Antidepressiva

‘Demedicalisering’, dat gold als een van de dragende gedachten achter de transitie van de jeugd-ggz naar de gemeenten. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de overhaaste en ondoordachte overheveling van de jeugd-ggz naar de gemeenten heeft geleid tot een opeenstapeling van problemen voor zowel kinderen en ouders als professionals en instellingen. De demedicaliseringsideologie heeft eraan bijgedragen dat goedbedoelende wijkteams zorgen voor uitstel van deskundige diagnose en behandeling waardoor een groeiend aantal kinderen uiteindelijk naar crisisopvang wordt verwezen, wat nauwelijks soelaas biedt omdat daar inmiddels wachtlijsten zijn ontstaan. Bezinning op onnodige medicalisering is prima en goed afgewogen maatregelen met inzet van alle beschikbare kennis om overbodig en al te gemakkelijk gebruik van medicijnen te voorkomen zijn dat ook. Maar politiek en bestuurlijk gemotiveerde en van hogerhand opgelegde maatregelen zijn dit niet, en al helemaal niet als ze in feite leunen op mythes en onjuiste aannames.

Een goed voorbeeld betreft het gebruik van antidepressiva. Psychiater Roeland Vis en apotheker Christiaan Vinkers schreven hier onlangs een informatief boek over en samen met Kinderpsychiater Menno Oosterhoff publiceerden zij hierover een fraai artikel in de NRC van 22 januari. Zij werpen de vraag op waarom één miljoen Nederlanders antidepressiva gebruiken: ‘Komt dat door de invloed van een nietsontziende farmaceutische industrie, door psychiaters, die iedereen pillen willen voorschrijven of door huisartsen in tijdnood?’ Pillen tegen depressie wordt vaak gezien als een teken van zwakte. Maar wie op de hoogte is van de vernietigende kracht van een depressie, die zelf of in zijn directe omgeving heeft ervaren, Ver heen van hoogleraar psychiatrie Piet Kuiper, Lang niet gek van pedagoog Diane van Drie of andere ervaringsverhalen heeft gelezen weet dat dit lijden in veel gevallen niet op eigen kracht is te overwinnen, net zo min als je de meeste lichamelijke ziektes op eigen kracht te boven komt. Om het taboe op antidepressiva weg te nemen is volgens hen eerlijkheid over de voor- én nadelen geboden. ‘Onze patiënten en hun omgeving kunnen mythes missen als kiespijn.’

Er zijn meerdere redenen om kritisch te zijn. Het is een feit dat antidepressiva lang niet altijd goed werken, dat ermee stoppen in sommige gevallen heel veel moeite kost en dat ze soms veel te lang worden gebruikt. En het is ook een feit dat antidepressiva bij jongeren minder goed werken en soms zelfs gevaarlijk kunnen zijn. Daar staat echter tegenover dat antidepressiva ongeveer even goed werken als andere medicijnen en psychotherapie, dat ze in sommige gevallen levensreddend zijn en dat tienduizenden mensen er elk jaar probleemloos mee stoppen.

Maar één miljoen gebruikers is toch wel heel erg veel. Lijden die nu werkelijk allemaal aan een depressie of hebben ze alleen een tijdelijke dip? Volgens het Trimbos Instituut krijgt 1 op de 5 volwassenen ooit te maken met een depressie en krijgen jaarlijks zo’n 135.000 volwassenen voor het eerst een depressie. In zelfrapportages onder jongeren van 12 tot 18 geeft bijna 4% aan dat ze voor minstens zes maanden in het afgelopen jaar een depressie hebben gehad en onder jongvolwassenen is dat 9%. Belangrijk is ook dat zich bij zo’n 40% van de kinderen met depressieve ouders voor hun 18e ook een depressie ontwikkelt. Oosterhoff c.s. maken duidelijk dat dit enorme aantal van één miljoen te pas en te onpas wordt gebruikt en zelf deel vormt van de mythevorming. Dat miljoen staat namelijk voor het aantal mensen dat in een jaar minimaal één recept heeft opgehaald. Bij een kwart blijkt het te blijven bij dat ene recept. Minstens zo belangrijk is dat de helft van de antidepressiva helemaal niet wordt voorgeschreven bij depressies maar bij pijnklachten en angst- en slaapstoornissen. Uiteindelijk blijkt het te gaan om 150.000 mensen met depressies die langer dan een jaar antidepressiva gebruiken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *