We hebben geen alternatief voor honderden jongeren —of willen we het niet organiseren?

Delen:

Honderden jongeren verblijven aldus NOS en Zembla  maandenlang, soms meer dan een jaar, op geïsoleerde locaties, onder 1-op-1 of zelfs 2-op-1 toezicht. Kosten: tot een miljoen euro per kind per jaar. Gemeenten stellen:  we hebben geen alternatief. En tegelijkertijd erkennen ze: dit is schadelijk voor de ontwikkeling van kinderen.

Het is een feit dat ongemakkelijk schuurt. Niet alleen omdat het iets zegt over deze specifieke groep jongeren, maar omdat het iets blootlegt over hoe wij als systeem zijn gaan denken. Alsof het ontbreken van een alternatief een gegeven is geworden, in plaats van een opdracht.

En misschien is dat nog wel het meest zorgwekkende: dat dit geen nieuw probleem is. Wie langer meeloopt in de jeugdzorg weet dat dit soort noodoplossingen al jaren bestaan. Vakantieparken, gedoogplekken, tijdelijke locaties, geïmproviseerde woonvormen—ze verschijnen telkens opnieuw wanneer het systeem vastloopt. We weten dat het geen plekken zijn waar kinderen zich duurzaam kunnen ontwikkelen.Toch blijven we ze gebruiken.

Tussen beleid en praktijk

Wat deze situatie extra wrang maakt, is dat zij zich afspeelt tegen de achtergrond van een ogenschijnlijk tegenovergesteld streven: het terugdringen van uithuisplaatsingen, getuige de beweging van nul Dit doel komt niet uit de lucht vallen. De nasleep van de toeslagenaffaire heeft pijnlijk zichtbaar gemaakt wat er mis kan gaan wanneer de overheid te hard ingrijpt in gezinnen. Het wantrouwen, de schade, het verlies van kinderen uit huis—het heeft geleid tot een terechte roep om terughoudendheid.

Ook het uitgangspunt van “zo thuis mogelijk opgroeien”, zoals uitgedragen door het Nederlands Jeugdinstituut, is stevig verankerd in wat we weten over ontwikkeling. Initiatieven zoals de beweging van nul hebben terecht benadrukt dat uithuisplaatsingen nooit vanzelfsprekend mogen zijn. Nul is een richting, geen oplossing—de echte opdracht begint waar thuis opgroeien niet lukt  Maar ergens tussen deze correcties en ambities is iets gaan wringen.

Het ongemakkelijke midden

Want hoe belangrijk deze bewegingen ook zijn, ze nemen een realiteit niet weg. Er zijn situaties waarin thuis, op dat moment, geen veilige of voldoende dragende plek is voor een kind. Waar ouders—door eigen geschiedenis, overbelasting of omstandigheden—niet kunnen bieden wat nodig is. Dat is geen oordeel. Evenzo geen afwijzing van ouders. Het is een erkenning van een grens.

Uithuisplaatsing is geen doel en geen oplossing op zichzelf, maar een poging om ruimte te creëren voor ontwikkeling waar die thuis (tijdelijk of langdurig) niet mogelijk is. Het probleem ontstaat wanneer we die realiteit niet goed onder ogen zien, en tegelijkertijd geen volwaardige alternatieven organiseren.

Dan ontstaat de paradox die we nu zien: beleid dat inzet op minder uithuisplaatsingen, en een praktijk die—omdat we alle 24 uurs opvang en behandeling afbouwden en niet anders kan—terugvalt op noodoplossingen zoals vakantieparken.

Kinderen én ouders: verbonden, ook als ze niet samen wonen

In het denken over deze jongeren is het essentieel om ouders en familie niet uit beeld te laten verdwijnen. Kinderen blijven verbonden met hun ouders—voor hun identiteit, hun geschiedenis, hun gevoel van herkomst. Die verbinding laat zich niet uitplaatsen.

Maar opvoeden en samenleven zijn niet altijd hetzelfde. Soms kan de dagelijkse opvoeding niet bij ouders plaatsvinden, terwijl de relatie wél van betekenis blijft.

Dat vraagt om een zorgvuldig onderscheid: een kind wordt niet ergens anders opgevoed omdat het “te moeilijk” is, maar omdat het op dat moment elders beter kan groeien. Tegelijkertijd blijft het nodig om de relatie met ouders te erkennen, te ondersteunen en waar mogelijk te behouden—mogelijk in een andere vorm. Pedagogische permanentie betekent dan niet alleen continuïteit in de plek waar een kind woont, maar ook in de relaties eromheen.

De kinderen die tussen wal en schip vallen

De jongeren waar het hier over gaat, hebben vaak al veel meegemaakt: meerdere plaatsingen, breuken in relaties, onzekerheid over waar ze horen. Gedrag dat wij moeilijk vinden, komt vaak voort uit die geschiedenis. Wat zij nodig hebben, is niet nog een tijdelijke plek met telkens nieuwe gezichten. Voor hen is het wezenlijk dat zij opgroeien op een vaste plek—een omgeving waarin zij kunnen blijven, waar relaties de tijd krijgen om te groeien en waar niet telkens opnieuw begonnen hoeft te worden. Wat ze nu krijgen, is vaak het tegenovergestelde.

Pedagogische permanentie als richting

In mijn eerdere blogs heb ik het begrip pedagogische permanentie beschreven als een kernvoorwaarde voor ontwikkeling. Kinderen ontwikkelen zich in relaties die blijven, in voorspelbare omgevingen, bij volwassenen die verantwoordelijkheid blijven dragen, ook als het ingewikkeld wordt.

Internationale inzichten, in wetenschap en projecten o.a.  Maestral International, laten hetzelfde zien: duurzame ontwikkeling vraagt om stabiele, relationele contexten. Wat we nu organiseren in noodoplossingen zoals vakantieparken, mist precies dat.

De vraag die blijft liggen

Wat deze situatie zichtbaar maakt, is niet dat we het niet weten. We weten veel over ontwikkeling, trauma en wat kinderen nodig hebben. En de middelen die nu worden ingezet zijn aanzienlijk.

De vraag is dus niet óf we investeren, maar hoe. Blijven we investeren in tijdelijke oplossingen? Of durven we te investeren in duurzame, relationele alternatieven—plekken waar kinderen kunnen groeien, en waar ook de relatie met ouders een plek houdt?

Tot slot

Misschien moeten we het debat uit de uitersten halen. Niet: nul uithuisplaatsingen als doel op zich. Maar ook niet: accepteren dat kinderen terechtkomen in plekken zonder perspectief. De echte opdracht ligt in het midden: uithuisplaatsingen zoveel mogelijk voorkomen waar het kan, en waar het nodig is, zorgen voor plekken waar kinderen daadwerkelijk kunnen opgroeien—in relatie, in continuïteit, en met blijvende verbinding met hun ouders. Een samenleving die dat niet organiseert, laat niet alleen kinderen los—maar ook de relaties die hen dragen. 

Anneke Vinke
25 maart 2026 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *