Voortschrijdend inzicht in afnemend zicht

Op 13 december 1983 kreeg ik een recept voor nieuwe brilglazen van dr G.J. van Meel in het Ooglijdersgasthuis in Utrecht. Ik had me laten verwijzen omdat ik me zorgen maakte over het tempo waarmee ik aan de sterkere glazen moest. Ik had zo mijn eigen theorie. Bij een lezend en schrijvend bestaan en een bril op de neus om de wereld in de verte scherper te kunnen waarnemen, vond ik het niet zo vreemd dat aan het eind van de dag die wereld zich nogal wazig aan mij voordeed. Wie schuift er nu een hulpmiddel om in de verte te kunnen kijken tussen ogen en papier op een centimeter of dertig-veertig? Mijn voorstel was om niet volledig te corrigeren om de ogen niet lui te maken.

Dr Van Meel werd een beetje boos. Dat kon helemaal niet. Uit onderzoek wist hij te melden dat correctie de ogen niet slechter maakt.  Ondercorrectie leverde hoe dan ook geen problemen op, overcorrectie, voor zover bekend, ook niet. Het probleem van bijziendheid, veroorzaakt door een te lange oogbol, kan prima met een bril gecorrigeerd worden. Dan houd je door het accommoderen scherp zicht van dichtbij tot veraf. Daar zorgen de oogspieren voor die pas vanaf je 42ste aan kracht gaan inboeten. Ik had op mijn 35ste nog 200 procent zicht, zo mat Van Meel. Met een goede bril kon ik de kleinste lettertjes lezen, dichtbij én veraf.

Na 35 jaar voel ik me toch flink bekocht. Dr Van Meel heeft mij natuurlijk naar beste weten behandeld, maar naar nu blijkt was zijn beste weten van destijds het beste weten niet is.  Onderzoekers van Erasmus MC volgen een groep kinderen, de zogenoemde Generation R(otterdam), al langere tijd. Op zes-jarige leeftijd was 2,5 procent van deze kinderen bijziend. Nu ze dertien zijn kan een kwart van deze groep niet goed in de verte kijken. De verwachting is dat als ze 21 zijn  de helft bijziend zal zijn. Smartphones en tablets krijgen de schuld. Te lange concentratie op de korte afstand, of het nu een tablet of een boek is, kan wel degelijk de oogbol langer maken en de bijziendheid verergeren. Er is geen reden om aan te nemen dat deze dramatische cijfers niet voor alle Nederlandse kinderen zouden gelden.

Dr Van Meel had me natuurlijk de 20,20, 2 regel moeten voorhouden. Jan Roelof Polling, onderzoeker van het Erasmus MC, legt uit dat ik na 20 minuten boven mijn boek, 2 minuten lang 20 meter had moeten wegkijken en ook nog 2 uur per dag buiten had moeten zijn. Naast het recept voor sterkere glazen kreeg ik destijds van dr Van Meel geen enkel advies. De huidige generatie reguliere oogartsen is er overigens van overtuigd dat oogspieroefeningen in de handel onder de naam Oogyoga geen enkel gunstige effect kunnen sorteren op de lengte van de oogbol. Bijziendheid is bij hun huidige beste weten niet terug te draaien.

Een recente Britse studie laat zien hoe riskant doorleren is. Hoe langer de schoolcarrière duurt, hoe ernstiger de myopie. Elk extra schooljaar komt er per brillenglas een kwart minpuntje bij. Kinderen die geen zin hebben om hun huiswerk te maken en de voorkeur geven aan buiten spelen hebben er wat mij betreft een argument bij. Het is misschien een interessante vraag wat nu het belangrijkste argument tegen het ooit van start gaan van de I-Padscholen van Maurice de Hondt had moeten zijn, het volkomen gebrek aan onderbouwing van het didactische model, of de blootstelling aan een onderwijsmiddel dat in letterlijke zin kortzichtigheid bevordert. Belangrijker is het vanzelfsprekend om al het beschikbare voortschrijdende inzicht bij de kritiek op dergelijke schadelijke onderwijsinitiatieven in te zetten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *