In de luizenmoeder zijn alleen de kinderen normaal

Het overdonderend succes van de NPO1-televisieserie De Luizenmoeder heeft al een groot aantal pennen in beweging gebracht. Op zoek naar een verklaring komt men er voortdurend maar half uit. Ook vindt men er al weer snel een aanleiding in om met oordelen over het hele basisonderwijs aan de haal te gaan. Het zou misschien beter geweest zijn om Ise Warringa en Diederik Ebbinge, die (samen met Eva Aben) niet alleen het scenario voor hun rekening namen, maar ook de belangrijke rollen van juf van groep 3 Ank en directeur Anton vertolken, eerst het hele verhaal te laten vertellen. Maar zo gaat het tegenwoordig niet. Iedereen zit er onmiddellijk bovenop. Het Parool haalde al flink naar het leger deskundologen uit.

Afgelopen zaterdag kwam de Volkskrant met de verstrekkende analyse van Kaya Bouma. In een rondgang langs ouders, leraren en onderwijsonderzoekers, werden een drietal problemen, die in de serie aan orde komen, doorgenomen. Ze werden door Bouma zelfs in ene moeite door van alternatieve oplossingen voorzien. Maar over werkdruk, participatie van ouders en protocolisering wordt op tal van plekken al veel langer zeer serieus gesproken. Als het om het probleem van de werkdruk gaat dat door de bemoeizucht van ouders veroorzaakt wordt is het echt aan de leerkrachten zelf om er een goed antwoord op te vinden. Dat kán ook heel goed, als het ministerie de leerkrachten wat dat betreft maar niet extra belast, zoas het dat in 2012 onder aanvoering van minister Marja van Bijsterveldt nog probeeerde te doen. Het lijkt goed, om één voorbeeld te noemen, om de onderling overeen te komen regels over ´wat te doen bij tractaties bij verjaardagen´ eenvoudig te houden. Maar je zult echt met elkaar moeten afspreken of er bij die gelegenheden ongezond gesnoept mag worden of niet. Daar kom je niet onderuit. Misschien is het beter om de term ´protocol´ in op de basisschool te reserveren voor de tijd vretende regeldruk die door de controlebeluste overheid veroorzaakt wordt. In De Luizenmoeder aan die druk eigenlijk geen aandacht besteedt.

In het televisieprogramma De Wereld draait door, dat naast Twitter een belangrijke rol speelde in het snelle succes van de televisieserie, kwam een aantal basisschooldocenten aan het woord. De serie bleek op scholen het gesprek van de dag. Volgens een van de docenten was het succes te danken aan het feit dat het én herkenbaar én ongemakkelijk was. Dat kan wel kloppen. Dat zijn namelijk beide basiskenmerken van goede satire. Daarnaast wordt vanzelfsprekend echt alles wat zich op de basisschool afspeelt in de serie in het absurde getrokken. Niet te absurd natuurlijk, want dan gaat de herkenbaarheid weer verloren. (Maar moeder Hannah weet voor een professioneel kinderpsychologe veel weinig van wat er in een basisschool omgaat en van hoe je andere volwassenen tegemoet moet treden). Ook brachten de docenten in DWDD te berde dat het de kracht van de serie is dat iederéén zich er in herkennen kan. Elke laag wordt belachelijk gemaakt: de directie, de docenten én de ouders. Hier gaat de analyse van de docenten mank. Er is namelijke één “laag” die volstrekt niet belachelijk wordt gemaakt. Dat zijn de kinderen. De kinderen zijn, welk stempel ze ook dragen, de enige normalen in het script. Ze fungeren als stabiele achtergrond van het verhaal, omdat ze er – hoe gek het ook mag klinken – nauwelijks in voorkomen. Ze spelen er in ieder geval geen echte eigen rol in. Dat is bijzonder als je weet dat het in alle series over het Voortgezet Onderwijs juist wel altijd bij uitstek om de leerlingen draait.

De luizenmoeder is onmiskenbaar grappig en soms zelfs ontroerend. Een aantal rollen worden wel erg goed gespeeld. De serie zet zeker tot discussie aan en daarmee is ze een groot geschenk. Juf Ank en directeur Anton zullen de komende tijd vast en zeker door tal van congresorganisatoren worden ingehuurd om de boel in beweging te komen zetten. Succes verzekerd. Voor de conclusie dat de serie geen structurele veranderingen in het onderwijs te weeg brengen hadden we de rondgang van Kaya Bouwman niet nodig. Die eventuele verwachting was namelijk nogal onnozel. En het succes van de serie – de hoge kijkcijfers – heeft inderdaad te maken met de kwaliteit en de herkenbaarheid voor grote groepen. Wat dat betreft zal een supermarktsitcom beslist ook een hoge ogen gooien. Nog even nadenken over de vraag welke laag in dat geval niet belachelijk mag worden gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *