4-jarigen tonen amper spontaan inzicht in belang van doelmatig oefenen

Als je op 25 oktober 2017 in de Volkskrant de titel ‘Peuter speelt, 6-jarige oefent’ leest, heeft het er alle schijn van dat je een opzienbarende ontdekking uit de doeken zal worden gedaan. Het artikel begint zo: ‘Strik je veters, oefen met lezen en schrijven.’ Ouders moedigen hun kinderen vaak aan om bepaalde vaardigheden te trainen. Maar hoe komt dat over op kinderen van verschillende leeftijden? Op die vraag beginnen wetenschappers grip te krijgen, dankzij onderzoek van de Universiteit van Queensland.’

‘Waar gaat dit over?’ denk je dan. Dat kleuters (vanaf vier jaar spreken we niet van peuters, maar van kleuters) nog geen gerichte oefenopdrachten uitvoeren, en kinderen vanaf een jaar of zes dus wel, is weliswaar belangrijke, maar ook heel oude koek. Toch is dat precies wat de Australische onderzoekers nu in hun artikel in Child Development zeggen te hebben vastgesteld. Ze gingen bij 120 kinderen van 4 tot 7 jaar na wat er gebeurde als ze de kinderen uitleg gaven over drie bewegingsspellen en vervolgens aangaven op welk spel ze getest zouden worden, waarbij beloningen in de vorm van stickers in het vooruitzicht werden gesteld. Het kinderen aanzetten tot doelmatig oefenen, zonder overigens het woord ‘oefenen’ te gebruiken, bleek alleen bij de oudere kinderen succesvol.

Als de Volkskrant melding maakt van nieuwe, interessant geachte, onderzoeksresultaten wordt tegenwoordig standaard een expert aan een van de Nederlandse Universiteiten om commentaar gevraagd. Meestal wordt dan uitdrukkelijk vermeld dat de betrokken deskundige geen banden heeft met het onderzoek waar het over gaat. Het commentaar – het spijt me zeer – vind ik over het algemeen zeer teleurstellend. Eigenlijk altijd luidt het commentaar dat het om goed uitgevoerd onderzoek gaat – dat is in het geval van het Australische onderzoek zeker het geval – maar dat er desondanks meer onderzoek moet worden gedaan. Dat geldt ook voor het commentaar van Marijn van Dijk, universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zegt: ‘Het is een goed uitgevoerde en interessante studie met nieuwe resultaten, maar zegt nog niet waardoor kinderen van 6 en 7 wel doelmatig oefenen en kinderen van 4 en 5 nog niet. Tussen 4 en 7 jaar maken kinderen namelijk veel verschillende ontwikkelingen door.’

Van het feit dat kinderen tussen 4 en 7 veel verschillende ontwikkelingen doormaken is elke kleuterleidster en ouder met kinderen in die leeftijd niet alleen zeer doordrongen, ze zijn er iedere dag weer getuige van. Het verschil tussen kleuter en schoolkind wordt onder andere gekenmerkt door het gegeven dat ze op een volstrekt ander manier leren. Kleuters leren spelenderwijs en het heeft inderdaad weinig zin ze tot het leren van een activiteit aan te zetten, als ze daar zelf geen zin in hebben. Bij het schoolkind, vanaf 6 dus, ligt dat anders. Dat is de reden dat men sinds jaar en dag wereldwijd op die leeftijd de school laat beginnen. Dat kleuters nog niet doelmatig oefenen wisten we dus al heel erg lang en dat had Marijn van Dijk dan ook moeten zeggen. En omdat het onderzoek ons geen enkel inzicht geeft in het waarom, had Marijn van Dijk ook moeten zeggen dat het goed uitgevoerde onderzoek helaas niets nieuws oplevert.

De opmerking die Van Dijk maakt over de beperkte betekenis van groepsgemiddelden voor de kennis van de individuele ontwikkeling had best forser mogen worden aangezet. Haar oud-hoogleraar ontwikkelingspsychologie en experimentele klinische psychologie Paul van Geert in Groningen had altijd bewegende grafieken beschikbaar om te laten zien dat de gemiddelde ontwikkeling niets zegt over de individuele ontwikkeling, sterker daarvan meer dan eens juist een verkeerd beeld geeft. ´Wel is het relevant voor ouders en scholen om te weten dat 4-jarigen amper spontaan inzicht in het belang van doelmatig oefenen tonen daardoor hoogstwaarschijnlijk niet uit zichzelf gaan oefenen om ergens beter in te worden,´ zegt Van Dijk. Spontaan inzicht? Als de Australische onderzoekers iets lieten zien, was het dat 4-jarigen er zelfs met behulp van beloning niet toe konden worden aangezet. Als leerkrachten in de eerste twee groepen van de basisschool dat gegeven op hun opleiding niet aangereikt hebben gekregen, komen ze er hopelijk in de praktijk zo spoedig mogelijk achter dat ze daar op geen enkele manier omheen kunnen.

 


Over het jonge kind vindt op 7 november een landelijk congres plaats: kijk op deze pagina

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *