Fatsoenrakkers gaan niet fatsoenlijk met de feiten om

Delen:

Ik was benieuwd of de zeer relativerende CBS-cijfers de politici, die hun kaarten op fatsoen en normaal doen hebben gezet, zouden overtuigen. Volgens hen zou er sprake zijn van verloedering van onze normen en waarden, maar het aantal Nederlanders van 15 jaar en ouder, dat aangeeft wel eens respectloos behandeld te zijn door onbekenden, is de afgelopen jaren juist afgenomen. Had in 2008 nog 25 procent te maken van respectloos Ervaren-respectloze-behandeling-17-03-07gedrag op straat, in 2016 is dat gedaald naar 21 procent. Respectloze behandeling door personeel van winkels of bedrijven is het sterkst afgenomen, van 23 procent in 2008 naar 14 procent in 2016. Maar respectloos gedrag van overheidspersoneel en van onbekenden in het openbaar vervoer loopt ook terug. Respectloos gedrag is overigens meer een stadse dan een plattelandsaangelegenheid en jongeren hebben er meer last van dan ouderen. Respectloze behandeling in de privésfeer is gelijk gebleven, maar komt niet boven de 7 procent uit.

Er is ooit uitgebreid nagegaan of dat inzetten op fatsoen en normaal doen wel zin heeft. Toen de vorige minister president Balkenende, begin deze eeuw, een debat over normen en waarden debat wilde starten, heeft hij de WRR (Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid) om advies gevraagd. De WRR heeft in 2003 eerst een zestiental voorstudies laten uitvoeren over waarden en normen op allerlei deelterreinen. (Aan mij vroeg de Raad om in dat verband de voorstudie over de betekenis van waarden en normen in de opvoeding voor mijn rekening te nemen). Het samenvattend Raadsadvies van Paul de Beer en Cees Schuyt, dat in 2004 uitkwam, droeg de veelzeggende titel Waarden, normen en de last van het gedrag. Op de keper beschouwd blijken we het in onze multiculturele samenleving over waarden en normen namelijk aardig eens te zijn, maar desondanks kunnen we ons mateloos aan elkaars gedrag ergeren. Met andere woorden, waarden en normen zijn veel minder bepalend voor wat mensen doen en laten dan mensen in het algemeen, en Jan Peter Balkenende in het bijzonder, denken. Balkenende moest zijn plan om de problemen in de multiculturele samenleving door middel van een waarden- en normendiscussie te beslechten vervolgens laten varen. Officieel heeft hij heeft er nooit afstand van genomen, maar het project is wel doodgebloed.

Voor zover het de opvoeding betrof, refereerde het project van Balkenende aan een negentiende eeuws model van waarden- en normenoverdracht. Het idee dat je door middel van opvoeding waarden en normen in een kind zou kunnen planten, zodat het zich in de toekomst op die manier zouden gaan gedragen, was dus onjuist. Dat dat in de jaren vijftig nog wel leek te lukken had inderdaad te maken met het feit dat er destijds op het niveau van gedragsregels nog sprake was van een grote consensus en dat die regels ook gehandhaafd werden. Naar die tijd kan en wil niemand meer terug. In de opvoeding leggen we kinderen niet zomaar regels op, maar zijn we bereid regels voortdurend uit te leggen en te verantwoorden. En dat kan ook want regels hebben een functie in het omzien naar anderen. Als we elkaar ontmoeten geven we elkaar een hand, en dat doen we om elkaar persoonlijke aandacht te geven. Om de plannen van de Balkenende hing een sterke jaren vijftig-geur. In onze tijd geldt dat regels er niet zijn om opvoeders greep op de kinderen te geven (zoals in die jaren vijftig), maar om de kinderen greep op de wereld te geven.

De cijfers waarin mensen kenbaar maken of ze al dan niet respectvol behandeld zijn maken deel uit van de jaarlijkse Veiligheidsmonitor die het CBS op verzoek van met Ministerie van Justitie jaarlijks opmaakt. In het voorwoord van de Veiligheidsmonitor 2016 is de volgende conclusie te lezen: ‘Op lange termijn laten de veiligheidsbeleving, het slachtofferschap van criminaliteit, en het oordeel over de politie een positieve ontwikkeling zien.’ Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat als je als persoonlijk slachtoffer van een delict dat landelijk in aantal afneemt, geen slachtoffer zou zijn. Maar de op incidenten gebaseerde berichtgeving in de media levert de indruk dat het nog altijd als maar onveiliger wordt en vooral in verkiezingstijd gaan politici daarmee aan de haal. Aan de oproep van de huidige minister-president Mark Rutte om normaal te doen kleeft ook het bezwaar, dat hij daarbij wel expliciet naar jeugdige vloggers wijst die bejaarde supermarktklanten lastigvallen, maar niet naar de man van middelbare leeftijd die de Belastingendienst voor een halve ton oplicht. In de jaren vijftig waren jongens op straat altijd aan het vechten. Dat werd toen normaal gevonden, maar is al heel lang niet normaal meer. In het Carré-debat van 7 maart beweerde CDA-partijleider Sybrand Buma dat 90% van de Nederlanders het verval van normen en waarden het grootste probleem van dit moment vindt. NRC-Handelsblad kwalificeerde in een fact-check deze uitspraak als onjuist. Na het zien van de CBS-cijfers over respectloze bejegening stelde CDA-lijsttrekker Buma op 9 maart in het Algemeen Dagblad in een reactie dat er ‘nog veel werk aan de winkel’ is. ‘Hoe we met elkaar omgaan in Nederland is één van de belangrijkste kwesties van dit moment. Het is dus ontzettend belangrijk dat het CBS laat zien dat dit de goede kant op gaat.‘

 

Een gedachte over “Fatsoenrakkers gaan niet fatsoenlijk met de feiten om

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *