Ouderbijdrage jeugdhulp slecht idee

Een van de implicaties van de decentralisering van de jeugdzorg is dat van de gemeenten wordt verwacht dat zij een bijdrage van de ouders claimen als hun kind verblijft in een jeugdzorginstelling. In de Jeugdwet is vastgelegd dat de gemeenten de ouderbijdrage opleggen, terwijl het Centraal Administratiekantoor (CAK) de hoogte vaststelt en de bijdrage int.

De ouderbijdrage is steeds simpelweg verdedigd met de stelling dat de ouders in deze gevallen minder kosten voor hun kinderen hebben. Dat lijkt oppervlakkig gezien wellicht niet onredelijk, maar bij nadere beschouwing klopt het niet. Bovendien is een dergelijke ouderbijdrage oneerlijk, kost hij meer dan hij oplevert en is er grote kans dat dit juist voor de meest kwetsbare kinderen negatieve gevolgen heeft.

Voordat ik verder op deze kritiekpunten inga herinner ik nog even aan de waarschuwingen die in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Jeugdwet bij herhaling door mij en vele anderen naar voren zijn gebracht: wij vroegen om uitstel omdat gemeenten, zorginstellingen en CAK er nog helemaal niet klaar voor waren. Volgens de rekenkamers van de vier grote gemeenten ontbrak het aan een goede infrastructuur voor het beoogde, nieuwe jeugdbeleid. Financieel deskundigen voorspelden een administratieve chaos, vooral omdat er nog helemaal geen zicht was op tijdige invoering van een goed en betrouwbaar geautomatiseerd systeem. Bovendien werd gewezen op de enorme rommel en risico’s die op het gebied van de privacy zouden ontstaan. Inmiddels wordt door sommige gemeenten klip en klaar gesteld dat de infrastructuur niet op orde is en dat zelfs een relatief bescheiden ogende maatregel als de administratie van de eigen ouderbijdrage niet efficient kan worden gerealiseerd. Het daarvoor benodigde systeem zal pas op z’n vroegst over een jaar beschikbaar zijn!

Zo heeft het college van Haarlem op 3 februari besloten de ouderbijdrage niet te claimen, toen duidelijk werd dat de kosten voor het innen van de ouderbijdrage hoger zouden uitpakken dan de baten. Dit leidt volgens het college niet alleen tot een grote administratieve last voor de gemeente en de jeugdhulpaanbieders. Ook de veilige uitwisseling van privacygevoelige informatie valt voorlopig niet betrouwbaar te organiseren. Van Rijn geeft steeds de verzekering dat de ouderbijdrage ‘op maat’ zal gebeuren, maar hij gaat eraan voorbij dat dat juist een enorme administratieve rompslomp met zich meebrengt met groot risico op fouten, misbruik en ongelijke behandeling.

Nog fundamenteler is de kritiek vanuit de gemeente Den Haag. De verantwoordelijke wethouder zegt er niet van overtuigd te zijn dat een verblijf in de opvang overdag zoveel kosten bespaart voor ouders, dat zij om een bijdrage gevraagd kunnen worden. Bovendien gaat het vaak om gezinnen die het (zeer) krap hebben. Tegen die achtergrond vreest Den Haag dat de eigen bijdrage ook nog eens een drempel opwerpt voor ouders om voor hun kind hulp te zoeken. Ook Amsterdam en Rotterdam hebben intussen aangekondigd het innen van de ouderbijdrage op te schorten tot de resultaten bekend zijn van het onderzoek naar de effecten ervan dat staatssecretaris Van Rijn op verzoek van de Tweede Kamer laat verrichten.

Wat bij dit onderwerp weer opvalt is de ADHD van de politiek die gepaard gaat met een schrijnend gebrek aan analyse en onderbouwing. Het is toch merkwaardig dat, ondanks alle bezweringen dat de veiligheid van het kind voorop staat, niet eerder is uitgezocht of de ouderbijdrage niet het bekende risico van zorgmijden verhoogt, juist in de meest zorgwekkende situaties. Het is toch vreemd dat steeds is gezegd dat ouders geld uitsparen als hun kind in de jeugdhulp verblijft, maar dat het kabinet dat niet allang heeft laten uitzoeken. In het veld is immers algemeen bekend dat ouders in dit geval juist meestal veel extra kosten moeten maken. Kwaliteitswinst en efficiencykortingen, dat waren de doelstellingen voor deze operatie. Dan is het toch bizar, dat de gemeenten worden opgezadeld met een maatregel die in elk geval op de korte termijn meer kost dan opbrengt.

Tenslotte het meest fundamentele bezwaar. Het kabinet stelt het voor alsof ouders de vrije keuze hebben om hun kind al dan niet te laten verblijven in een jeugdhulpinstelling. De werkelijkheid is dat deze kinderen over het algemeen niet meer thuis kúnnen verblijven, omdat ze daar misbruikt zijn, omdat ze zwakbegaafd zijn en daardoor gemakkelijk beinvloedbaar, omdat ze slachtoffer zijn van een loverboy of omdat ze zich voorlopig niet kunnen redden zonder intensieve begeleiding. De eigen bijdrage impliceert een kromme en gevaarlijke visie op jeugdhulp. Daarmee wordt namelijk een onacceptabel verschil gemaakt tussen lichamelijk en psychisch ziek. Voor opname van kinderen met lichamelijke klachten hoeven ouders niets te betalen. In een beschaafd en hoogontwikkeld land hoort dat vanzelfsprekend ook te gelden voor kinderen met psychische klachten.

Eind vorig jaar werd stilgestaan bij 25 jaar Kinderrechtenverdrag. In artikel 24 lid 1 van dat verdrag wordt gesteld dat geen drempels mogen worden opgeworpen voor de toegang van kinderen tot voorzieningen voor gezondheidszorg. Artikel 23 lid 1 en 4 spreekt uitdrukkelijk van geestelijke én lichamelijke handicaps en van medische én psychologische behandeling. Hetzelfde artikel, lid 3, beveelt aan dat deze hulp gratis wordt verleend. Op geen enkele wijze valt te verdedigen om ouders van kinderen met psychische klachten in financieel opzicht anders te behandelen dan ouders van kinderen met lichamelijke klachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *