U gaat me toch niet vertellen dat u wel eens op een hunebed bent gaan staan?

De discussie over het hunebeddenklimverbod schreeuwt om pedagogisch commentaar. Het komt maar zelden voor dat tegenstrijdige waardenconflicten zo helder aan de dag treden. Dat de commotie over het verbod zwaar is onderschat, is wel het minste dat het Hunebedcentrum en de Stichting Het Drents Landschap te verwijten valt.

In de Volkskrant was een sfeervol ooggetuigenverslag te lezen van de gevolgen van het plaatsen van het eerste verbodsbord bij het hunebed in Borger. We zien een vrouw in het rood ouders erop aanspreken dat ze hun kinderen van het grafmonument moeten halen. Even verder wordt er gesproken van een grimmige sfeer. Bij de onthulling van het bord heeft Hein Klompenmaker, voorzitter van het Hunebedcentrum, uitgelegd dat het gaat om het respect voor het grafmonument. De veiligheid van de kinderen komt wat hem betreft op de tweede plaats. Het is overigens niet een echt verbod. Een echt verbod zou gehandhaafd moeten worden en daar ontbreken de financiën natuurlijk voor. Het is een gebodsbord, legt de voorzitter uit. De tekst luidt: ‘Hunebed niet beklimmen’. Het is in dit verband volkomen onduidelijk wat het verschil is.

Het is niet zo dat de beheerders van de hunebedden helemaal geen punt hebben. In de emotionele toespraak van zanger Egbert Meijers bij de onthulling van het gebodsbord werd duidelijk waar het allemaal begon. Tijdens het bezoek van een groep indianen in 1995 werd hem duidelijk dat zij geloven dat de geest van overledenen op de laatste rustplaats blijft. Hij realiseerde zich ineens dat dat natuurlijk ook voor onze voorouders van 5000 jaar moet hebben gegolden. Het geklim van de kinderen vindt hij zelf overigens nog niet eens zo bezwaarlijk. Voor hem ligt de grens bij barbecueën en graffiti.

Interessant is dat in veel plakboeken van generaties voor ons foto’s te vinden zijn waar niet alleen kinderen, maar ook volwassenen, boven op de immense stenen vereeuwigd blijken. In tijden waarin voor de meeste mensen nog duidelijk was dat ‘heilig’ meer betekende dan ‘heel erg belangrijk’ zag men er merkwaardigerwijs blijkbaar absoluut geen kwaad in. In de manier waarop men in het verleden probeerde toeristen naar Drenthe trekken werd in woord en beeld zelfs uitgebreid met mogelijkheid om de hunebedden te beklimmen geadverteerd. Het zal duidelijk zijn dat je als je in Nederland een vorm van respect voor grafmonumenten wilt die nooit heeft bestaan, je voordat je bordjes gaat plaatsen een discussie moet starten. Discussies achteraf zijn tegenwoordig eigenlijk niet meer in de hand te krijgen.

De kaart van de onveiligheid voor de kinderen spelen is in dat verband overigens ook al niet zo handig. Al heel lang maken veel pedagogen zich druk over de overdreven veiligheidseisen die op grond van Europese regelgeving aan speeltoestellen worden gesteld. Het is een in ons land breed gedeelde overtuiging dat kinderen recht hebben op een buil en dat de weg naar de volwassenheid niet geplaveid moet worden met rubberen tegels. Er is een groeiende aandacht voor risicovol spelen. Op 30 oktober 2018 wordt rond het proefschrift van Martin van Rooijen aan de Universiteit voor Humanistiek een symposium georganiseerd over de professionalisering van BSO-teams bij het faciliteren van risicospel.

Het is inmiddels zeker dat de verbodsbordjes niet bij alle Drentse hunebedden zullen worden geplaatst. De burgemeester van Coevorden, Bert Bouwmeester (D66), maakte via twitter ouders die hun kinderen op een hunebed willen laten klimmen duidelijk dat ze bij de drie hunebedden in zijn gemeente van harte welkom zijn. ‘Ze staan er ruim 5000 jaar en dat ging zonder beleid altijd prima! Het lijkt me best verantwoord dat nog een eeuw of wat vol te houden’, aldus de burgemeester.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *