Gemeentelijke ‘last onder dwangsom’ voor jongeren en ouders: helpt ’t niet, grote kans dat het wel schaadt

Delen:

Ons gevoel van veiligheid wordt vooral bepaald door het beeld dat de media ons voorspiegelen. Helaas kiezen nogal wat media als het om veiligheid gaat voor op sensatie gerichte berichtgeving, vanuit de gedachte dat ze daarmee aandacht trekken en hun publiek vasthouden – crime sells. Diezelfde media dragen dan ook in belangrijke mate bij aan een gevoel van onveiligheid bij een groot deel van de bevolking. Zo overheerst in veel berichtgeving het beeld dat de jeugd die delicten pleegt steeds jonger en steeds harder wordt. Zoals ik in mijn boek Criminele jeugd heb laten zien, is het tegendeel waar: de afgelopen twee decennia is de jeugdcriminaliteit juist enorm afgenomen.

Aansluitend op de fictie dat de jeugdcriminaliteit de afgelopen jaren flink zou zijn gestegen en gewelddadige berovingen en gevechten met messen ‘schering en inslag’ zouden zijn, volgen voorstellen vanuit de rechterzijde van het politieke spectrum om hard in te grijpen elkaar in hoog tempo op. Zo werd naar aanleiding van enkele dramatische, dodelijke incidenten met heel jonge kinderen in het voorjaar van 2025 gepleit voor verlaging van de ondergrens van het jeugdstrafrecht, terwijl de afname van de jeugdcriminaliteit juist bij de allerjongsten het sterkst is. Feit is bovendien dat we in Nederland in vergelijking met de rest van Europa met 12 jaar al een opvallend lage strafrechtelijke ondergrens hebben.

Ook werd er voortbordurend op dezelfde fictie na een eerder voorstel van VVD-minister Sander Dekker recent door kamerlid Rosemarijn Dral voor gepleit om de ouders van kinderen die ernstige delicten hebben gepleegd te straffen. Deze gedachte getuigt niet alleen van weinig juridisch besef wat betreft de schuldvraag maar ook van gebrek aan pedagogisch inzicht in de mate van invloed van ouders op hun kinderen. Over het algemeen is die immers minder naarmate de problemen die hun kinderen veroorzaken groter zijn. Met name jongeren die zich schuldig maken aan ernstige misdrijven onderscheiden zich, doordat ze zich sterk aan ouderlijke controle onttrekken. Bovendien krijgen vaak juist de gezinnen met de grootste problemen de minste hulp. Ze weten die niet te vinden, hebben soms slechte ervaringen met hulp en veelal worden hun problemen te laat gesignaleerd, zoals de gezamenlijke inspecties alweer lang geleden constateerden.

Net als eerder door Dekker werd bij het voorstel om de ouders te straffen gewezen op voorbeelden in het Verenigd Koninkrijk. Daar bestaat al sinds de jaren ‘90 een traditie in het opleggen van sancties voor ouders, van boetes tot ‘parenting contracts’, ‘parenting orders’ en ‘binding over’-maatregelen – een sanctie voor de ouders als hun kind zich niet aan opgelegde verplichtingen houdt. Onderzoek laat echter zien dat de criminalisering van de ouders aldaar zoals te verwachten allerminst succesvol is. Zo luidt de titel van een artikel van een onderzoeker die zelf jarenlang betrokken was bij de implementatie van dergelijke programma’s: ‘The parents attend yet the kids still offend.

Een nieuwe variatie van deze oriëntatie op sterkere repressie richting jongeren die zich misdragen en hun ouders, zien we bij het toepassen van een last onder dwangsom om herhaald strafbaar of overlastgevend gedrag te voorkomen. Met deze bestuursrechtelijke maatregel kunnen gemeenten veel sneller, buiten het strafrecht om, reageren op dergelijk gedrag in de hoop herhaling daarvan te voorkomen. Bij een nieuwe overtreding moet een vooraf vastgesteld bedrag worden betaald. Bij minderjarige jongeren lopen die bedragen uiteen van 1.000 tot 7.500 euro. Gemeenten zetten dit instrument onder meer in bij verboden vuurwerk, messenbezit, geluidsoverlast en drugsgerelateerde feiten.

Steeds meer gemeenten blijken minderjarige jongeren zo’n preventief bedoelde sanctie op te leggen. Intussen is ook het aantal werkelijk opgelegde dwangsommen in de afgelopen vier jaar verviervoudigd, terwijl gemeenten nauwelijks weten of de maatregel echt effectief is, blijkt uit onderzoek van Omroep Gelderland onder Nederlandse gemeenten met meer dan 100.000 inwoners.

Vorig jaar moest bij ongeveer een op de vijf opgelegde dwangsommen daadwerkelijk worden betaald. Een jaar eerder gold dat voor 6 procent van de gevallen. Deze toename is des te bedenkelijker als men zich realiseert dat een dergelijke bestuursrechtelijke procedure allerminst dezelfde rechtswaarborgen biedt als het strafrecht, terwijl de financiële gevolgen voor minderjarigen groot kunnen zijn.

Maar deze ontwikkeling is extra dubieus nu dit bestuursrechtelijk middel vanuit dezelfde politieke invalshoek wordt bepleit als instrument om, indien de minderjarige de dwangsom niet kan betalen, de ouders hierop aan te spreken. Dat past volgens Kamerlid Ruud Verkuijlen bij de bedoeling van het instrument. Hij pleitte in 2022 voor een bredere inzet van dwangsommen om ook ouders nadrukkelijk verantwoordelijk te maken voor het gedrag van hun kinderen.

Terwijl dit instrument inmiddels door diverse gemeenten op meerdere fronten wordt ingezet, blijken diezelfde gemeenten volstrekt geen zicht te hebben op de effectiviteit ervan. Voorspelbaar is niet alleen dat de last onder dwangsom extra stress veroorzaakt in gezinnen die al met financiële problemen kampen. Ook is de kans niet gering dat jonge drugsdealers vanwege de financiële druk juist extra actief worden op deze markt of (extra) afhankelijk worden van sluwe criminelen die de schuld voorschieten op hun voorwaarden.

Daarom dient deze praktijk te stoppen en dient eerst degelijk onderzoek te worden gedaan naar het effect ervan.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *