Ervaringskennis, verworven ervaringskennis en de kracht van het verbinden van perspectieven

Delen:

In een tijd waarin de wereld op veel plekken onder spanning staat en mensen steeds vaker steun zoeken bij groepen waarin zij zich gezien en begrepen voelen, herlas ik onlangs The Identity Trap van Yascha Mounk. Mounk waarschuwt daarin voor wat hij de identiteitsval noemt: het moment waarop maatschappelijke discussies verschuiven van het wegen van argumenten naar de vraag wie het recht heeft om te spreken over een ingewikkeld thema.

Die gedachte is ook relevant voor ontwikkelingen die we zien in de jeugdzorg, de GGZ en andere domeinen van zorg en beleid.

De afgelopen jaren is er – terecht – veel meer aandacht gekomen voor ervaringsdeskundigheid. Doorleefde ervaringen worden gehoord en gevalideerd. Mensen die zelf hebben geleefd met trauma, adoptie, pleegzorg, migratie, psychiatrische problematiek of jeugdhulp brengen kennis in die lange tijd onvoldoende werd gehoord. Hun perspectieven werden te lang niet meegenomen, hebben belangrijke blinde vlekken zichtbaar gemaakt en het veld verrijkt.

Bovendien gebeurt er iets bijzonders wanneer mensen spreken vanuit hun eigen ervaring. Voor anderen kan dat een diep gevoel van herkenning, erkenning en verbondenheid oproepen. Het besef dat je niet alleen bent met wat je hebt meegemaakt. Dat iemand woorden geeft aan iets wat lange tijd moeilijk uit te spreken was. Dat is van enorme waarde – en soms op zichzelf al helend.

Maar soms slaat het ook door. Dan lijkt hulp alleen nog helpend wanneer de hulpverlener dezelfde ervaring heeft meegemaakt, of wanneer een onderzoeker alleen gezag zou hebben als hij of zij het onderwerp persoonlijk heeft doorleefd. Op dat moment stappen we ongemerkt in de identiteitsval.

Naar mijn mening vraagt een toekomstbestendige ontwikkeling van zorg en beleid om meer dan één vorm van kennis.

In de dagelijkse praktijk van hulpverlening ontstaat namelijk ook een andere vorm van inzicht: kennis die groeit uit jarenlang naast mensen lopen. Professionals die met kinderen, jongeren en volwassenen werken luisteren naar vele verhalen, zien patronen terugkeren en leren hoe ervaringen zich in levens ontwikkelen. Ik noem dat wel eens verworven ervaringskennis.

Die kennis ontstaat niet vanuit één eigen levensverhaal, maar uit het zorgvuldig getuige zijn van vele verhalen. Uit aanwezig zijn, luisteren, reflecteren en uit de bereidheid om je eigen aannames steeds opnieuw te onderzoeken.

Veel professionals proberen dat werk te doen vanuit een aanwezige, niet-oordelende houding van openheid en nieuwsgierigheid. In het werk van Dan Hughes wordt dat mooi samengevat in de PACE-houding: Playfulness, Acceptance, Curiosity en Empathy. Die houding maakt het mogelijk om werkelijk naast mensen te staan en van hen te blijven leren.

Daarnaast groeit kennis ook door het lezen van onderzoek, gesprekken in intervisie, collegiale dialoog en samenwerking met onderzoekers en beleidsmakers. Wetenschap helpt om ervaringen en hulpvragen in een breder kader te plaatsen, patronen te herkennen en interventies te toetsen. Wanneer inzichten uit praktijk en onderzoek hun weg vinden naar beleid, kunnen ze bijdragen aan het vormgeven van systemen die beter aansluiten bij wat mensen nodig hebben.

Juist in complexe domeinen zoals de jeugdzorg en de GGZ hebben we al deze vormen van kennis nodig. Daarom is het belangrijk bedacht te zijn op de identiteitsval.

Ervaringskennis kan het gesprek openen.

De stem van kinderen, jongeren en cliënten kan richting geven.

Verworven ervaringskennis van professionals kan patronen zichtbaar maken.

Wetenschap kan inzichten verdiepen en toetsen.

Intervisie en open dialoog houden het leren levend.

En beleid kan helpen om wat we leren te vertalen naar duurzame verandering.

De uitdaging is volgens mij niet om te bepalen wie het recht heeft om te spreken – en opnieuw mensen uit te sluiten zoals vroeger gebeurde toen ervaringsdeskundigen of kinderen nauwelijks een stem kregen – maar om verschillende perspectieven gelijkwaardig met elkaar te verbinden.

Wanneer ervaringskennis – eigen én verworven –, professionele ervaring, wetenschap en beleid elkaar ontmoeten en elkaar versterken in plaats van uitsluiten, ontstaat ruimte voor zorg die recht doet aan de complexiteit van de vragen waarmee kinderen, ouders en gezinnen leven. Het verbinden van perspectieven vormt de kern van ons werk: elkaar ontmoeten, luisteren en samen proberen te begrijpen wat nodig is om verder te kunnen — juist ook wanneer het gaat om het erkennen en herstellen van wat misging en waar mensen zich lange tijd niet gehoord voelden. Een wij–zij-houding brengt ons daarin niet verder.

Laten we daarom bedacht blijven op de identiteitsval en vanuit dialoog en gelijkwaardigheid kijken en praten over de thema’s die ons raken in opvoeding, zorg en maatschappij.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *