Nog grote inhaalslag nodig wat betreft de privacybescherming

Van meet af aan ging de transitie van de jeugdhulp naar de gemeenten gepaard met een opvallende contradictie. Aan de ene kant was er de retoriek van het ‘in kracht zetten’ van het gezin, aan de andere kant was er een opvallende nonchalance als het ging om wet- en regelgeving betreffende bescherming van de privacy van kinderen en ouders. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) had al vroeg gewezen op elementaire tekortkomingen op het punt van privacybescherming in de jeugdhulp. Er waren onvoldoende privacy-waarborgen ingebouwd en de verwerking van persoonsgegevens was niet goed geregeld. Komend jaar zullen er nog steeds reparaties moeten worden verricht middels veegwetten en tijdelijke ministeriële regelingen. Om dit proces in goede banen te leiden blijft permanente alertheid en druk nodig van de kant van het CBP, maar bijvoorbeeld ook van de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVPP) en van GGZ Nederland.

Inmiddels zijn er richtlijnen opgesteld conform de Wet bescherming persoonsgegevens. Daarin is ondermeer vastgelegd dat gemeenten niet meer gegevens dan strikt noodzakelijk mogen opvragen; dat toestemming om persoonsgegevens te mogen inzien altijd vrij moet zijn; en dat transparant moet zijn waarom welke gegevens over wie worden verwerkt. De VNG heeft een informatieplatform opgericht en een privacy scan voor gemeenten ontwikkeld. Er is dus wel degelijk vooruitgang geboekt.

Maar de startsituatie was op dit gebied gewoon slecht. Begin dit jaar voldeed nog geen vijf procent van de gemeenten aan de normen! Zo’n enorme achterstand wordt zonder massieve, verplichte scholing onder centrale verantwoordelijkheid niet zomaar ingelopen. Met name bij de kleinere gemeenten loopt de privacy van kind en ouders gevaar en is de kans op stigmatisering niet irrëel. Daar is om te beginnen zelden of nooit een medisch adviseur, terwijl dit in feite de enige is die inzage mag hebben in het behandelplan. Receptionisten die dossiers inzien en even iets proberen te regelen, een wethouder die de betreffende ouder op straat aanspreekt en informeert ‘of het al wat beter gaat’, gemeente-ambtenaren die dossiers of aantekeningen over een gezin opslaan op de cloud op internet of via een google-account versturen, gemeenten die dossiers opvragen en bij kritische vragen zeggen dat er anders geen hulp kan worden geboden, het gebeurt allemaal en waarschijnlijk dagelijks. De onlangs verschenen derde kwartaal rapportage van de Monitor Transitie Jeugd laat zien dat het recht op privacy regelmatig wordt geschonden.

Een schrijnend voorbeeld wordt beschreven in het nieuwe nummer van het tijdschrift van de oudervereniging, Balans. Een moeder zoekt hulp voor haar zoon, er is nog geen diagnose gesteld. Er komt iemand langs voor een ‘keukentafelgesprek’, waarbij onduidelijk is wat haar professionele achtergrond is. Ze blijkt echter wel inzage te hebben gekregen in het medisch dossier, wijst op voorhand een pgb af en eist alle rapporten van de psychiater bij wie de moeder met haar zoon had aangeklopt voor een diagnose. Haar zoon is door de kinderpsychiater gediagnosticeerd met Asperger. Aangezien de moeder na het ‘keukentafelgesprek’ niets meer hoort van de betreffende gemeenteambtenaar, probeert zij daar telefonisch contact mee te krijgen, maar ze krijgt die persoon nooit te pakken. Wel moet ze telkens haar hele verhaal uit de doeken doen. En zo komt zij er via deze gesprekken achter dat iedereen via de pc in het dossier van haar zoon kan kijken. Als ze eindelijk, zonder verder overleg een behandelplan krijgt thuis gestuurd, blijkt dat zij het plan voor een heel ander gezin toegestuurd heeft gekregen, met daarin niet alleen het dossier van een ander kind maar ook dat van de moeder, namen, bsn-nummers, werkgevers, emaildressen etc. De gemeente heeft geen idee bij wie het behandelplan voor haar zoon, met daarin alle vergelijkbare gegevens, is terechtgekomen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *