Het kind van de staat mag niet het kind van niemand worden

Delen:

Over voogdij, permanentie en politieke verantwoordelijkheid.
Ruim tweehonderd kinderen in Nederland hebben op dit moment geen vaste voogd. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, gepubliceerd in Trouw op 14 juli 2026. Eind 2025 stonden ongeveer 7.500 kinderen en jongeren onder voogdij. Voor bijna drie procent van hen is dus geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar. Kinderen zonder anker.

Het gaat om kinderen van wie de ouders niet langer het gezag uitoefenen en voor wie een jeugdbeschermingsorganisatie de voogdij draagt. De staat treedt daarmee in loco parentis op: zij neemt de verantwoordelijkheid van de ouders over. Maar juist deze kinderen wachten door personeelstekorten, ziekte en verloop soms langdurig op een jeugdbeschermer die hen kent en persoonlijk verantwoordelijkheid draagt. Intussen worden ingrijpende beslissingen genomen door teams, tijdelijke medewerkers of wisselende contactpersonen die onvoldoende vertrouwd zijn met het kind en diens geschiedenis.

Dat is meer dan een uitvoeringsprobleem. Het roept een fundamentele vraag op: wat betekent het werkelijk wanneer de overheid de verantwoordelijkheid voor een kind overneemt?

Meer dan een handtekening

Een voogd geeft toestemming voor medische behandeling, beslist mee over onderwijs en jeugdhulp, ziet toe op veiligheid en ondersteunt contacten met ouders, familieleden en andere belangrijke personen. Daarvoor is meer nodig dan toegang tot een dossier. Je moet weten wie het kind is, wat het heeft meegemaakt, bij wie het hoort, waarvan het bang wordt en wat het nodig heeft.

Een vaste voogd is niet alleen een functionaris die op het juiste moment een handtekening zet. Het is iemand die de lijnen in het leven van het kind bij elkaar houdt: die merkt wanneer de schoolgang stagneert, begrijpt waarom familiecontact belangrijk of belastend is en kan beoordelen of een woonplek werkelijk veiligheid biedt.

Volgens de afspraken tussen overheid en jeugdbeschermingsorganisaties hoort een voogd regelmatig persoonlijk contact met het kind te hebben. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd benadrukt dat tijdelijke vervanging geen betekenisvol contact oplevert. Wanneer niemand deze rol duurzaam vervult, ontbreekt niet alleen juridische, maar ook relationele continuïteit.

Permanentie is meer dan ergens mogen blijven

In de jeugdbescherming wordt permanentie nog te vaak versmald tot de vraag waar een kind zal opgroeien. Kan het terug naar huis? Blijft het in het pleeggezin? Is een gezinshuis of andere woonplek nodig?

Een stabiele woonplek is essentieel, maar permanentie omvat meer. Het gaat om de zekerheid dat er mensen zijn die blijven, om verbondenheid en om continuïteit in de levensgeschiedenis. Een kind moet niet alleen weten waar het morgen slaapt, maar ook wie zich verantwoordelijk voelt voor zijn toekomst.

Juridische permanentie gaat over gezag en formele verantwoordelijkheid. Fysieke permanentie betreft een duurzame, veilige woonplek. Relationele permanentie betekent dat een kind blijvende relaties heeft met volwassenen, broers, zussen, familieleden en andere betekenisvolle personen. Biografische en culturele permanentie gaan over toegang tot de eigen geschiedenis, afkomst, taal en identiteit.

Deze dimensies zijn onlosmakelijk verbonden. Een kind kan jarenlang in hetzelfde pleeggezin wonen en zich toch onzeker voelen wanneer onbekende professionals over zijn leven beslissen. Omgekeerd kan juridische duidelijkheid geen duurzame verbondenheid garanderen. Permanentie is daarom geen beschikking of eindstation, maar een blijvende pedagogische opdracht.

Het kind van de staat

De Britse dichter en schrijver Lemn Sissay weet uit eigen ervaring wat er kan gebeuren wanneer de overheid de verantwoordelijkheid overneemt, maar niemand werkelijk als ouder optreedt. Hij bracht zijn eerste achttien levensjaren door in pleegzorg en kindertehuizen. Zijn levensverhaal laat zien dat dossiers, besluiten en goede bedoelingen nooit kunnen vervangen dat iemand een kind kent, voor hem opkomt en blijft.

Sissay stelt dat kinderen die in zorg opgroeien geen medelijden nodig hebben, maar respect en het recht om hun eigen jeugd en herinneringen te bezitten. In een TED Talk uit 2012 zei hij: “You can define how strong a democracy is by how its government treats its child, not its children, the child of the state.”

Niet hoe een overheid in algemene beleidsnota’s over “de jeugd” spreekt, maar hoe zij handelt tegenover dat ene kind voor wie zij zelf verantwoordelijkheid draagt, toont de kwaliteit van een democratische rechtsstaat. Dat vraagt om beleid dat verleden, heden en toekomst met elkaar verbindt.

Wie is politiek verantwoordelijk?

In Nederland is de verantwoordelijkheid voor kinderen verdeeld over jeugdzorg, rechtsbescherming, onderwijs, bestaanszekerheid, gezondheid en verschillende bestuurslagen. We hebben ministers voor onder meer jeugd en rechtsbescherming, maar geen minister voor Kind en Gezin met een herkenbare, integrale opdracht.

Een aparte minister lost het tekort aan voogden niet direct op, maar zichtbaar politiek eigenaarschap doet ertoe. Schotland heeft een Minister for Children, Young People and The Promise, met expliciete verantwoordelijkheid voor kinderen met jeugdzorg ervaring. Nieuw-Zeeland kent een Minister for Children. Zulke portefeuilles garanderen geen goed beleid, maar maken wel duidelijk wie aanspreekbaar is wanneer systemen tekortschieten en er zijn veel meer landen die jeugd wel serieus nemen.

Voogdij is een van de zwaarste jeugdbeschermingsmaatregelen. Dat zij voor ruim tweehonderd kinderen niet naar behoren kan worden uitgevoerd, mag niet worden gereduceerd tot een capaciteitsprobleem. Het is een alarmsignaal over de manier waarop wij verantwoordelijkheid nemen voor de kwetsbaarsten in onze samenleving. Wanneer ouders het gezag verliezen en de overheid dat overneemt, moet ieder kind kunnen rekenen op een herkenbare volwassene die het kent, volgt en vertegenwoordigt, én op een overheid die erop toeziet dat die persoon er daadwerkelijk is.

Een kind kan niet wachten tot het stelsel op orde is. Het groeit verder, ontwikkelt zich, stelt vragen, raakt relaties kwijt en probeert nieuwe op te bouwen. Daarom moet permanentie het uitgangspunt zijn van beleid: juridische duidelijkheid, een veilige en liefdevolle woonplek, blijvende verbondenheid, toegang tot de eigen geschiedenis en ondersteuning gedurende de levensloop.

Het kind van de staat mag nooit het kind van niemand worden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *