‘Geef dat kind een slok jenever.’ LOLLIG!!!

Voor een pedagoog is het een groot probleem dat iedereen verstand van opvoeden heeft. Iedereen heeft op school gezeten en als het even kan heeft men ook nog een nichtje met ADHD en dan weet je al gauw hoe het allemaal in elkaar zit. Het kost dus flink wat moeite om als opvoeddeskundige serieus genomen te worden. Meewarig aangekeken worden is nog de mildst denkbare bejegening, vaak wordt het wantrouwen openlijk uitgesproken. Dorine Hermans en Els Rozenbroek sluiten in het eerste hoofdstuk van hun boek Geef dat kind een slok jenever aan in een lange rij en schrijven: ‘Ons doel is ouders over te brengen dat je opvoeddeskundigen met een korreltje zout moet nemen (behalve ons dan, maar wij zijn geen deskundigen) … ’ Lollig!!!

‘70 jaar geleden sliepen ouders vredig & ongestoord’ luidt de eerste ondertitel van hun boek. De auteurs, respectievelijk historica en bladenmaker, dragen het op aan hun moeders, want bij hun gaan ze uitgebreid te rade als het om de kritiek op de huidige in hun ogen door opvoeddeskundigen bedorven al te softe kindgerichte opvoeding gaat. De oriëntatie op de voorbeeldige opvoedvaardigheden van hun moeders is ambivalent. Ze presenteren hun moeders weliswaar als rebellen, die zich van de deskundigen van hun tijd niets aantrokken, maar zeggen er onmiddellijk eerlijk bij dat het hun in de jaren vijftig daarbij niet om een principekwestie ging. Allerminst, zou ik willen zeggen, want wat de manier waarop zij hun huishouden en kinderen vrolijk lieten verslonzen was allesbehalve geboren in een doordachte en gefundeerde pedagogische aanpak, maar veel eerder in een wel heel verdrietig gebrek aan voorbereiding op een leven als ouder en opvoeder. ´Wat onze moeders gemeen hadden was dat ze waren opgegroeid met personeel, waardoor ze het huishouden nooit geleerd hadden. (….) Na de oorlog werd personeel zo schaars en duur dat alleen de allerrijksten zich nog huishoudelijk personeel konden permitteren. Onze moeders moesten het zelf gaan doen’ (p.20). De aanpak van de moeders van de auteurs wordt gepresenteerd als recalcitrant, maar in werkelijkheid legden ze door een extreme vorm van onkunde onder andere een gevaarlijk gebrek aan hygiëne aan de dag. Het was gewoon heel vies in huize Hermans en huize Rozenbroek. Kort samengevat, ze bakten er gewoon niets van, figuurlijk niet en letterlijk ook niet.

In het boek worden volgens de tweede ondertitel ‘Opvoedvragen beantwoord met de kennis van toen en nu.’ Over de kennis van toen heb ik me uitermate verbaasd. Als ik de docent van historica Dorine Hermans zou zijn geweest zou ik rond het uitkomen van dit boek, dat met veel publiciteit de wereld in is gebracht, het liefst buitenslands zijn geweest. De historische ontwikkeling die wordt geschetst, van de stevige no nonsense aanpak in de jaren vijftig naar het hyperouderschap in onze dagen, wordt volledig opgehangen aan het operationeel worden van de anticonceptiepil. Nu heeft het feit dat kinderen ouders niet meer overkomen, maar het gevolg zijn van een meer dan bewuste keuze, de opvoedingsverhoudingen vanzelfsprekend ingrijpend veranderd, maar er is heel veel meer dat er aan heeft bijgedragen dat de opvoeding vandaag een volkomen ander aanzien heeft gekregen dan in de jaren vijftig. Naast die pil zijn het vooral de veranderende economische omstandigheden die de omgang tussen ouders en kinderen hebben gewijzigd. Niet de groeiende welvaart –  al is die ook van belang – maar vooral het feit dat kinderen de beschikking kregen over een eigen, zelf te besteden, budget, zorgde ervoor dat zij zich door hun ouders de les niet meer lieten lezen. De autoritaire opvoeding van de jaren vijftig was daarmee domweg onhoudbaar geworden. En het feit dat ieder kind tegenwoordig een project is dat niet mislukken mag, kan niet worden toegeschreven aan het kleiner worden van de gezinnen (dat is wél een rechtstreeks gevolg van de pil), maar moet vooral op het conto geschreven worden van de invoering van de marktwerking en privatisering op bijna alle levensterreinen vanaf de jaren tachtig. In de jaren zeventig was het kindertal per gezin namelijk al tot twee gereduceerd, maar mocht je gewoon nog opgroeien naar je eigen mogelijkheden. De auteurs ontpoppen zich in hun boek als krachtige advocaten voor het belang van de vrouw. Wat dat betreft passen ze – geboren in 1959 en 1957 – prima in hun tijd. Ik bedoel te zeggen dat ze die visie niet hebben hoeven bevechten, maar door de tijd waarin ze opgroeiden in de schoot geworpen hebben gekregen.

Het boek is een neerslag van de rubriek ‘Vraag het aan de vrolijke opvoedtantes Els en Do.’ in het maandelijks magazine Kek Mama. Els Rozenbroek en Dorine Hermans noemen zichzelf dus tante Els en tante Do! Lollig!!! De vragen en antwoorden zijn in drie rubrieken ingedeeld, die in even zoveel hoofdstukken aan de orde komen: ‘Baby’s, peuters en kleuters’, ‘Schoolkinderen’, ‘Ouders, grootouders, de juf & de rest van de wereld’. Maar goed beschouwd vinden we er helemaal geen ‘Opvoedvragen beantwoord met de kennis van toen en nu.’ Er is namelijk geen sprake van kennis. De auteurs kiezen zonder nadere argumentatie naar believen uit de ruif van de beschikbare aanpakken van toen en nu wat hun zoal uitkomt, niet zelden gedreven door onverbloemde normatieve motieven. Eén voorbeeld: ‘Ik kan toch niet naar Brazilië als mijn kind voor het eerst naar groep drie gaat?’ (p.121). Er is natuurlijk van alles voor te zeggen om inderdaad bij je kind in de buurt te blijven als het die bijzondere stap in zijn leven maakt, maar de tantes gaan te rade bij wat hun ouders deden en die trokken zich nu eenmaal ook geen reet van dat soort gevoeligheden aan. Dus … . Zelf ervoeren Hermans en Rozenbroek de ouderlijke afwezigheid vroeger als natuurverschijnsel en ontleenden ze een gevoel van geborgenheid aan de wetenschap dat hun ouders het goed hadden samen. Volgens de tantes is er voor kinderen niets zo veilig als de wetenschap dat hun ouders van elkaar houden, waar ze ook uithangen, zullen we maar zeggen. Het uitgangspunt om als vrouw toch vooral voor jezelf kiezen, wordt ook in de behandeling van een ander probleem zichtbaar: ‘Kan ik mijn vriend al voorstellen aan mijn kinderen?’ (p.114). De vragenstelster, twee jaar geleden gescheiden, kent haar eerste nieuwe date nog maar kort. De tantes zeggen altijd naar mildheid te streven, maar nu op eens heel streng te worden. Hun advies is: pas na een jaar met de kinderen laten kennismaken. Dat betekent dat de zoon en dochter van zes en negen een jaar lang buiten de relatie tussen hun moeder en hun eventuele nieuwe vader worden gehouden. Het motief van de tantes geldt de stabiliteit van de nieuwe relatie die volgens hen zo’n eerste jaar nog volstrekt onzeker is. Daar gaat het in het hele boek om, het belang van het kind moet niet langer vooropgesteld te worden, zoals die vermaledijde opvoeddeskundigen bepleiten, maar het belang van moeder de vrouw. En dat zou dan meteen weer het belang van het kind dienen.

Op Vrijdag 13 oktober j.l. waren de auteurs op bezoek bij het middagtelevisieprogramma Tijd voor Max. Zulke programma’s worden door de redacties met de gasten altijd tot in de puntjes voorbereid en de talkshowhost werkt de van te voren overeengekomen vragen steevast nauwgezet volgens het voor hem liggende draaiboek af. Maar ondanks dat blijken Hermans en Rozenbroek niet goed in staat om de achtergrond en de grote lijnen van hun boek helder over tafel te krijgen. Er worden twee problemen uit het boek besproken. De beantwoording van de vraag over het temperamentvolle kind dat maar blijft gillen, waarvoor de tantes in het boek als remedie voorstellen om er maar naast te gaan liggen en hetzelfde te doen, proberen ze op een onhandige manier naar elkaar door te schuiven. Het probleem van de moeder die gek op haar dochters is, maar niet op hun eeuwige geruzie, is volgens de tantes een mooi voorbeeld van de moeder in de rol van lakei. De andere gasten aan tafel weten niet goed wat ze met het advies om het de kinderen lekker zelf uit te laten zoeken aanmoeten. Maar dan is er gelukkig een apendeskundige met een paar lollige apenfilmjes, waar als Hermans en Rozenbroek, als ze ook maar enige kennis van zaken hadden gehad, best iets verstandigs over te berde hadden kunnen brengen, maar ze doen er terecht het zwijgen toe. De genante vertoning is te bekijken op deze pagina  (Vanaf 9’18’’).

Hyperparenting door de huidige generatie ouders is een serieus probleem en wordt dan ook al weer jaren van van serieuze kritiek voorzien (zie bijv.: Levering, B. & S, Ramaekers (2011). Hyperouders, verwende kinderen. Pedagogiek in Praktijk, 17, nr. 60, 6-13). Hermans en Rozenbroek lopen de echte opvoeddeskundigen op een ongelooflijk onnozele manier voor de voeten. Hun probleemanalyse is niet meer dan gebabbel en hun historische achtergrondanalyse roept meer vragen op dan zij beantwoordt. Het gesprek in Tijd voor Max opent met de opmerking dat het toch niet de bedoeling is dat de oproep in de titel ‘Geef dat kind en slok jenever’ serieus nemen. Duidelijk wordt dat de titel lollig bedoeld is, vanwege het hilarische contrast tussen het gemak waarmee men toen naar het middel greep om kinderen zoet te houden en de krampachtigheid die er vandaag de dag rond het thema kinderen en alcohol heerst. De beide tantes lichten door de historische verwarring hun lezers met grote regelmaat compleet verkeerd voor. Op p.27 beweren ze: ‘Schoolkinderen weten alles van seks en vanaf hun puberteit staan ze bloot aan groepsdruk om die theorie in praktijk te brengen.’ Feit is dat Nederlandse kinderen steeds braver worden, steeds later aan seks beginnen, en er veel minder van weten dan hun ouders in het algemeen aannemen. De voorlichting van Els en Do verhoogt de kans op ongelukken. Op de cover van het boek prijken de aanbevelingen van Saskia Noort en Linda de Mol: ‘(…) was dit boek er maar geweest toen mijn kinderen klein waren.’

Dorine Hermans & Els Rozenbroek (2017). Geef dat kind een slok jenever. 70 jaar geleden sliepen ouders vredig en ongestoord. Opvoedvragen beantwoord met de kennis van toen en nu. Houten: Het Spectrum 160 pagina’s ISBN 9789000357321, €15,–

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *