Hoe verwerpelijk is hogerop willen?

Wat heeft ze ervan langs gekregen toen ze in het Volkskrant-interview op 6 juni had gezegd dat het haar zo stoorde dat iedereen altijd maar ‘hogerop’ wil. Het voltallige columnistenvolk viel over de minister van onderwijs heen en ze moest zich over haar uitspraak ook in de Tweede Kamer verantwoorden. Bussemakers bedoelingen waren glashelder. Ze wilde gewoon wat iedereen van links tot rechts in dit land sinds het begin van de jaren zestig wil, de juiste man of vrouw op de juiste plek. Ze vroeg zich in dat kader af waarom iedere vwo-er toch zo nodig naar de universiteit moet en het hbo niet genoeg is. Maar die vraag klinkt toch ongepast uit de mond van een PvdA-er van wie men verwacht dat ze de emancipatiegedachte tot in lengte van jaren met verve zal blijven uitdragen.

Dat die vwo-ers vooral naar de universiteit willen en niet naar het hbo, terwijl ze helemaal geen wetenschappelijke baan ambiëren maar een maatschappelijk beroep willen gaan uitoefenen waarvoor juist het hbo de gepaste opleiding huisvest, komt doordat werkgevers die dat soort banen te vergeven hebben toch liever universitair afgestudeerden aannemen. Zeer begrijpelijk dus dat die vwo-ers hogerop willen. Valt ouders die zich inspannen om hun kinderen in de fase daaraan voorafgaand plaatsing op de best mogelijke middelbare school te bewerkstelligen wel iets te verwijten?

De gemeente Amsterdam heeft dit jaar een nieuw lotingssysteem ingevoerd om er voor te zorgen dat minder achtstegroepers worden uitgeloot voor hun favoriete middelbare school.  Niet terecht kunnen op de school van je eerste voorkeur geldt als een drama van de eerste orde. Een rondgang door Nederland leert dat het hier vooral om een Amsterdams probleem gaat. Er werd met trots gemeld dat er dit jaar een Nobelprijswinnend algoritme was ingezet dat het hoogst mogelijke percentage leerlingen van de school van hun keuze zou voorzien. Maar de rekenaars hadden niet ingecalculeerd dat ouders strategisch zouden kiezen en dat daardoor juist minder dan meer adspirant middelbare scholieren een plaats op de school van hun voorkeur toegewezen zouden krijgen.

Op woensdag 23 juni diende het kort geding waarin de ouders van de gedupeerde kinderen verhaal proberen te halen. Het gaat die ouders niet om het loten als zodanig. Het gaat hen erom dat onderling ruilen 500 kinderen alsnog een plek op hun favoriete school zou kunnen bezorgen, maar dat ruilen verboden is. Dat ruilen is verboden omdat de OSVO, de scholenkoepel die de matching organiseert,  wil voorkomen dat er een handeltje ontstaat, waardoor de kinderen van de rijke ouders toch weer het beste af zouden zijn. Hier is sprake van de merkwaardige paradox: hoe harder de overheid er aan werkt om rechtvaardigheid te bewerkstelligen, hoe minder  ze daar in slaagt.

Hoe hoog de emoties kunnen oplopen was te zien in het verslag dat de Amsterdamse stadszender AT5 deed van de hoorzitting die de gemeente eerder over de problematiek hield. Een insprekende vader barst in snikken uit. Zijn elfjarige zoon naast hem weet niet hoe hij kijken moet. De vader is er van overtuigd dat het leven van zijn zoon ervan afhangt. Het grote probleem van het Amsterdamse matchingssysteem is dat het ouders en kinderen de indruk geeft dat ze, doordat ze veel voorkeursscholen mogen opgeven, ze de plaatsing voor een belangrijk deel toch in eigen hand hebben. De overtuiging dat Amsterdam maar vier goede scholen voor voortgezet onderwijs heeft krijg je de hoofden van een bepaalde groep ouders niet uit. Hoeveel zouden er terug verlangen naar de tijd dat  je gewoon nog op een eerlijke manier werd uitgeloot?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *