Op 19 november kwamen in Trouw een aantal wetenschappers aan het woord over aan het tekort waar kinderen in de kinderopvang aan lijden: het tekort aan ruimte om te spelen. Als schuldige wordt de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) aangewezen. Die kritiek op de VVE is als zo oud als de VVE zelf en is dus niet van recente datum, zoals de Amsterdamse hoogleraar Ruben Fukkink lijkt te suggereren. Ook is de kritiek niet slechts afkomstig uit onderwijsvakbladen, maar uit gedegen wetenschappelijke studies. Onder ouders, die hier ook als criticasters worden opgevoerd, is de afgelopen tien jaar zelfs een tegengestelde beweging zichtbaar. Tien jaar geleden was de weerstand tegen de schoolse benadering van het jonge kind nog vanzelfsprekend, vandaag willen ouders als ze aan het eind van de dag hun drie-jarige komen ophalen weten wat het geleerd heeft of klagen zij dat er volgens hun te weinig aan taal en rekenen wordt gedaan. Dat is het resultaat van geslaagde overheidsindoctrinatie.
Wanneer wordt het debat over zin en onzin van de VVE nu eindelijk een keer echt gevoerd? Het bewijs voor de ineffectiviteit van de Voor- en Vroegschoolse Educatie stapelt zich op en toch gaat de overheid ermee door. Kort voor de zomer nog berichtten onderzoekers van de Radboud Universiteit in een overzichtsstudie in het tijdschrift Mens & Maatschappij dat de voor- en vroegschoolse voorzieningen geen effect hebben, noch op de korte, noch op de langere termijn. Complicerende factor is dat het idee van VVE gebaseerd is op het nobele idee van gelijke kansen. Sinds 2000 maakt de VVE onderdeel uit van het onderwijsachterstandsbeleid, maar ook daarvoor al werd de VVE ingezet om achterstanden zo vroeg mogelijk weg te werken. Het onderwijsachterstandsbeleid, waarmee een halve eeuw geleden een begin werd gemaakt, heeft nog nooit een aantoonbaar positief resultaat gekend.
De voorstanders beroepen zich steevast op buitenlands onderzoek. De achterpagina van de door de Van Leer Stichting bekostigde commerciële bijlage van NRC-Handelsblad van 6 september 2014, onder de titel ‘Jong geleerd’ is de hele achterpagina gewijd cijfers aan het rendement van investeringen in jonge kinderen. Het succesverhaal gaat op alle mogelijke manieren voorbij aan de verschillen tussen de VS en Nederland bijvoorbeeld. Als je daar één keer hebt mogen rondkijken weet je dat de vergelijking nergens op slaat. De voorstanders winkelen selectief en ze weten het. Ze houden de Nederlandse overheid al decennia lang op een heilloos spoor. Nergens in het 20 pagina’s tellende document is overigens ook maar een halve opmerking te vinden dat het leven van het jonge kind ook leuk mag zijn.
In een recente rondgang heb ik maar één grote kinderopvangorganisatie kunnen vinden die de door de overheid opgedrongen VVE om principiële redenen niet accepteert. Verder gaan ze allemaal voor de bijl en je moet ook sterk in je schoenen staan als je in een krimpende markt de niet-onaanzienlijke lokpremies, in de vorm van extra personeel bijvoorbeeld, blijft weigeren. Het kan zijn dat je vanwege je met onderzoek onderbouwde principes mensen moet ontslaan. Wat moeten we met een overheid die van instellingen het gebruik van bewezen effectieve methoden eist en zelf miljarden blijft pompen in het gebruik van methoden waarvan het gebrek aan effectiviteit keer op keer wordt aangetoond?
‘Laat ze toch lekker spelen’ luidde de titel van het Trouw-artikel en de tegenstanders van de VVE kunnen dat credo goed onderbouwen met onderzoek naar de effecten van vrij spel. De Utrechtse hoogleraar Orthopedagogiek Paul Leseman ziet er niets in. Vrij spel leidt volgens hem vaak tot spel van matige kwaliteit: kortstondig, niet coöperatief, weinig diepgaand met een geringe mate van symbolisering en rollenspel, en ook nog tot rondzwerfgedrag en conflicten tussen kinderen. Zullen we in het debat eens vaststellen wat ze daar allemaal van leren, ook al hoeven ze helemaal niks.
Bas Levering is oud-lector Algemene Pedagogiek
4 gedachten over “Voer dat VVE-debat nu eens écht”