Wat moeten we nu met het ouderschapsplan?

Toen op 1 maart 2009 het ouderschapsplan bij scheiding in het geval van minderjarige kinderen verplicht werd was de stemming overwegend positief. Het was de uitkomst van een ontwikkeling van tientallen jaren. Ooit werden de kinderen door de rechter aan één van de ouders (meestal de moeder) toegewezen, vanaf 1998 konden ouders nog wel als partners uit elkaar maar hielden ze beiden de verantwoordelijkheid. Het ouderschapsplan, waarin scheidende ouders afspraken maken over de zorg- en opvoedingstaken, over het elkaar informeren en consulteren inzake de opvoeding en natuurlijk over de kosten van verzorging en opvoeding, leek de kroon op het werk. De algemene verwachting was dat het een goed verloop van de scheiding zou bevorderen, dat het maken van afspraken spoedig een normale zaak geworden zou zijn en dat de kinderen de grote winnaars zouden zijn.

Op 18 mei 2015 promoveerde de juriste Marit Tomassen aan de VU in Amsterdam op het proefschrift Het verplichte ouderschapsplan: regeling en werking. Ze vergeleek de situatie van een half jaar voor de invoering met die van anderhalf jaar erna en wat bleek: er worden tegen de verwachting in na de invoering niet meer afspraken gemaakt. Het meest onthutsende vond ik het om te moeten lezen dat het ouderschapsplan vaak niets voorstelt, dat er ouders zijn die een plannetje van internet downloaden en dat maar zeer halfbakken invullen en dat de rechter vervolgens maar weinig mogelijkheden heeft om aan de wettelijke verplichting inhoud te doen geven. Zijn we met zijn allen toch in de val getrapt om met de juristen te denken dat zodra er een regel is geformuleerd, de zaak ook geregeld is.

Marit Tomassen is een juriste die doordrongen is van het belang van een multi-disciplinaire aanpak. Ze is in vele buitenlanden gaan kijken om te zien of de problematiek op een ander manier kan worden aangepakt. Het meest voelde ze zich aangetrokken door wat ze aantrof in de Amerikaanse staat Oregon en daar heeft ze haar alternatieve voorstellen op gebaseerd. Ze stelt in de eerste plaats echtscheidingseducatie voor: ouders worden op een cursus doordrongen van de ernstige gevolgen die scheiding van de ouders voor kinderen kunnen hebben. Daarnaast beveelt ze mediation aan. ‘Verplichte mediation’ is een contradictio in terminus, maar toch zou je één sessie verplicht moeten stellen, aldus de promovenda, omdat strijdende ouders zo kunnen ontdekken of het iets voor hun is. En, nog steeds volgens de promovenda, eerst maar eens goed onderzoeken of de alternatieven werken, voordat je ze in aanvullende wettelijke maatregelen omzet.

Hoewel niet duidelijk is wat er precies onder moet worden verstaan, staan de kranten vol van een grote toename van het aantal vechtscheidingen. Duidelijk is dat om ruziënde ouders van het belang van het maken van goede afspraken te overtuigen meer nodig is dan de invoering van een verplicht ouderschapsplan. Het pleidooi voor een opvoedbelofte, dat een aantal jaren gelden door aantal pedagogen en juristen werd gehouden, overtuigt nu nog minder dan toen. De alternatieve aanvullingen die door Marit Tomassen in haar proefschrift zijn geformuleerd, zijn het meer dan waard om op hun werking onderzocht te worden.

In het interview in PiP 85, dat op 26 juni uitkomt, komt Marit Tomassen uitgebreid aan het woord.  Neem een abonnement!

3 gedachten over “Wat moeten we nu met het ouderschapsplan?

  1. Verplichte mediation is een contradictio in terminus, het klopt. Ik vind toch meer dan een verplichte sessie te hebben. Veel gescheiden ouders begrijpen niet of kunnen het niet begrijpen dat hun beslissing zo en zo schade gaat veroorzaken in het ontwikkeling van de kinderen. Vóór een ouderschap plan moet een training voor deze ouders plaats vinden. Daar kunnen ze eerst leren omgaan met de ex-partner, nieuwe partner en hoe ze met hun kinderen gaan het aanpakken. Dan pas denken aan het plannen.

  2. HET BELANG VAN SCHEIDINGSKINDEREN: DE GEDRAGSDESKUNDIGE

    Uit het promotieonderzoek van Marit Tomassen, verdedigd op 18 mei 2015 aan de V.U., zou blijken dat het ouderschapsplan na scheiding geen nut heeft. Maar Tomassen heeft geen onderzoek gedaan naar het nut van een ouderschapsplan. Ze heeft onderzocht of het ouderschapsplan juridische procedures voorkomt. Bovendien heeft ze dossiers vergeleken waarbij veel ouderschapsplannen bestonden uit van internet geplukte standaardplannen, vaag en onzorgvuldig ingevuld.
    Het doel van de wet met een verplicht ouderschapsplan was om vechtscheidingen te voorkomen. Zij gooit het kind met het badwater weg.

    De titel van dit artikel van Stoffelen in De Volkskrant van zaterdag 16 mei jl. ‘Verplichte ouderschapsplan na scheiding heeft geen nut’ is enigszins onverantwoord en ook de conclusies van Tomassen lijken kort door de bocht. Vooropgesteld dat ik het verslag van het promotieonderzoek niet heb gelezen vind ik het jammer dat de conclusies op deze wijze worden gepubliceerd.

    De vraag is of Tomassen een beroepsgroep weet te onderscheiden bij de begeleiding van het opstellen van ouderschapsplannen? Zijn de gesprekken gevoerd onder begeleiding van gedegen opgeleide gedragsdeskundigen? Bij het verplicht stellen van het ouderschapsplan gaat het natuurlijk niet sec om het papieren resultaat, maar juist om het proces dat daaraan voorafgaat. Omdat de overheid de impact van scheiding zo lang onderschatte, zijn er op dit moment nog steeds te weinig middelen vrijgemaakt voor degelijke begeleiding van ouders hierbij. Bovendien zien familierechtadvocaten en andere scheidingsbemiddelaars met een financiële en fiscale expertise er geen been in om ouderschapsplannen met of voor scheidende ouders op te stellen. Tomassen ziet zelf dat dit niet effectief is, als het gaat om het voorkomen of beperken van verdere juridische procedures en vechtscheidingen. En tenslotte, een ouderlijke scheiding met behulp van twee advocaten is potentieel een voedingsbodem voor strijd.

    Speciaal daarvoor opgeleide gedragsdeskundigen besteden juist aandacht aan de betekenis van de scheiding; verlies, gevoelens en vermogen om aan een “ouderrelatie” te blijven werken, ondanks hun negatieve gevoelens en oplopende stress. De orthopedagogen en kinder- en jeugdpsychologen, die kennis hebben van de ontwikkeling van kinderen, kunnen ouders adviseren over risico’s en de mogelijke negatieve gevolgen van hun keuzes.
    Tomassen heeft gelijk dat je mensen niet kunt verplichten het met elkaar eens te worden. Ze poneert daar echter jammer genoeg een oppervlakkige stelling met vooral een juridisch karakter, waarmee we niets opschieten. Scheiden is ook een psychologisch proces dat nauwelijks opgelost wordt door een juridische interventie. In plaats van het ouderschapsplan pleit Tomassen voor scheidingseducatie. Een ‘cursus’ doet geen recht aan de langdurige, pijnlijke en emotionele impact van een echtscheiding op kinderen en volwassenen. Ook voorlichting, waarvoor ook Ed Spruijt pleit, is onvoldoende.

    Een scheiding is een kerntraumatische gebeurtenis die langdurig en diep ingrijpt (Amato, 2001). Veel kinderen met gescheiden ouders lukt het niet om een langdurige relatie te onderhouden (Wallenstein et al. 2000). Wat doet wel recht aan de impact van scheiding op scheidingskinderen en hun ouders? Het proces om te komen tot een ouderschapsplan, de schriftelijke vastlegging daarvan en de bekrachtiging door de rechter, door vroegtijdige verplichte deskundige begeleiding. Zelfs zou een verplicht ouderschapsplan voor aanstaande ouders geen gek idee zijn, en betaalbare relatieondersteuning. Hier pleit ik voor.

    Tomassen zou het aan de gedragsdeskundigen moeten overlaten. Gespecialiseerde gedragsdeskundigen kunnen al in een vroeg stadium van de scheiding signaleren of – en wanneer – ouders niet in staat zijn tot samenwerken en daarop interventies richten. Wat is er nodig is om dit te bereiken? Gedragsdeskundigen zijn al een aantal jaar bezig met het ontwikkelen van werkzame interventies, zoals Familiemediation, Forensische Mediation (anders genoemd Ouderschapsonderzoek), de Overlegscheiding en de Bijzondere Curator voor het kind in scheidingssituaties.

    Het echte probleem waarom ouders juridisch blijven strijden is dat problematische scheidingen (scheidingen waarbij één of beide ouders door de scheiding belemmerd raakt of raken in hun vermogen als ouder) niet tijdig worden gesignaleerd en daardoor niet worden behandeld door bekwame gedragsdeskundigen. Het andere probleem is dat eindeloze juridische procedures met betrekking tot gescheiden ouderschap überhaupt mogelijk zijn en gedragsmatige interventie, d.w.z. behandeling, pas begint als eerst ‘achterstallig onderhoud’ is gepleegd. En enige schade is hersteld.

    Het gaat er dus om dat de traumatische impact van scheiding voor zowel de kinderen als de ouders de aandacht krijgt. Dat de overheid er geld voor vrijmaakt. Dat er gedegen onderzoek plaatsvindt. Dat er vanaf dag één gespecialiseerde psychologische professionals worden ingezet. Dat de mogelijkheden tot juridische procedures worden beperkt. In deze is autonomie en vrijwilligheid misschien te ver doorgeschoten. Gemeenten hebben sinds 2015 de regie over de jeugdzorg. In vele Europese landen is verplichte Mediation of maatschappelijk werk voorafgaand aan scheiden als je kinderen hebt gebruikelijk. Laten wij de gemeenten zien hoe een ouderschapsplan tot stand kán komen.

    Drs. Gerda M.M. de Boer, Alkmaar
    Orthopedagoog, Familiemediator, Forensisch mediator en Bijzonder Curator en
    Voorzitter Vereniging Familie Mediators Noord-Holland Noord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *