Erken belang van het kind in ons vreemdelingenrecht

‘Je zet kinderen niet gescheiden van hun ouders het land uit’ stelde Kinderombudsman Margrite Kalverboer afgelopen maandag in het Algemeen Dagblad. Dezelfde ochtend was  de moeder van Lily en Howick zonder beide kinderen overhaast op het vliegtuig naar Armenië gezet. ‘Bedenk in welke angst deze kinderen nu zonder hun moeder moeten leven en dat je hen een ervaring meegeeft die zij nooit maar dan ook nooit meer zullen vergeten. Zij ondergaan hierdoor een onherstelbare traumatische ervaring.’ Kalverboer weet waarover ze praat. Als onderzoeker heeft ze aangetoond dat de kans zeer groot is dat kinderen die in Nederland geworteld zijn ernstige ontwikkelingsschade oplopen als ze worden teruggestuurd naar het land waarvan ze de taal noch de cultuur kennen.

De uitzetting van de moeder volgt op een negen jaar lange asielprocedure. Omdat de kinderen meer dan vijf jaar in Nederland verblijven en geworteld zijn in de Nederlandse samenleving deden ze een beroep op het Kinderpardon. Afgelopen vrijdag oordeelde de rechtbank echter in een spoedprocedure dat het gezin rechtmatig het land kan worden uitgezet en dat is maandag dus meteen gebeurd. Maar waarom die haast? Waarom biedt staatssecretaris Dijkhof geen gelegenheid om naar een fatsoenlijke oplossing te zoeken? Terecht merkt Kalverboer op dat deze vrouw geen oorlogsmisdadiger is of anderszins een gevaar voor ons land vormt. Welk hoog landsbelang wordt gediend met het zo snel mogelijk het land uitzetten van deze moeder? Is het ook niet bijzonder pijnlijk en zelfs weinig gepast dat hier met grote haast een beslissing wordt genomen en doorgezet, terwijl dit onderwerp – het kinderpardon – bij de formatie op de onderhandelingstafel ligt? En laten we niet vergeten dat hiermee opnieuw voorbij wordt gegaan aan de wens van de lokale bestuurders en in feite van de overgrote meerderheid van de burgemeesters.

Het kinderpardon, eind 2012 als belangrijke overwinning opgevoerd door Diederik Samsom, heeft nooit gewerkt. Vrijwel meteen na invoering bleken de criteria veel te streng en te willekeurig en bleek de toepassing veel te veel afhankelijk van de flexibiliteit van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Slechts een minderheid van de asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven en die de afgelopen jaren hebben geprobeerd van de regeling gebruik te maken heeft een verblijfsvergunning gekregen.

Ook nu weer wordt als enig tegenargument door de verantwoordelijke bewindspersoon gewezen op de veronderstelde ‘aanzuigende werking’. Vooralsnog is dit een zuiver ideologisch argument, aangezien er bewijs ontbreekt. Maar belangrijker is natuurlijk dat het vooral een politiek argument betreft, om de rechterzijde van het politieke spectrum de wind uit de zeilen te nemen. Inhoudelijk is het een allerminst overtuigend bezwaar. Beleid kan nooit alleen gerechtvaardigd worden door de mogelijke gewenste of ongewenste gevolgen. In een rechtsstaat dient het altijd te gaan om een balans tussen (oog voor) gevolgen en (oog voor) principes. Die principes kunnen voor een belangrijk deel worden geschaard onder de noemer ‘rechtsbescherming’, zoals onder meer vastgelegd in mensenrechtenverdragen waaraan ons land zich heeft gebonden.

Zo heeft ons land zich onder meer gecommitteerd aan het belangrijkste beginsel van het Kinderrechtenverdrag, dat eist dat het belang van het kind een eerste overweging vormt bij alle besluiten die dit belang kunnen raken. Nederland is in 2015 al op de vingers getikt vanwege het feit dat dit fundamentele kinderrechtenbeginsel nog niet in ons vreemdelingenrecht is geïmplementeerd. Het is niet alleen de hoogste tijd om dit beginsel in ons vreemdelingenrecht te erkennen. Het zou ook van beschaving getuigen als de staatssecretaris in dit concrete geval de uitzetting van de moeder terugdraait en het zoeken naar een oplossing faciliteert waarbij werkelijk rekening wordt gehouden met het belang van de kinderen.

Een gedachte over “Erken belang van het kind in ons vreemdelingenrecht

  1. Dit past niet bij Nederland. Niet de economie, maar de mens hoort voorop en metname het kind de mens van onze toekomst. Wij hebben niets aan een politiek die als maar verhardt en vergeet naar het menselijk aspect van de economische maatregelen te kijken. Dat werkt niet! Dat ervaren we allen dagelijks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *