Gevaar voor commercialisering geen excuus voor uitstel wijziging artikel 23

‘De vrijheid van onderwijs viert volgend jaar haar honderdjarig jubileum, maar de uitwerking van artikel 23 in de Grondwet is al lang niet meer van deze tijd. Dat moet anders, kondigde staatssecretaris Dekker in juli 2015 al aan. De afgelopen maanden is in overleg met een groot aantal partijen hard gewerkt aan een modernere uitwerking. Inmiddels ligt er een conceptwetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’.’ Aldus de enthousiaste aankondiging op de site van het Ministerie van OCW. Vanaf 13 januari tot 29 februari kunnen belanghebbenden en betrokkenen reageren op het voorstel door deel te nemen aan een internetconsultatie. In de media was er al weer veel aandacht voor de plannen van Dekker. Zal het deze keer dan toch gaan gebeuren? Wordt de wet in haar jubileumjaar echt ingrijpend gewijzigd?

Dekker wil het stichten van scholen op grond van een goed onderwijsidee mogelijk maken. Hoe gek het moge klinken, dat kan op dit moment niet zomaar. Scholen die niet gebaseerd zijn op katholieke, protestant-christelijke, islamitische, antroposofische een andere levensbeschouwing krijgen maar moeilijk een voet aan de grond. Ook de zogeheten traditionele vernieuwingsscholen, zoals Montessori, Jenaplan en Dalton, moeten vaak onder de paraplu van een religieuze zuil fungeren. Dekker stelt nu voor dat mensen die een school willen beginnen daartoe de gelegenheid krijgen als ze kunnen aantonen dat er voldoende belangstelling voor is en dat de kwaliteit op orde is. Dat laatste was voor het oprichten van de scholen van de oude en de nieuwe religieuze zuilen niet eens een vereiste.

Bedenk wel dat artikel 23 in 1917 juist deze vorm kreeg zodat juist deze scholen op religieuze basis konden worden opgericht om daarbij de zelfde bekostiging te verwerven als de openbare scholen waarvan er in een gemeente altijd minstens één moet zijn. Altijd als ik er in het buitenland over spreek, kan men zijn oren niet geloven. In Nederland geldt dit ‘archaïsche principe’ (typering Dekker), als een verworven recht dat men niet wenst op te geven. Wim Kuiper, voorzitter van de Besturenraad, vereniging van 540 christelijke schoolbesturen met 2200 scholen, zei in een commentaar op de plannen te verwachten dat Dekker het niet zal halen. De resterende zittingstermijn van het kabinet is al aan de krappe kant en het is duidelijk dat de tegenkrachten alweer worden gemobiliseerd. Het zal niet de eerste keer zijn dat christelijke leden van niet-christelijke partijen zich op het laatste moment effectief onder druk laten zetten.

Het gaat er niet om dat er geen scholen mogen bestaan die zich religieus geïnspireerd weten. Het gaat erom dat ook die scholen onderworpen worden aan een kwaliteitstoets waarin wordt nagegaan hoe dat in het onderwijs tot uitdrukking komt. Net zoals er een scheiding tussen kerk en staat bestaat, bestaat er in Nederland een scheiding tussen kerk en school. Schoolbesturen zijn onafhankelijk en staan nadrukkelijk niet onder kerkelijk gezag. Afgelopen december was er in het Onderwijsmuseum een symposium en boekpresentatie onder de titel ‘De P-factor van het onderwijs’ over historische en pedagogische perspectieven op de identiteit van de protestants-christelijke school en de leraar. Daar hoorde je toch nog stemmen opgaan die pleitten voor hechtere banden tussen kerk en school. En oud-onderwijsminister Deetman gaf te kennen geen enkele moeite te hebben met feit dat christelijke scholen wel voor een erg groot deel bevolkt worden door kinderen van niet-christelijke huize. ‘De ouders kiezen er toch voor!’

Nieuw is het bezwaar dat de voorgenomen wetswijziging de deur open zou zetten voor commerciële initiatieven, waarbij het in de eerste plaats om de winst gaat en niet om het kwalitatief goede onderwijsidee. De trend om het onderwijsveld als markt te definiëren en scholen als bedrijven heeft al genoeg geldverslindende debacles opgeleverd zou je zeggen. Staatssecretaris Dekker heeft in zijn korte bewind het marktdenken in het onderwijs alleen maar versterkt. Het is nu al heel goed mogelijk om met onderwijs winst te maken – al mag het niet – door bijvoorbeeld bepaalde leerlingen niet te accepteren, zoals het bijzondere scholen in tegenstelling tot openbare scholen tot op zekere hoogte vrij staat. Maar de grootste winst is straks te behalen door marktpartijen die ook leermiddelen fabriceren bijvoorbeeld. Zulke constructies moeten effectief bestreden kunnen worden want van hun bestaan zijn we al veel langer op de hoogte. In 1978 werd het zogenoemde Nollen-syndicaat ontmaskerd. Zakenman Adrianus Nollen was oprichter en directeur van een katholieke stichting die met gemeenschapsgeld verstandelijk gehandicapten opving. Hij verdiende miljoenen met bedrijven die aan zijn tehuizen diensten leverden. Nollen genoot de bescherming van een netwerk van bevriende politici. Dat zal niet meer gebeuren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *