We parasiteren op de toekomst. Als mensheid zijn we heel hard op weg om een vieze en lege aarde achter te laten: verwoeste ecosystemen, met PFAS vervuilde rivieren en een tekort aan belangrijke grondstoffen. Ik hoor weifelende politieke discussies als het gaat om het aan banden leggen van CO2 uitstoot, het beschermen van onze natuur, en het verbieden van vervuilende industrie.
In dezelfde discussies klinkt dan vaak een optimistisch beeld over de toekomst van de wereld. Hopende dat grote problemen zo erg niet zullen zijn, en in de toekomst worden opgelost met slimme technologie, AI en ruimtevaart. Alsof de toekomst een vage entiteit is waar we op mogen bouwen als geniale eenheid dat alles wel even fikst.
Maar in die andere vage tijdzone, die toekomst, daar wonen mensen. Onze nakomelingen. Echte mensen van vlees en bloed, en met dromen behoeftes. Sommige van deze toekomstige aarde bewoners zijn al geboren, en lopen nu nog in luiers. Over anderen wordt stiekem gedroomd door jonge stelletjes die voor het altaar staan. En weer anderen zullen pas over drie generaties het levenslicht zien.
Zij worden geboren in een wereld die we ons maar moeilijk kunnen voorstellen. Misschien is dan alles opgelost en leven we in een groen, zorgzaam paradijs met elkaar. Maar misschien is er niks meer over dan een lege, vervuilde aarde met ingestorte ecosystemen.
Wat wel zeker is: impliciet leggen wij de rekening voor ons huidige gedrag neer bij hen.
Is dat rechtvaardig? Nee!
Wiens stem wordt gehoord?
Inmiddels snappen we best met elkaar dat rechtvaardigheid belangrijk is. Dat het niet rechtvaardig is om van andere landen af te pakken wat we willen hebben. Dat is namelijk kolonisatie. Dat het niet okay is om onze afval in Afrika te dumpen. Dat is vervuiling. Dat je geen mensen mag uitbuiten door hen slechte werk- en leefomstandigheden te geven. Dat heet uitbuiting. En dat je mensen niet structureel minder kansen mag geven op grond van willekeurige eigenschappen. Dat is namelijk discriminatie.
Deze stem van de kwetsbare mens klinkt steeds vaker in het publieke debat, aan de talkshow-tafel en in de politieke arena, al wordt hij vaak overschreeuwd door mensen met meer macht en geld. De stem van mensen die al leven wordt gehoord.
Maar de toekomst koloniseren, vervuilen, uitbuiten en discrimineren? Daar denken we niet zo over na met elkaar. Dat is geen onderwerp van gesprek. Want ja, de toekomstige generaties hebben nog geen stempas. Hun stem telt niet. Je wint er geen zetels mee. Ze zitten niet aan tafel. En hun stem wordt dus ook niet gehoord.
Toch hebben deze toekomstige aarde bewoners, net als alle mensen die in het hier en nu leven, rechten. En die worden herhaaldelijk geschonden. Ook zij verdienen schoon drinkwater. Goede scholen, waar je vrije ruimte krijgt om te leren. En een groene buurt waarin je veilig kan spelen.
Zouden we daarom de kinderrechten niet moeten uitbreiden naar alle kinderen die nog moeten worden geboren. Misschien moeten we er naar streven dat geen enkel beleid, organisatie of individu mag parasiteren op toekomstige generaties, hun vrijheid, hun wereld en hun kansen op een mooi leven.
Goede voorouders
Hoe kijken toekomstige generaties terug naar onze tijd? Toen we wel debatten vulden met gesprekken over hypotheekrente-aftrek, maar amper discussieerden over koraalriffen die stierven. Toen we ons wel druk maakten over of we sneeuw zouden hebben op onze skivakantie door de opwarming van de aarde, maar geen schaamte voelden dat we daar met onze diesel-auto naar toe reden. Toen we met argumenten over vrije markt economie big tech loslieten, maar niet doorhadden dat de privacy en vrije tijd van onze kinderen werd opgeslokt door TikTok.
Het is nalatig.
Kinderen hoeven onze problemen niet op te lossen. Ze hoeven niet te zorgen dat onze rotzooi wordt opgeruimd. En zij hoeven niet harder te werken en met minder genoegen te nemen, zodat wij in het hier en nu een zorgeloos leven hebben en twee keer per jaar kunnen skiën. Het is andersom.
De volwassenen van nu, of het nu gaat om politici, bestuurders van bedrijven, of burgers, wij zijn verantwoordelijk voor de toekomst: wij moeten zorgen voor de jongsten. Wij zijn hun vangnet, hun veiligheid, hun bescherming. Wij moeten goede voorouders zijn.
Maar dat zijn we niet.
We verwaarlozen de belangen van toekomstige generaties. Dat moet stoppen. De stem van het kind, of het nu al leeft, of nog geboren moet worden, of het een stempas heeft of niet, moet meer gehoord worden en centraal komen te staan in alles wat we nu doen.






