De segmenteerders, de integreerders, de ouders en de kinderen

Er wordt de laatste tijd veel gesproken over welke aanpassingen uit de coronaperiode blijvend zullen blijken. Het thuiswerken gooit daarbij heel hoge ogen, maar wat betekent dat eigenlijk voor ouders en kinderen? En, kan de ene ouder die overgang naar dat nieuwe normaal beter aan dan de andere? Wetenschappers verdringen elkaar in de media om er iets verstandigs over te komen zeggen. Inmiddels heeft het aantal radio- en televisieprogramma’s waarin wetenschappers aan het woord komen de laatste jaren een heel behoorlijk niveau bereikt.

Zo is sinds januari 2018  elke zaterdag om 13:00 uur op NPO1 het AVRO-programma ‘Dr Kelder & Co. Radiotherapie tegen hypes en hysterie’ te beluisteren. In de begintijd is er nog serieus bezwaar gemaakt tegen de titel van het programma, omdat Jort Kelder helemaal niet gepromoveerd is. Dat Kelder de wetenschap niet van binnenuit kent is in zijn interviews goed te merken. Maar omdat hij het daardoor veroorzaakte misplaatste ontzag paart aan een vorm van ballerige brutaliteit, leidt het toch tot spannende gesprekken.

De geïnterviewden krijgen geen moment de kans om uit te praten. Omdat veel wetenschappers de professionele neiging hebben om voortdurend de nuance te zoeken, heeft die irritante interviewhouding in veel gevallen beslist een positief effect. Het maakt het de geïnterviewden onmogelijk om met vaagheden weg te komen. Het maakt ook zichtbaar dat er aan Nederlandse universiteiten heel veel snel denkende onderzoekers rondlopen. En toch zou je daar ook wat meer assertiviteit wensen en verwachten. Ik heb er nog niet één horen zeggen ‘Laat me nu eens even uitpraten man!’ en dat is verontrustend want minstens de helft van Kelders interrupties doen, omdat hij van onderzoek doen volstrekt geen kaas gegeten heeft, volstrekt niet ter zake. Vooral de vrouwelijke wetenschappers moeten het bij Kelder ontgelden. Seksistisch grapjes tussendoor zijn niet van de lucht. Ik heb er in meer dan twee en een half jaar helaas nog niet één langs horen komen die daar tegen protesteerde. Probleem is vanzelfsprekend dat ook wetenschappers nu eenmaal niet meer dan één complexe cognitieve klus tegelijk kunnen klaren. En het uit die antwoordengeefmodus stappen vraagt naast het onmogelijke multitasken nu eenmaal ook om moed.

Zaterdag 12 september j.l. was onder anderen de Utrechtse hoogleraar sociologie Tanja van der Lippe te gast. Zij deed verslag van onderzoek over de toekomst van het thuiswerken. Ze kon vers van de pers vertellen over de uitkomsten van wereldwijd onderzoek onder wetenschappers. 30 procent van de ondervraagden meldt een hogere productiviteit en een andere 30 procent meldt een lagere. Het zou hier om een uniform mechanisme onder hoogopgeleiden gaan. Kelder vroeg naar het onderscheid dat in het onderzoek gemaakt zou zijn tussen tussen de segregeerder en de integreerder. Het bleek om het onderscheid tussen de segmenteerder en de integreerder te gaan. Van der Lippe legde het als volgt uit: ‘Stel je zit ’s avonds op de bank en je gaat je e-mail checken en daarna lukt het je niet meer om naar Jinek door te kijken want het e-mailtje blijft in je hoofd zitten. (De flauwe grapjes die hoofdgast UvA-econoom prof. jhr. Sweder van Wijnberg en Kelder tussendoor maakten en waar ze samen heel hartelijk om moesten lachen laten we even voor wat ze waren.). ‘Dan ben je een typische segmenteerder, dus je segmenteert werk en privé,’ ging Van der Lippe verder, ‘en dan hebben we de mensen, soms de moeders of soms de vaders, die bij het zwembad zitten omdat hun kind op zwemles zit. Die zitten ondertussen hun e-mail te checken en te werken en met collega’s te bellen. Die hebben daar geen enkel probleem mee.’ De ene groep heeft dus baat bij een strakke scheiding tussen werk en privé, de andere helemaal niet. Volgens Van der Lippe gaat het daarbij om pure karakterverschillen waarvan, als het om het thuiswerken gaat, die van de segmenteerder toch niet per se positiever uitwerkt dan die van de integreerder. Werknemers met kinderen wordt aangeraden om niet thuis te werken, want aldus prof. Van der Lippe ‘… de kinderen lopen steeds weer naar binnen.’

Het voorbeeld van het doorwerken als je langs de kant van het zwembad zit als de kinderen zwemles hebben is echt een goed voorbeeld. Dan zijn er anderen die de zorg voor jouw kinderen hebben overgenomen en moeten de kinderen zich ook bij de les houden. Zelfs dan is het van belang om tussendoor wel zo nu en dan even te kijken hoe het gaat, want veel kinderen willen graag dat jij laat zien dat jij ziet hoe goed zij hun best doen bijvoorbeeld. Maar inderdaad, thuis moeten werken met kinderen van een bepaalde leeftijd om je heen is ronduit een ramp. Veel huishoudelijk werk was en is heel goed te doen terwijl de kleintjes om je heen drentelen. Dan kun je tegelijkertijd heel goed een oogje in het zeil houden en de kinderen aandacht geven als ze erom vragen. Maar onder die omstandigheden een wetenschappelijk artikel lezen of schrijven is vanzelfsprekend volstrekt onmogelijk.

 

Het interview met Tanja van der Lippe is terug te zien. (Radio is tegenwoordig veelal ook televisie geworden):  Klik op de link.  Daar is ook te zien hoe goed Tanja  van der Lippe het er van afbrengt, maar toch had ik liever gehad dat ze om een gegeven moment gezegd had: ‘Houden jullie is even op jongens!’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *