Naar aanleiding van vragen tijdens lezingen en recente gastcolleges heb ik besloten in een aantal blogs opnieuw op dit typisch pedagogische vraagstuk in te gaan – luisteren naar het kind in de knel. Ik heb daar eerder uitgebreid aandacht aan besteed in mijn boek Wat het zwaarst weegt en ik schreef daar in november vorig jaar een blog over naar aanleiding van een werkconferentie over jeugdbescherming in Maassluis. https://blog.pedagogiek.nu/
Ik nam als uitgangspunt dat we de stem van het kind serieus moeten nemen en in elk geval uitdrukkelijk moeten betrekken in de besluitvorming. Cruciaal was naar mijn mening echter dat we in een dergelijke situatie veel actiever samen met het kind moeten zoeken naar tussenoplossingen. Precies daar ligt het serieus nemen van het kind: blijf in gesprek. Koers in zo’n geval niet op uithuisplaatsing, maar laat het kind evenmin in de steek. Zet in op regelmatige opvang bij mensen die bereid zijn om één of meer dagdelen in de week dit kind op te vangen en begeleid het kind en deze kindopvangers daarbij. En bovenal: blijf als professional met het kind in gesprek, zodat duidelijk is dat het kind serieus wordt genomen en dat indien zich eventueel iets wijzigt in diens opstelling, gezamenlijk naar alternatieven kan worden gezocht.
Intussen nemen sommigen aan de eerstgenoemde zijde een nog radicaler standpunt in, door ervoor te pleiten om juist helemaal niet naar kinderen in de knel te luisteren, aangezien deze kinderen uit loyaliteit jegens hun ouders zouden “liegen”. Een dergelijke positionering wijst eerder in de richting van nog steeds onverwerkt trauma dan van een pedagogisch waardevolle, weloverwogen kijk op omgaan met kinderen in problemen, bij verwaarlozing, mishandeling, misbruik of een gevecht tussen de ouders.
In mijn nieuwe serie blogjes leg ik het accent op iets anders, namelijk hoe met het kind in de knel in gesprek te komen. Dat doe ik net als in mijn boek voor een aantal zeer verschillende problematische situaties. Ter introductie keer ik terug naar een al wat ouder blogje naar aanleiding van de film Alicia van Maasja Ooms https://blog.pedagogiek.nu/
Hoe is het mogelijk dat een professional in de jeugdbescherming op zo’n manier over een pupil spreekt, zonder de negatieve connotatie hiervan te beseffen? Niemand die de film goed heeft bekeken kan de scène immers zijn ontgaan, waarin Alicia zich verdrietig afvraagt waarom het zo lang duurt voordat er een nieuw pleeggezin voor haar is gevonden. De groepsleidster probeert Alicia te troosten en uit te leggen waardoor dat komt: dat is niet makkelijk want ‘jij bent wel een heel speciaal meisje’ … Alsof het Alicia’s schuld is dat zij, een jaar oud, uit huis is geplaatst en enkele jaren later uit het pleeggezin waar ze sindsdien verbleef is weggehaald. Het geeft te denken dat een dergelijke fundamentele pedagogische fout door leidinggevenden niet wordt gesignaleerd en zelfs letterlijk wordt herhaald …
Minstens zo zorgelijk is een latere scène in de film, waarbij Alicia wordt geacht deel te nemen aan een overleg. Daar zit Alicia, amper 9 jaar oud, aan een grote tafel samen met volwassenen, in vergaderopstelling, met een toonzetting die doet denken aan een sollicitatiegesprek. Het gebrek aan gevoel voor de diepe existentiële eenzaamheid van het kind, voor de setting van zo’n beladen gesprek, de handelingsverlegenheid van de leiding die wordt verborgen onder routineuze vragen en opmerkingen, en vooral het gebrek aan geschikte, kindvriendelijke gespreksvaardigheden, het is allemaal tenenkrommend.
Net zo zorgelijk is het feit dat het verhaal van Alicia zelf volledig afwezig blijft. Het meisje krijgt simpelweg geen eigen stem. Er wordt haar niets gevraagd. We horen en zien niets over wat haar bezighoudt, waar ze goed in is, wat ze het leukste vindt op school, over haar vriendinnen, haar popidolen; geen tekening, geen liedje, geen gedicht.
In de komende blogs ga ik me buigen over deze onderwerpen: hoe en waar ga je zitten met een kind in problemen, hoe stel je je op, wat ga je doen, hoe begin je het gesprek? En ik zal me daarbij niet beperken tot gesprekken in het kader van de jeugdzorg en de jeugdbescherming, maar ik zal een enkele keer ook ingaan op gesprekken met jonge delinquenten.





