Ruben Oppenheimer gaf zijn heldere mening in iedere beschikbare actualiteitenrubriek en talkshow van middaguur tot middernacht. De rechtstaat is ook in het hart geraakt en hij heeft het grootste gelijk van de wereld als hij zegt dat de cartoonist die uit angst ook maar het kleinste beetje inbindt volledig capituleert. Maar al die gewone mensen die aan die drukbezette praattafels zaten, hadden die ook gelijk met hun luid vertolkte opvatting dat het recht op kwetsen het hart van de democratie vormt?

Even wat feiten op een rij. In Nederland is het verbod op godslastering met een besluit van de Eerste Kamer op 2 december 2013 afgeschaft. Na jarenlang getouwtrek was de gewraakte dode letter in de wet – sinds 1966 was er niemand meer voor blasfemie veroordeeld – geschrapt. Tot dan toe hadden de christelijke partijen de afschaffing weten te blokkeren, maar de afschaffing is meer dan terecht want wat geeft iemand het recht om zich meer in zijn of haar religieuze gevoelens meer gekwetst te voelen dan een ander in gevoelens van andere makelij. Het woord ‘heilig’ is al heel lang geen exclusief religieuze term meer. De Eerste Kamer heeft overigens op diezelfde dag ook een motie aangenomen  die de regering opdracht geeft om te onderzoeken of de wet zodanig kan worden aangepast dat gelovigen afdoende worden beschermd tegen belediging van hun geloof, zonder dat dit de vrijheid van meningsuiting onnodig beperkt. Van mij hoeft de regering aan die motie geen enkele uitvoering te geven al was het maar omdat de bedoeling ervan nu juist tegen de kern van de afschaffing van het verbod op godslastering indruist.

Het recht op kwetsen is dus in ons land al ruim dan een jaar onbeperkt, maar dat betekent natuurlijk niet dat elke burger er dag in dag uit onbeperkt gebruik van moet maken. Voor gewone burgers geldt nu juist dat zij vooral de kunst moeten verstaan om wel met de gevoelens van hun medeburgers rekening te houden. Dat is het wat het samenleven bij uitstek aangenaam maakt. En ouders en leerkrachten doen er goed aan om de kinderen die levenskunst van jongs af bij te brengen. Kinderen worden egocentrisch geboren en gaan niet vanzelf rekening houden met anderen. Daar moeten ze echt bij worden geholpen. Een multiculturele samenleving kan niet zonder interesse in cultuurgebonden gevoeligheden. Dat besef heb ik aan al die praattafels gisteren node gemist.

Dus kwetsen moet in een democratie en niemand die het doet mag er op welke manier dan ook voor veroordeeld worden. Maar in een volwassen rechtstaat laten we het ongebreideld kwetsen aan cartoonisten, columnisten en cabaretiers over. Sinds Plato weten we al dat de moderne samenleving niet zonder enige vorm van specialisatie kan functioneren.

 

3 gedachten over “Laat het ongebreideld kwetsen aan cartoonisten, columnisten en cabaretiers over.

  1. Mooie stellingname. Ook Peter Buwalda laat zich in De Volkskrant van 9 januari in soortgelijke bewoordingen uit over het huidige klimaat waarin iedereen schijnt te vinden dat je moslims ongelimiteerd mag beledigen.

    https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=3&cad=rja&uact=8&ved=0CCsQFjAC&url=http%3A%2F%2Fwww.volkskrant.nl%2Fdossier-peter-buwalda%2Fgewoon-een-beetje-rustig-aan-met-de-profeet~a3825710%2F&ei=SvWwVLaRNcvaapmHgoAK&usg=AFQjCNFtS8dWGXlApdrKdPGAY8zwZVTstg&bvm=bv.83339334,d.d2s

  2. Het gaat om het uitgangspunt, het principe. Doel van een blad als Charlie is niet het beledigen van groepen om wie ze zijn. Dat zou een heel rare en verkeerde doelstelling zijn. Het gaat om het aan de kaak stellen van hypocrisie, machtsmisbruik, blindheid door ideologie. Juist door grappen te maken, krijg je vaak een verhelderend beeld van de waarheid. De grappen richten zich dan ook steevast op en tegen fundamentalisten. Waarom zou je die niet mogen aanpakken? De redenering die hier gevolgd wordt is het resultaat van angsthazerij en het door elkaar heen halen van zaken die niets met elkaar te maken hebben. Normen en waarden die noodzakelijk zijn voor wederzijds begrip en omgang zijn iets anders dan satire. Maar ook satire en humor zijn verbonden aan normen en waarden van onszelf en anderen: het is goed dat ze af en toe eens flink op de pijnbank liggen om de werkelijkheid beter te kunnen doorgronden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *