Moet de kanjertraining worden verboden?

Drie jaar geleden besloot staatsecretaris Dekker 890.000 uit te trekken om nader onderzoek te doen naar de effectiviteit van anti-pestprogramma’s. Het rapport Wat werkt tegen pesten van het consortium van vijf universiteiten en het Trimbosinstituut onder leiding van Prof. Orobio de Castro is af. Er werden zes methoden onderzocht. Bewezen is nu dat het met vier van de lespakketten lukt om het pesten op school binnen een jaar terug te dringen. Wat moet er nu met de rest gebeuren?

Voor de start van het onderzoek is er in de Tweede Kamer stevig gedebatteerd over wat de consequenties van de eventuele uitkomsten van het onderzoek zouden kunnen zijn. Op de achtergrond van de discussie speelde vanzelfsprekend het principiële uitgangspunt dat de overheid in onderwijszaken wel over het wat gaat, maar niet over het hoe. De overheid kan dus wel vaststellen dat scholen het pestprobleem moeten aanpakken, maar mag niet voorschrijven op welke manier dat dient te gebeuren. Daar is ook veel voor te zeggen. De aanpak van het pestprobleem moet vanzelfsprekend passen bij de opvatting van een school over goed samenleven. Ze moet er idealiter deel van uitmaken. Om die reden heeft de Vreedzame School zich op voorhand uit dit onderzoek teruggetrokken. In de behandeling van de wet sociale veiligheid op school, op 19 maart 2015, heeft staatssecretaris Sander Dekker, door de Kamer gedwongen, er geen enkel misverstand over laten bestaan dat er voor scholen geen verplichting zal zijn tot het gebruik van effectief bewezen methoden. Scholen moeten hun aanpak van het pestprobleem voor de inspectie verantwoorden, maar mogen daarbij ook niet-effectieve methoden gebruiken.

Nu het onderzoek is afgerond dringen een aantal principiële vragen zich opnieuw op. Het uitgangspunt dat de overheid scholen niet zal dwingen te kiezen uit het lijstje bewezen effectieve anti-pestmethoden zal wel gehandhaafd blijven en dat is maar goed ook. De effectiviteit van een methode wordt niet louter door kwaliteit van de methode bepaald, maar evenzeer door de kwaliteit van de uitvoering. Aanbevolen wordt zelfs – en dat is nieuw – om antipestprogramma’s hoe dan ook niet voor alle scholen verplicht te maken, omdat er scholen zijn waar niet gepest wordt. Wel dienen scholen systematisch te monitoren hoe en hoeveel leerlingen aangeven gepest te worden en of hun aanpak het pesten daadwerkelijk vermindert of voorkomt en wel door het aan de leerlingen zelf te vragen. In het rapport is te lezen hoe dat aangepakt kan worden. Uit het onderzoek blijkt overigens dat het met de verantwoording van de keuze van de scholen voor een bepaalde antipestmethode vaak bedroevend is gesteld. Scholen kiezen voor een methode omdat de gemeente er subsidie voor geeft, of omdat de kinderen en de leraren de lessen leuk vinden. Werk aan de winkel voor de inspectie, zou je zeggen. Getuige de laatste rapportage in De staat van het onderwijs 2016 heeft de inspectie de scholen tot nu toe nog niet om een dergelijke verantwoording gevraagd. Maar wat moet er nu gebeuren in die gevallen waarin het onderzoek van Orobio de Castro c.s. anti-pest methoden als ineffectief heeft gebrandmerkt? Moet de Kanjertraining – ondanks alle gemaakte afspraken – toch maar worden verboden?  En zo niet, welke betekenis moeten we dan wel aan de diskwalificatie hechten?

Het Algemeen Dagblad  heeft zijn oor inmiddels te luisteren gelegd op scholen waar de Kanjertraining wordt gebruikt. Die zijn vooralsnog niet van plan met het gebruik van de methode te staken, omdat zij er wel positieve ervaringen mee zeggen te hebben. Ze worden door Petra van Haren, voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders aangespoord om vooral hun eigen weg te gaan met als argument dat nu in dit onderzoek geen effect wordt aangetoond dat niet wil zeggen dat er helemaal geen effect is. Maar dat laat onverlet dat er 2500 scholen zijn die een niet werkend anti-pestprogramma inzetten. Als onderzoekers en beleidsmakers haar daarmee weg laten komen moet de fundamentele discussie over de zin van dergelijk effectiviteitsonderzoek in het onderwijs opnieuw stevig worden gevoerd. Als extreem duur onderzoek als dit niet kan bogen op substantiële praktische consequenties moet het worden gekwalificeerd als desinvestering.

PS In een reactie op mijn blog bij de start van het onderzoek in maart 2015 werd de suggestie gewekt dat de Kanjertraining er wel goed uit zou komen, omdat de onderzoeksleider Orobio de Castro financiële banden met dat programma zou hebben. Die suggestie is door de resultaten van het onderzoek wel effectief gelogenstraft.

 

 

 

 

3 gedachten over “Moet de kanjertraining worden verboden?

  1. Mag ik iedereen die hier over schrijft vragen eerst het rapport te lezen? Te vinden op http://www.watwerkttegenpesten.nl. Daar staat onder meer in dat de kanjertraining wel positieve effecten lijkt te hebben in moeilijke klassen, maar dat de onzekerheidsmarge wat groter is (p = . 052 ipv < .05) in deze studie. En dat er in andere studies wel positieve effecten zijn op andere uitkomsten. Over de kanjertraining kan je dus beter zeggen dat effecten onzeker zijn dan dat ie zeker niet (of wel) zou werken… maar vooral: Lees en oordeel dan pas….

    1. Wie in de tweede zin van het blog op Wat werkt tegen pesten klikt komt rechtstreeks in de pdf van het rapport terecht. Inderdaad maar eens doen: op p. 35-36 ‘Conclusie en Discussie Kanjertraining’ nalezen. Mijn slotsom is dat het gebruik van de Kanjertraining als antipestmethode op grond daarvan sterk moet worden afgeraden. Ik zie niet in hoe je daarover anders kunt oordelen.
      Wat het al dan niet verbieden van anti-pestmethoden betreft waren, zoals ik heb laten zien, voorafgaand aan het onderzoek, in het Kamerdebat van 19 maart 2015, heldere afspraken gemaakt. De overheid zal noch het gebruik van effectieve anti-pest methoden verplicht opleggen, noch het gebruik van niet-effectieve methoden verbieden. Ik zou onder die uitzichtsloze voorwaarden nooit aan een onderzoek in deze opzet begonnen zijn.
      Laten we – nu dat toch is gebeurd – maar afspreken dat we afwachten wat minister Slob in zijn gesprek met de sectorraden voor elkaar weet te krijgen. Het uitgangspunt van het niet verplicht stellen van bepaalde programma’s is inmiddels door het ministerie herbevestigd, maar men verwacht wel dat de scholen de conclusies van het onderzoek niet zomaar naast zich zullen neerleggen. Het blijft interessant om het debat over zin en onzin van dit soort grootschalig effectonderzoek te voeren, maar laten we de draad maar weer oppakken zodra we weten in hoeverre die verwachting is uitgekomen.

  2. Als Pedagoog merk ik dat kinderen de training doorzien, waardoor ze wanneer de training dat van ze vraagt, sociaal wenselijk ipv sociaal vaardig gedrag vertonen.
    Waardoor in deze training in de praktijk geen zin heeft. Want daar is het sociaal vaardige gedrag niet. Er wordt ook te weinig aandacht besteed aan de onderliggende problematiek van de pester.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *