Rel over Bangalijst en een beetje over opvoeden

Delen:

Jaren geleden nam ik deel aan een symposium met als titel: ‘Omstanders: Wegkijken of ingrijpen’. Het vond plaats in Vught, waar ze pijnlijke ervaringen hebben gehad met de rol als omstander; dat gegeven vormde dan ook de aanleiding voor de dag.

In Vught was men tijdens de oorlogsjaren getuige geweest van de af- en aanvoer van gevangenen naar of van Kamp Vught. Niet iets waar de Vughtse gemeenschap graag op terugkijkt. De vraag was tijdens het symposium of zij tijdens de bezetting iets hadden moeten of kunnen doen, maar meer nog, welke lessen we eruit kunnen trekken voor onze actuele situatie. Ben je als passieve omstander medeschuldig, maar ook wat zou je kunnen doen om een actieve omstander te worden? Hoe grijp je in in een situatie die apert onjuist is en welke risico’s neem je daarbij? Hoe ver reikt persoonlijke verantwoordelijkheid? Lastige vragen.

Ik was uitgenodigd om als psycholoog iets te vertellen over het omstanderseffect, dat vooral in de sociale psychologie uitvoerig is onderzocht. Een van de uitkomsten is dat mensen eerder ingrijpen als ze alleen zijn dan wanneer ze deel uitmaken van een groep. Gedeelde verantwoordelijkheid betekent, volgens dit onderzoek tenminste, vaak geen verantwoordelijkheid nemen.

Na afloop van mijn lezing werd ik aangesproken door een mevrouw die, op het eerste gezicht buiten de reikwijdte van het symposium, verontwaardigd en geëmotioneerd begon over haar dochters lidmaatschap van een studentenvereniging. Zij vond het een schande hoe daar met meisjes werd omgegaan. Daar zou je als psycholoog eens iets aan moeten doen, meende ze, niet alleen tamelijk dwingend, maar ook mijn invloed nogal overschattend. Niettemin kon ik me haar verontwaardiging wel voorstellen. Daarbij, een studentenvereniging is wel degelijk een groep waarin de werking van het omstandereffect gemakkelijk te demonstreren valt.

Zoals dat gaat vergat ik het, maar onlangs moest ik terugdenken aan de woorden van de verontruste moeder naar aanleiding van de (zoveelste) rel rond de zogenoemde ‘bangalijst’ van Utrechtse studenten (het hadden net zo goed Amsterdamse of Groningse studenten kunnen zijn). In de berichtgeving erover in de media werd opgemerkt dat verschillende ouders namens hun dochter aangifte wilden doen voor smaad en laster. Ook voor hen was het een pijnlijke ervaring hun kind op zo’n lijst aan te treffen.

Even voor als u niet van de straat bent. Banga is straattaal voor slet. Een bangalijst geeft op basis van de oordelen van mannelijke studentleden een toptien van studentes die ‘het makkelijkst te doen zijn’, vaak verluchtigd met foto’s, persoonlijke gegevens (adres en telefoonnummer) en kwalificaties die de sletterigheid van de meisjes moeten onderstrepen. Soms zijn er daarnaast schaduwlijsten van meisjes die ‘niet te doen zijn’, dus kennelijk het tegenovergestelde zijn van sletten.

In beide gevallen vinden studentes het niet aangenaam – beledigend en kwetsend – om op zo’n lijst te figureren. Het maakt inbreuk op hun integriteit en privacy, is vernederend en onveilig. Meisjes worden door wildvreemden benaderd en lastiggevallen en ervaren het dan ook als bedreigend. Eenmaal op internet is het bovendien erg lastig de gegevens te verwijderen, zodat de nasleep ervan moeilijk te voorspellen, laat staat te controleren is.

De politie raad aan altijd contact op te nemen. Dat is natuurlijk in de eerste plaats aan de betrokkenen zelf: de studentes die tegen hun wil op een lijst terecht zijn gekomen.

Dat ouders ook aangifte doen of overwegen, laat zien dat zij hun rol als opvoeder van hun kinderen serieus nemen, ook al gaat het in dit geval om kinderen die voor de wet (meestal) meerderjarig zijn. Niets mis mee, maar toch vroeg ik me af of dit voor de verontruste ouders nou de eerste keer is dat ze zich kritisch uitlaten over de vereniging waar hun kind lid van is, of dat ze – zowel met betrekking tot hun dochters als zonen – eerder al hun bedenkingen hebben geuit.

Hoewel studentenverenigingen er vaak alles aan doen om dit soort kwesties als incidenten te bestempelen, is het realistischer om te constateren dat een aantal kwalijke eigenschappen van groepsgedrag inherent zijn aan de verenigingen. We doen ook veel goede dingen, verdedigen ze zich vaak, maar dat maakt het alleen maar lastiger, want het suggereert dat er een bepaalde portie slecht tegenover al het goede mag staan.

Uiteindelijk gaat het om een keuze: je gaat bij een studentenvereniging of niet en de student beslist dat lang niet altijd alleen. Mijn ervaring is dat veel studenten juist door hun ouders gestimuleerd worden zich aan te sluiten bij een vereniging, ook al hebben die een lange geschiedenis van ‘incidenten’ achter de rug. Soms omdat ze zelf ooit lid zijn geweest, soms omdat ze denken dat het goed is om ‘erbij te horen’.

Maar hoeveel ouders bespreken met hun kinderen concreet wat je wel of niet zou moeten accepteren, hoever je meegaat in ontgroeningsrituelen, het opstellen van bangalijsten, wat je kunt doen als je getuige bent van praktijken die je als individu eigenlijk afkeurt? Het kan toch niet anders of onder de mannelijke verenigingsleden bevinden zich jongens die zich kunnen voorstellen dat het voor hun medestudentes kwetsend is om als sletjes weggezet te worden?

Het zou misschien niet gek zijn wanneer er aan de keukentafel enige discussie is over de mores van studentenverenigingen. Wat kan wel, maar waar gaat het te ver, hoe ga je met elkaar om, waar trek je zelf een streep als je in situaties komt die je afkeurt en wat doe je dan concreet?

Op voorlichtingsdagen voor aspirant-studenten zie ik tegenwoordig veel ouders samen met hun kinderen uitzoeken welke studie het beste is voor hun zoon of dochter. Misschien moeten ze het dan ook maar eens hebben over de wenselijkheid van het lidmaatschap van een studentenvereniging? Een vereniging met een slechte reputatie zou niet alleen het dichtdraaien van de geldkraan van de universiteit boven het hoofd moeten hangen, maar ook de weigering van studenten om daar lid van te willen worden (en ouders die dat lidmaatschap in zo’n geval niet verder financieren).

Aangifte doen kan natuurlijk altijd nog, maar beter is het om het zover niet te laten komen.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *