VVE nu toch echt alleen voor doelgroepkinderen

vve hoezo dan

Na het vernietigende rapport van Ruben Fukkink c.s. van eind 2015 over de miljarden over de balk aan programma’s voor-en vroegschoolse educatie was het een tijd lang angstig stil gebleven in het pro-vve-kamp. Vijftien jaar gedocumenteerde desinvestering goedpraten gaat natuurlijk niet zomaar. Wat gesputter op de site van het ministerie van OCW, de mammoettanker waarvan de koers zich nu eenmaal niet door het eerste de beste brandalarm laat wijzigen, kondigde de tegenzet al aan. Vorige maand waren de voorstanders echt terug. De positieve resultaten van het Pre-COOL-onderzoek bleken overigens opnieuw een gevolg van investering in de kwaliteit van de pedagogisch medewerkers en niet van de kwaliteit van de programma’s. Waar hadden we eerder gehoord dat het daar om gaat? En nu is er dan de brief van staatssecretaris Sander Dekker aan de Tweede Kamer.

Het bijzondere van Dekkers kamerbrief van 6 juni – waarin ook de uitkomsten van een tweetal andere onderzoeken zijn meegenomen – is dat hij zich expliciet richt op de voorschoolse educatie voor de zogeheten doelgroepkinderen. Dat betekent een sterke koerswijziging. Nooit eerder werd zo helder afgeweken van het plan van staatssecretaris Sharon Dijksma uit 2008 om in het kader van de wet OK alle Nederlandse kinderen door de vve-molen te halen. Daar werd destijds slechts om financiële redenen van afgezien. Er zijn nogal wat gemeenten die ook kinderen zonder risico op (taal)achterstanden benaderen om deel te nemen aan de vve. Dekker roept die gemeenten nu onomwonden op om daarmee te stoppen en de achterstandsmiddelen te gebruiken waar ze voor bedoeld zijn.

Maar heeft Dekker met zijn plannen voor de voorschoolse educatie nu een been om op te staan? Ik ben van oordeel dat empirische basis veel te smal is. De onderzoekers zelf durven ook niet verder te gaan dan de voorzichtige conclusie dat deelname aan een voorziening met een vve-programma kan compenseren voor onvoldoende stimulatie in de thuisomgeving, mits de uitvoering van het programma, en daarmee de kwaliteit van de voorziening op orde is. Hoe is het toch mogelijk dat er na al die jaren van verschil in inzicht over hoe er met het jonge kind moet worden omgegaan nog nooit behoorlijk vergelijkend onderzoek naar het effect van verschillende aanpakken is gedaan? Ministerie en Tweede Kamer zijn al een eeuwigheid behept met een tunnelvisie die hen rechtstreeks bij rigide vve-programma’s doet uitkomen. In zijn voorstel tot aanpassing van het ‘Besluit basisvoorwaarden ve’ zitten veel elementen die nu juist de basis vormen van andere aanpakken: het verhogen van het taalniveau van de pm’ers bijvoorbeeld. Zo wil Dekker ook laten verkennen of meer hbo’ers in de ve ingezet kunnen worden.

In een interview van Juliette Vasterman in NRC- Handelsblad van 7 juni zegt Pre-COOL-onderzoeker Paul Leseman het nog eens heel helder. Het gaat er om dat ze het vve-programma niet mechanisch uitvoeren, maar dat ze het overdragen van taal tot in hun vezels voelen. ‘Dat ze bijvoorbeeld tijdens etenstijd niet opeens het programma uit hun handen laten vallen, maar een gesprek blijven voeren met de kinderen. Dus als er druiven op het menu staan, kan de leidster vertellen welke kleur het fruit heeft en waar de druiven groeien.’ Het lijkt wel alsof we een methodiekdocente van de oude opleidingsschool voor kleuterleidster (KLOS) aan het woord horen. Die zorgde er inderdaad wel voor dat de toekomstige kleuterleidster nooit een kopje zou oppakken zonder te zeggen dat het een kopje was … . Intussen worden de doelgroepkinderen blijvend geconfronteerd met vve-programma´s waarvan de superioriteit op geen enkele manier is aangetoond.

4 gedachten over “VVE nu toch echt alleen voor doelgroepkinderen

  1. De Pmer moet taal in elke vezel van zijn lijf voelen moet niet ieder mens dit dat zou ons in de benadering en het contact met anderstaligen/asylanten een hoop schelen. Terug naar de Pmer het verbaast mij elke keer weer hoe zorgeloos met het allerjongste kind omgegaan wordt Er is bijvoorbeeld geen enkele degelijke opleiding voor een waardevolle babyleidster in tegendeel alle begeleiding en deskundigheid is wegbezuinigd. De babyPmer is bijv in de kinderopvang met de ouders samen de eerste taalaanbieder Ga eens in een echte babygroep kijken meestal is het daar heel stil en rustig Dat is goed voor het stressniveau maar niet voor het taalniveau . Als je meerdere jaren in zo een groep werkt houdt je gewoon helaas van nature op met praten Zou hier nu meer bewustwording/opleiding/coaching tegenoverstaan heb je al veel gewonnen. De verborgen talenten van de Pmers kunnen meer gebruikt en gewaarderd worden idem voor ukken en peuters. Ik kan mij helemaal vinden in de houding van het oude kleuteronderwijs benoemen wat je ziet en zo taal en nog veel meer aanbieden aan kinderen. Een goede regering/werkgever moet in de Kinderopvang of de Vvegroepen in de Pmer investeren daar ligt de winst.

  2. Uit onderzoek blijkt dat vve-programma wel degelijk de educatieve kwaliteit verhoogt. En de helft van achterstand woordenschat wordt ingehaald. Dat is veel. Locaties met vve hebben hogere kwaliteit. Dat hoeft inderdaad niet perse met een programma. En de kwaliteit kan nog hoger. Dat in ‘de vezels’ is ook precies wat ontwikkelaars vve willen. Daarvoor is veel training en coaching nodig. Blijkt ook uit rapport dat goede uitvoering van vve-programma essentieel is. Soms wordt training (deels) gevolgd en dan kreeg je eerder lesjes.
    Voor vve kwam gros van achterstandskinderen in groep 1 zonder dat ze voorschoolse voorziening hadden bezocht. Nu is dat zeldzaam. Paul Leseman gaf ook aan gebeurd zou kunnen zijn zonder voorschoolse educatie. De achterstand zou flink stijgen ipv met de helft afnemen.

  3. We hebben in Nederland een structureel probleem: te laag opgeleide pedagogisch medewerkers (mbo3) die te kort (10 uren per week) met peuters werken. Kleuters worden in hun ontwikkeling gestimuleerd door een hbo’er gedurende zo’n 25 uur per week. Zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht hebben we dus nog veel meters te maken. Geen wonder dat dit niet oplevert wat je er van verwacht. Ook de heer Levering kan onderzoeksmiddelen bij een passende Call for proposals van het NRO aanvragen voor het onderzoek dat hij mist.

  4. Ik ben er van overtuigd dat het koppelen van taal aan het spel van het kind, waarbij je de belangstelling van het kind volgt, de basis is van een goede taalontwikkeling. De woorden die passen bij de interesses van het kind beklijven het snelst. Door spel breidt de wereld van het kind uit, dus ook de taal.
    Ik ben nog zo’n oude kleuterjuf, en ben nu programmaleider van de postHBO opleiding Spelagogiek, waarbij een attitude wordt ontwikkeld die in de vezels gaat zitten.
    Pedagogisch medewerkers en kleuterjuffen/meesters zijn welkom!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *