Wie wordt vrolijk van antidepressiecampagne?

Deze week is een antidepressiecampagne van start gegaan. Minister Edith Schippers van VWS gaf op 26 september het startschot voor de campagne die enkele jaren moet duren. Het eerste jaar richt de campagne zich op jongeren van 13 tot 18 jaar en op vrouwen tot 35 jaar. Onderdeel van de campagne zijn twee filmpjes die beogen duidelijk te maken hoe depressieve mensen hun leven ervaren. Die worden tot eind dit jaar vertoond op tv, in de bioscoop en via sociale media. Een ander onderdeel van de campagne is de mogelijkheid zelf een depressietest te doen.

De campagne gaat vergezeld van de slogan ‘Psychische ziekten zijn van ons allemaal, we moeten ze het gewicht geven dat ze verdienen.’ Opvallend vage woorden, die net als de filmpjes en de zelftest afkomstig lijken uit de reclamewereld. Dat roept de vraag op wie achter deze campagne zitten. Het blijkt te gaan om een onbekende ‘Mental Health Foundation’. Die naam is duidelijk ontleend aan buitenlandse respectabele instellingen, maar wie of wat daar in dit geval achter schuil gaan wordt niet duidelijk – geen namen, geen bestuur, geen directie. Op de site van de Foundation wordt onder ‘home’ niets van enige importantie vermeld; onder ‘wat we doen’ staat niets.

Maar wel dat ‘de MHF dé partner bij uitstek wil worden als het gaat om het vergroten van kennis over psychische aandoeningen, het gesprek daarover en snelle en adequate behandeling. Tevens wil de stichting dé partner worden als het gaat om het agenderen van aandacht voor psychische ziekten en werven van middelen en belanghebbende partners ten einde depressie effectief te kunnen bestrijden.’ En men vindt er een oproep om vooral gul te doneren.

Het geheel roept al gauw associaties op met snelle jongens. In elk geval geen mensen met relevante kennis en ervaring met preventie op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg. Klinisch psycholoog Lex Vendrig schreef hierover een interessant commentaar in de Volkskrant van 28 september. Hij wijst erop dat bij psychische stoornissen slechts bij een relatief kleine groep de stoornis in ernstige mate voor komt en dat deze groep qua omvang door de jaren heen vrij constant is. Een veel grotere en snel groeiende groep heeft de stoornis in een (zeer) lichte variant. Vendrig wijst erop dat het buitengewoon twijfelachtig is of het etiket ‘ziekte’ of ‘aandoening’ voor deze groep wel de lading dekt. Het is deze grote groep waarbij sociale en culturele processen gemakkelijk grip krijgen op de stoornis.

We hebben een dergelijk populariseringsproces de afgelopen jaren gezien bij autisme en adhd. Het valt te verwachten dat een antidepressiecampagne de al bestaande stijging van het aantal lichte ‘depressieklachten’ vanwege sombere gevoelens een extra boost zal geven. En het is ook niet moeilijk te voorspellen dat het aantal Nederlanders dat aan de antidepressiva zit de komende jaren mede als gevolg van deze campagne nog verder zal stijgen. Het meest merkwaardige van deze campagne is dan ook dat die financieel ruimhartig wordt ondersteund door het ministerie dat uitdrukkelijk het terugdringen van de medicalisering op het terrein van de (jeugd)ggz als een van de beleidsspeerpunten zegt te beschouwen.

Een gedachte over “Wie wordt vrolijk van antidepressiecampagne?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *