Jeugdbescherming: op pad met een raadsonderzoeker (4)

Een van de problemen waarmee raadsonderzoekers soms worden geconfronteerd betreft seksueel overschrijdend gedrag. De volgende casus laat zien hoe voorzichtig zij met het oog op het precaire belang van het kind met een dergelijke situatie dienen om te gaan.[*]

Seksueel overschrijdend gedrag door vader maar …

Iedereen kent de vijftienjarige Hien als een vrolijk en aandachtig meisje, maar op school en op balletles valt de laatste tijd op dat ze stil en afwezig is en zich afzondert. Men weet dat haar moeder een half jaar geleden naar het buitenland is vertrokken, dus men gaat er in eerste instantie van uit dat ze haar moeder mist. Als haar balletlerares haar na de les een keer helpt met haar haar en vraagt of ze deze week nog gebeld heeft met haar moeder en hoe het met haar moeder gaat, vertelt Hien haar ineens dat haar vader haar nu regelmatig bij haar haar vastpakt en dat hij haar dan met zijn andere hand over haar hele lichaam aanraakt op een manier die ze helemaal niet prettig vindt, soms iedere dag. Dan zegt ie dat ie verdrietig is dat haar moeder er niet is en dat zij hem moet troosten. De balletjuffrouw neemt contact op met de school en die maakt hier een melding van bij Veilig Thuis. Daarop heeft Veilig Thuis een gesprek met het meisje en daarna met vader, waarop wordt besloten Hien voor haar veiligheid uit huis te halen. Ze woont daarop een week bij een vriendin.

Hien is geboren in Vietnam en in haar eerste levensjaren met haar alleenstaande moeder opgegroeid in Ho Chi Minhstad. Op haar vijfde is ze met haar moeder naar Nederland gekomen waar haar moeder met haar Nederlandse vader is getrouwd. Een jaar later werd haar broertje Teo uit dit huwelijk geboren. Een half jaar geleden zijn haar ouders gescheiden. Daarop is haar moeder naar familie in Parijs vertrokken om daar te gaan werken. Hien en Teo zijn bij vader achtergebleven. Nadat moeder had gehoord over deze onverkwikkeIijke situatie is ze halsoverkop teruggekeerd naar Nederland. Hien en haar moeder wonen inmiddels tijdelijk bij vrienden van moeder.

Hien en Teo zijn allebei erg verdrietig over de nieuwe situatie. Hien omdat haar vader haar niet meer wil zien, terwijl zij alle mogelijke moeite doet om weer gewoon contact te hebben en omdat ze graag weer samen met haar broertje zou zijn. Teo omdat hij zijn lieve, stoere oudere zus erg mist en helemaal niet begrijpt wat er aan de hand is. Hij vindt het prettig dat hij zijn moeder weer regelmatig ziet, maar hij heeft veel verdriet over het feit dat hij van zijn vader Hien niet meer mag zien.

De raadsonderzoekers schetsen eerst hoe beide ouders er volgens hen in staan: ‘Moeder heeft veel op haar bord. Ze is ineens weer in Nederland, moet nieuw werk zoeken, woont met haar puberende dochter in huis bij anderen in en moet omgaan met de beschuldigingen van seksueel overschrijdend gedrag van haar ex. Ze wil goed contact houden met vader en heeft hem wel een keer geconfronteerd, maar vader ontkent naar moeder. Moeder laat het daarbij, want ze wil niet dat ook Teo zijn vader kwijtraakt. Moeder is gedurende het onderzoek erg emotioneel. Vader heeft een afwijzende houding. Hij is boos en gefrustreerd. Hij vindt dat Hien zijn vertrouwen heeft beschadigd en wil daarom geen contact meer. Hij gaat volledig voorbij aan het verdriet dat hij hiermee bij beide kinderen veroorzaakt.’

Daarna concluderen zij: ‘Als Raad voor de Kinderbescherming gaan wij aangifte doen, echter niet direct. Hien heeft aangegeven dit nu absoluut niet te willen en gezien haar leeftijd nemen we dat serieus. Met Veilig Thuis is afgesproken dat ze ieder moment met ons contact kunnen opnemen als Hien dat wil. Wij verzoeken om een ondertoezichtstelling voor de duur van 12 maanden, omdat dan aanmelding bij de GGZ voor Hien kan worden ingezet en het op gang komen van de juiste hulpverlening enkele maanden in beslag zal nemen.’

Deze casus leert een belangrijke les. Men zou immers kunnen concluderen dat in zo’n geval altijd aangifte moet worden gedaan. Deze casus laat echter zien dat kinderbescherming niet draait om eventuele strafbaarheid of laakbaarheid van opvoeders en verzorgers. In de kinderbescherming heeft respect voor het kind prioriteit, in principe overigens ook als het kind jonger is dan 15 jaar. Zoals in zoveel zaken waarin beschadigde kinderen ondanks alles worstelen met ambivalente gevoelens jegens hun ouders dienen empathie, begrip en respect voor deze gevoelens van het kind leidend te zijn. Voorop staat in dit geval het gegeven dat het kind een manier van omgaan met haar vader moet zien te vinden en daarbij ondersteuning en respect verdient, ook als dit ten koste gaat van de mogelijkheid om ‘in het belang van het kind’ op dit moment verder door te pakken richting de opvoedings- en gezagssituatie.

 

[*] Ter bescherming van de privacy van betrokkenen zijn alle herkenbare elementen aangepast.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *