Half mens, half machine?

De zorgen over  de manier waarop de technologische ontwikkelingen het leven van de moderne mens bepalen nemen alleen maar toe. Die gaan wel even verder dan de strijd die we dagelijks met onze kinderen aangaan om die smartphone nu toch eens heel even weg te leggen. Met de onweerstaanbare fascinatie van het beeldscherm waren we al veel langer vertrouwd. We wisten maar al te goed dat, als je een echt gesprek wilde voeren, de televisie uit moest. Hoe krijgen we ze uit de greep?

Half mens, half machine zijn we eigenlijk al lang. Met onze door smartphones verlengde armen was onze toegang tot de wereld extreem verruimd. De wereld van de wetenschapper is de afgelopen decennia compleet veranderd. Met een druk op de knop is de verste uithoek van de allesomvattende bibliotheek voor hem bereikbaar en spreekt hij met collega´s waar ook ter wereld. In het gewone leven is dat voortdurende elders zijn ook een probleem.

Het ligt voor de hand om te denken de techniek alleen maar een middel is om door de mens gekozen doelen te bereiken. Maar het probleem is juist dat dat de techniek zelf doelen genereert. Omdat alles dankzij de techniek sneller en zonder ophouden kan, gáát het ook sneller en zonder enige adempauze. Wie mocht denken dat de techniek de moderne slaaf van de mens is realiseert zich niet hoezeer de mens juist slaaf van de techniek geworden is. Smartphoneverslaving is daarvan maar één van de vele uitingsvormen. De huidige greep van de techniek gaat beduidend verder.

Google, Facebook,  Booking- en Bol.com, kennen onze voorkeuren beter dan we die zelf kennen. Ze laten je alleen maar toe tot hun domein als ze cookies mogen zetten die al je gangen registreren. Maxim Februari betwijfelt inmiddels het nut van democratische verkiezingen en de moeite van de gang naar de stembus. Je zoekmachine weet allang wat jij gaat stemmen. In de jaren zestig waarschuwde Herbert Marcuse ervoor dat we door reclame valse behoeften krijgen aangepraat. We kopen producten waarvan we gisteren nog zeker wisten dat we ze nooit nodig zouden hebben. De moderne zoekmachines gaan echt een stap verder. Ze beheren en manipuleren onze verlangens.

In Het digitale proletariaat (2015) geeft de filosoof Hanz Schitzler een haarscherpe analyse van de gevaren die ons via het internetgebruik bedreigen. Mensen verzetten zich absoluut niet tegen de greep waarmee Google en Facebook hen gevangen houdt, ze vinden het heerlijk. Bij het gescheld getier op Twitter gaat het niet om een ontspoord gebruik van een op zichzelf onschuldig medium, ook hier is het het medium dat het gedrag genereert. In 1984 van George Orwell leden mensen eronder dat ze geen boeken meer mochten lezen. In de tijden van Google en Facebook zijn mensen niet meer in boeken geïnteresseerd. Het proces van vervreemding is al veel langer aan de gang. Wat Robert Musil in De man zonder eigenschappen (1952 postuum) beschreef is nu realiteit: ‘Voor de moderne ziel is niets zo onmogelijk als het vinden van de verbinding met zielen die net om de hoek wonen.’

Schnitzler daagde ruim honderd studenten uit tot een experiment. Hij vroeg ze een week lang zonder hun smartphone te leven. Het effect was ongekend. Hij schreef erover in Kleine filosofie van de digitale onthouding (2017). De een raakte in vervoering door een wandeling in het park, een ander kreeg te horen dat hij prettiger in de omgang is zonder smartphone. Nog een ander besloot geen geshopte foto’s meer aan te maken. Tijdens de detox gaat het concentratievermogen omhoog en slaapt men beter. Het tijdens de treinreis naar buiten kijken in plaats van op je schermpje is niet minder dan een openbaring. De homo digitalis is van zijn lichaam vervreemd en wordt gekenmerkt door een extreem korte aandachtspanne. In de door Google en Facebook geplaveide wereld wordt iedere weerstand opgeheven. Zo belooft de directeur van Tinder een leven zonder afwijzingen. Maar er is wel de eis van voortdurende van beschikbaarheid. Het permanente bombardement van pushberichten laat niemand met rust. Schnitzler beoordeelt, gezien de reacties van de studenten op de detox, de huidige toestand als ernstiger dan hij verwachtte. Veel studenten vervielen na een week onthouding in de oude verslaving. Schnitzler vraagt zich hardop af op er nog wel echt een weg terug is. Iedereen ergert zich aan die treincoupés vol schermstarende mensen, maar niemand verandert zijn gedrag op eigen gezag.

De Amsterdamse hoogleraar Kind & Media Patti Valkenburg merkt in een interview naar aanleiding van haar laatste boek Plugged in. How media attract and affect youth op dat mensen voortdurend aan haar vragen wat de technologische ontwikkeling voor kinderen betekent. Haar antwoord is dan steevast: ‘De technologische ontwikkeling is voor ons allen een probleem, voor volwassenen net zo goed.’ Verder is ze stukken milder en optimistischer dan Hans Schnitzler. Het gegeven dat we narcistischer geworden zijn kan een onderzoeksartefact zijn. We zijn zeker opener geworden, maar dat heeft ook grote voordelen. Van belang is dat we in deze tijd echt veroordeeld zijn tot een open relatie met onze kinderen. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw leken we nog met mediëren toe te kunnen. Als je het kijkgedrag van je kinderen maar volgde, dan kon je het van commentaar voorzien. Niet de televisie maakt kinderen agressief, maar agressief ingestelde kinderen kijken graag naar agressieve televisie, die hen vervolgens agressief maakt. En als je je als ouder ergert over al dat gechat over werkelijk helemaal niks, moet je bedenken dat dat gebabbel al heel lang bij tieners hoort. Het verhaal van de vriendinnen die van huis naar school fietsten en elkaar maar thuis bleven brengen, omdat ze domweg niet uitgepraat raakten, wordt door heel veel pre-millennials herkent. Het verschil is dat dat gesprek ooit ophield en het gesprek via WhatsApp vaak tot diep in de nacht doorgaat. Als het om de privacy gaat is Valkenburg er zelfs van overtuigd dat de jongeren van vandaag beter af zijn. Het is niet zo dat ze op internet alles delen. Ze weten meestal beter dan de volwassenen hoe ze zich moeten beveiligen.

Valkenburg wordt zelfs enthousiast als ze over Siri, de digitale personal assistant van Apple, praat. Siri kan heel veel, je hoeft je vraag alleen maar duidelijk in de microfoon van je iPhone in te spreken. Ik vind dat we meer op onze hoede moeten zijn op die momenten dat de techniek zich zo gedienstig opstelt. Het persoonlijke gesprek, van aangezicht tot aangezicht, zal nooit helemaal verdwijnen, maar het kost steeds meer moeite om er voldoende tijd voor vrij te maken. Ik waardeer het optimisme van Valkenburg, maar ik hang aan de strenge kritiek van de voormannen van de Frankfurter Schule en alle navolgers die in Het digitale proletariaat van Schnitzler de revue passeren. Het is de kritiek die door de digitale dromers van vandaag als cultuurmarxisme wordt weggezet.

 

Het interview met Patti Valkenburg onder de titel ‘De technologische ontwikkeling verandert ons allemaal’ vind je in PiP 99. PiP 99 verschijnt op 3 november.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *