Alarmerend rapport Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd

We schrijven najaar 2013. De wethouders van de vier grote steden weten het zeker: niet langer wachten met de transitie! Alle jeugdzorg moet zo snel mogelijk naar de gemeenten. Vanuit het veld klinken op dat moment steeds meer zorgen. De Kinderombudsman, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de wereld van de geestelijke gezondheidszorg, de jeugdzorginstellingen, oud-minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet, inmiddels voorzitter van de zorgverzekeraars en ouders van patiënten hebben veel vragen en twijfels over de overheveling, met name van de specialistische jeugdzorg, en over de haast waarmee die moet worden gerealiseerd. Gevreesd wordt dat de zorg voor kinderen met ernstige psychische problemen in de knel komt, dat de gemeenten onvoldoende budget krijgen om deze dure zorg te kunnen betalen terwijl de reorganisatie van de jeugdzorg veel extra middelen zal vragen, dat er veel ontslagen zullen vallen bij aanbieders van geestelijke gezondheidszorg, dat er een hoop bureaucratie zal ontstaan en dat kinderen en hun ouders risico lopen nergens terecht te kunnen in crisissituaties. Dat het hier allerminst om ongefundeerde vragen en twijfels gaat,wordt onder meer bevestigd door de rapporten van de door de regering ingestelde Transitiecommissie. Die worden allengs kritischer van toon.

Angsthazerij, nergens voor nodig, alles komt goed, verzekeren de wethouders en de VNG. Sterker nog, alles wordt beter: de zorg komt ‘dichter bij de burger’. Er komen overal ‘wijkteams’, de zorg wordt toegankelijker en het kan allemaal een stuk goedkoper, omdat er minder dure zorg en medicatie nodig zal blijken, dus logisch dat er meteen wordt begonnen met flinke bezuinigingen. Als de Eerste Kamer laat weten dat men de kritische geluiden vanuit het veld serieus wil nemen en enkele maanden uitstel van de behandeling van het wetsvoorstel verlangt, vinden de wethouders dat onbegrijpelijk. De Utrechtse wethouder Hans Spigt (PvdA) reageert: ‘Het ontgaat me wat de Eerste Kamer met het uitstel beoogt. Wat je nu krijgt is dat door deze langere procedure er heel veel zand in de machine komt. Er worden dus problemen gecreëerd.’ Zijn Rotterdamse collega, Hugo de Jonge (CDA), zegt dat hij de Eerste Kamer zal proberen te overtuigen van de haast die geboden is: ‘Iedereen werkt zich een slag in de rondte om de implementatie op tijd af te krijgen. Het is sowieso al bijzonder dat we daarmee begonnen zijn voor de wet is vastgesteld. Maar dat is nu eenmaal zo. Er is groot draagvlak in het veld en in de Kamer, dus nu moeten we ook doorzetten met het wetgevende traject.’

De afgelopen jaren is helaas duidelijk geworden dat alle indertijd naar voren gebrachte zorgen over de transitie zijn uitgekomen. Denemarken werd vaak als voorbeeld genoemd, maar er werd niets van geleerd. Onze hele jeugdzorg is achteruit gegaan en de specialistische zorg verkeert inmiddels in crisis. Deze week is echter aan het licht gekomen dat Rotterdam Rijnmond, de grootste jeugdzorgregio van Nederland, het wel extreem slecht doet. Dat concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in een alarmerend rapport. Rotterdam, de stad van voormalig wethouder en huidig minister Hugo de Jonge, de stad die onder zijn leiding stoer en met de nodige tamtam voorop liep met de transitie evenals met de ongebreidelde inzet van drang – waarbij kinderen zelfs zonder rechterlijke beslissing gesloten worden geplaatst – de stad ook met een relatief kwetsbare bevolking, deze stad blijkt ernstig te kort te schieten wat betreft visie en aansturing van de door haar gefinancierde hulpverlenende organisaties.

De conclusies van de inspectie bevestigen het beeld van grote systeemproblemen in de Rotterdamse jeugdzorg zoals dat eerder naar voren kwam in een onderzoek van de Rotterdamse website Vers Beton en NRC. Met de samenwerking tussen Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), Jeugdzorgaanbieder Enver en de Rotterdamse wijkteams blijkt zoveel mis dat dit volgens de Inspectie leidt tot ernstige veiligheidsrisico’s voor kinderen. Zo moesten in het afgelopen jaar door onenigheid tussen deze organisaties over de noodzaak van uithuisplaatsing kinderen gemiddeld 10 keer per maand op het kantoor van Jeugdbescherming verblijven in afwachting van een geschikte plek. Meningsverschillen leiden er soms zelfs toe dat Jeugdbescherming een kind in de crisisopvang plaatst en Enver een dag later iets anders besluit. Na de eerste crisishulp moet het gezin vanwege personeelstekort bij de wijkteams vaak maanden wachten tot iemand van zo’n team met hen aan de slag gaat. In de tussentijd escaleert de situatie regelmatig zodat opnieuw crisishulp nodig is.

Deze week kwam Rotterdam opnieuw negatief in het nieuws. Nadat bekend werd dat de Rotterdamse politie eerder deze week drie minderjarige jongens arresteerde voor een reeks groepsverkrachtingen, volgde vlak voor Pasen het bericht dat het aantal jongeren in de regio Rotterdam dat door forensische specialisten wordt behandeld voor dergelijk wangedrag sinds de stelselwijziging meer dan gehalveerd is. De opvallende terugval in de behandeling van dit gecompliceerde type jonge daders wordt in verband gebracht met het ingewikkelde financieringssysteem dat sinds de transitie is ingevoerd en met de verschillende regels die sindsdien rond de specialistische zorg zijn ontstaan.

Het zal er voorlopig zeker niet van komen, maar de contouren van een parlementaire enquête – hoe het drama van de jeugdzorg zich ondanks alle waarschuwingen sinds 2015 heeft kunnen voltrekken – beginnen zich langzamerhand wel af te tekenen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *