Wat moeten we nu, nu we weten dat het volk iets anders met ons onderwijs wil dan het platform 2032?

Het Nationale Schoolonderzoek van het Algemeen Dagblad, waaraan 85.000 mensen deelnamen,  leverde uitkomsten op die haaks staan op het voorlopige voorstel van het door staatssecretaris Dekker geïnstalleerde Platform Onderwijs2032. Slechts 1% van het Nederlands volk wil desgevraagd onderwijs in rekenen, taal, lezen en spelling uit het basisschoolpakket verwijderen. Dat is geruststellend. Maar Godsdienst en levensbeschouwing wordt door een kwart van de respondenten overbodig gevonden (24% PO en 27% VO). En Drama mag weg uit het basisonderwijs vindt 37%, Culturele en kunstzinnige vorming uit het VO (25%). Dat zijn juist inhouden die door het Platform hoog op de agenda worden geplaatst.  De vraagt dringt zich op hoe dat selecte gezelschap zal omgaan met de opvatting van 85.000 Nederlanders.

Voor het Platform vormt persoonlijke vorming het centrale uitgangspunt van het onderwijs. Daarin ziet het een belangrijke rol weggelegd voor vakken (drama, levensbeschouwing) die een deel van de AD-respondenten dus  liever kwijt dan rijk is. Wat zou het mooi geweest zijn als het Algemeen Dagblad en het Platform hun projecten beter op elkaar hadden afgestemd. Dan had het AD het voorlopige voorstel van het Platform gewoon aan het Nederlandse volk kunnen voorleggen. Nu is wel duidelijk dat er eenheid van gedachte is over het belang van taal, rekenen en wiskunde. Ook het idee dat Engels en digitale vaardigheden een plek in de basis moeten krijgen wordt breed ondersteund. Maar over Burgerschap, waaraan het Platform een prominentere rol wil geven, vinden we in het AD-onderzoek niets terug. Een vak ‘Omgangsvormen’ waar de AD-respondenten voor pleiten (PO 69%, VO 43%), is daar voor een deel zelfs mee in tegenspraak.

Maar wil het Platform zijn voorstel eigenlijk wel aan het volk voorleggen? Niet op die manier. Het legt het voorlopige voorstel deze maand voor aan leraren, leerlingen, schoolleiders, ouders, bestuurders, werkgevers en culturele en maatschappelijke organisaties. Het nodigt wel iedereen uit om op het voorstel te reageren en mee te denken over de vragen die het nog heeft. De Platformleden zijn al in gesprek met scholen over de praktische haalbaarheid van het voorstel. Daarna wordt het advies verder uitgewerkt om aan het eind van het jaar aan de staatssecretaris te worden aangeboden. De uiteindelijke bedoeling is natuurlijk dat het kabinet het voorstel om ons onderwijs toekomstbestendig te maken aan het parlement voorlegt.

We mogen er trots op zijn dat inhoud en kwaliteit van het onderwijs in ons land een zaak is van voortdurende publieke discussie is. Dat er in het voorstel van het Platform ook allerlei onnozele ideeën zitten – zoals het eeuwige idee dat in onze door ict-gedomineerde tijd feitenkennis onbelangrijk geworden zou zijn en schrijven met de hand zo hopeloos ouderwets dat we het maar niet meer moeten aanleren – nemen we nog maar even voor lief. Het valt te hopen dat de gedegen kritiek die echte deskundigen inmiddels op onderdelen geleverd hebben als nog doordringt.

Ernstiger is misschien dat de deelnemers aan het debat in hun enthousiasme het zicht zijn kwijtgeraakt op wie er in Nederland nu eigenlijk over het onderwijs gaat. Zo zegt het Platform bijvoorbeeld het belangrijk te vinden dat scholen en leraren de flexibiliteit krijgen om keuzes te maken die passen bij hun profiel en hun visie. ‘De flexibiliteit krijgen’, wat kan daar nu mee bedoeld zijn? Voor zover het de vrijheid van de leraren betreft ben ik zeer benieuwd hoe het Platform die gaat veiligstellen. Want voor zover het de vrijheid van scholen betreft, hebben de scholen die voor een groot deel al en heeft juist de overheid (en dus het platform in haar advies) daar niets over te zeggen.

 

 

Een gedachte over “Wat moeten we nu, nu we weten dat het volk iets anders met ons onderwijs wil dan het platform 2032?

  1. Onderwijs 2032 blijft een belachelijk uitgangspunt (solliciteren voor de arbeidsmarkt in 2032??). Ook de bijeenkomst met de maatschappelijke organisaties op 13 nov. jl. was een teleurstellende bijeenkomst. Een wassen neus, zogezegd. Het Platform gaat niet over kwalitatieve basisvoorwaarden, niet over de inhoud, enz., alleen over een visie op het curriculum. Tja, dan wordt het een middag met algemeenheden, een analyse van de reacties (de gebruikelijke spelers, ca. 45 onderwerpen voor het curriculum), wat hoofdlijnen, weinig samenhang enz. Natuurlijk, regeren is vooruitzien en een raadpleging prima, maar dan moet het ook gaan over het hoe, over kwaliteitscriteria, over het scheppen van randvoorwaarden, zoals opleidingen, her- en bijscholing, gezonde inhoud en omgeving enz. enz.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *