Ouderlijk gezag voor meer dan twee ouders in belang van het kind?

Politiek Den Haag zit in zijn maag met het voorstel van de Staatscommissie Herijking Ouderschap om het mogelijk maken dat drie of vier volwassenen juridisch ouderschap en gezag krijgen over een kind. Direct bij de ontvangst van het rapport twee jaar geleden zei toenmalig minister Ad van der Steur (VVD) dat Nederland op dit gebied ‘best een gidsland mag zijn.’ D66-Kamerlid Vera Bergkamp riep het kabinet op hiermee ‘niet langer te treuzelen’. CDA en CU hebben daarentegen grote aarzelingen. Het kabinet besloot de beslissing voor zich uit te schuiven en op enkele punten nader onderzoek te laten doen. De uitkomsten daarvan worden later dit jaar verwacht. Zeker gezien de behoefte van D66 om zich tenminste op dit punt te kunnen profileren is het niet uitgesloten dat binnenkort op een besluit wordt aangestuurd, door het kabinet of door de Tweede Kamer. Het is te hopen, dat in dat geval niet wordt gekozen voor het radicale voorstel van de Staatscommissie, maar voor een genuanceerd compromis.

De Staatscommissie biedt niet alleen een nogal eenzijdig en radicaal perspectief op het feit dat zeer veel kinderen voor een substantieel deel worden verzorgd en opgevoed door een bonte variatie van betrokken anderen. Zij gaat ook opvallend lichtvaardig voorbij aan een andere relevante maatschappelijke ontwikkeling, namelijk het feit dat inmiddels zo’n 40% van alle kinderen buiten een formele relatie – huwelijk of geregistreerd partnerschap – wordt geboren. In al dergelijke gevallen kan er soms behoefte ontstaan aan uitdrukkelijke erkenning van family life. Daarmee hebben deze betrokkenen behalve dat ze onderhoudsplichtig worden met name uitzicht op een omgangsregeling, en dus behoud van contact met het kind, in geval van ingrijpende relationele veranderingen.

De hamvraag is echter of actieve betrokkenheid bij de opvoeding en verzorging van een kind daarbovenop nog een terechte reden is voor de claim ook gezag over dit kind te willen hebben, dat wil zeggen recht om mee te beslissen over alles aangaande opvoeding en verzorging van het kind. In feite impliceert het ‘progressieve’ voorstel voor gezagsuitbreiding een trendbreuk in de ontwikkeling van de visie op ouderlijk gezag. In de achter ons liggende eeuw is het gezagsrecht juist in de sleutel van het belang van het kind gezet en steeds minder beschouwd als een recht dat bestemd is voor ouders. Met de claim van uitbreiding van ouderlijk gezag wordt het gezagsrecht opnieuw in de sleutel van rechten voor ouders gezet.

Door voorstanders van deze stap terug wordt vaak geponeerd dat deze claim bij uitstek past bij mensen die (al dan niet via voorlichting en begeleiding) heel goed hebben nagedacht over hoe zij de opvoeding en verzorging gestalte willen geven. Wat zij echter over het hoofd zien is dat deze claim zelf op gespannen voet staat met gepaste en liefdevolle betrokkenheid bij de ontwikkeling van een kind. Dan komt die ontwikkeling zelf immers op de eerste plaats. Anders gezegd: deze claim vormt zelf een bron van ruzie en strijd om zeggenschap. En daarvan is in de regel met name één persoon de dupe, namelijk het kind.

Mocht een politieke meerderheid echter voorstander blijken van een besluit in de richting van meerouderrechten, dan zou het wenselijk zijn als daarbij de nodige afstand wordt bewaard tot het voorstel van de Staatscommissie. Daartoe zouden de volgende stappen kunnen worden gezet. Ten eerste zou de wetgever het sociaal ouderschap en het beginsel en de consequenties van family life steviger in de wet kunnen verankeren. Ten tweede zou de wetgever sociale ouders na enkele jaren van feitelijk family life – vergelijkbaar met de procedurele condities bij adoptie – indien de primair verzorgende ouders daarmee instemmen, uitzicht kunnen bieden op gezag. Maar dan zou het moeten gaan om maatwerkgezag, beperkt tot zaken als ingrijpende medische behandeling en schoolkeuze. Ook in breder perspectief – denk aan het gezag na echtscheiding – zou het overigens wenselijk zijn ouderlijk gezag niet langer voor te stellen als een kwestie van alles of niets – gezamenlijk gezag of eenhoofdig gezag.

Precies deze alles of niets-voorstelling van het gezagsrecht draagt er in belangrijke mate aan bij dat ouders in gevechten belanden waar hun kind de dupe van wordt. Zoals in België na scheiding aan de niet verzorgende ouder een beperkt gezagsrecht kan worden toegekend, zou in ons land in deze richting een oplossing kunnen worden gevonden voor allerlei zorg- en opvoedingsconstellaties, voorzover daarbij behoefte wordt gevoeld om over sommige zaken mee te beslissen. In het algemeen is het alleen maar positief als meer volwassenen een belangrijke band met een kind ontwikkelen en zich daarvoor mede verantwoordelijk voelen. Maar laten we in het belang van het kind de gedachte loslaten dat het koesteren van zo’n sterke band gezag, laat staan volledig gezag vereist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *