Het recht van kinderen op ontspannen ouders

Te lang nagedacht of ik aandacht moest besteden aan het artikel ‘Are they the world’s most relaxed moms? What can we all learn form the Dutch’ van de in Nederland woonachtige Australische Mihal Greener. Op haar verhaal in de Washington Post van een maand geleden volgde een stroom van reacties. Dat gebeurde twee weken later ook hier, toen NRC-Handelsblad het verhaal overnam. Is er eigenlijk iets voor te zeggen dat de Nederlandse moeders de meest ontspannen moeder van de wereld zijn?

Greener schetst een vertrouwd ideaalbeeld dat aardig overeenkomt met de tekening van Ellen de Bruin in haar boekje Why Dutch women don’t get depressed (2007). Naast de kind-gerichtheid die hier een veel langere geschiedenis kent, speelt het feit dat de Nederlandse vrouw wereldkampioen parttime werken is een doorslaggevende rol. Hoe je er ook tegen aan kijkt, dat parttime werken moet natuurlijk lucht geven. Maar daarmee is dan meteen weer de splijtstof in de discussie aangedragen. Als het gaat om het aantal vrouwen in topfuncties slaat de Nederlandse vrouw wereldwijd nu juist weer een modderfiguur. En de oorzaak daarvan wordt door velen steevast bij dat parttime werken gelegd. Emancipatieminister Bussemaker probeerde bij de presentatie van de nieuwste cijfers haar chagrijn niet eens te verbergen.

Als je de absolute top wilt bereiken, in welk beroep dan ook, is dat parttime werken vanzelfsprekend een belemmering. Daarvoor heb je naast het grootste talent nu eenmaal ook nog alle tijd nodig. Toch is de kous daarmee niet af. Claartje Vinkenburg en Eelco Wierda bekeken voor OC&W de situatie in zeven omringende landen en wat bleek: het ligt een stuk genuanceerder. Het tekort aan vrouwen aan de top is algemeen en speelt ook in Duitsland, Frankrijk en Zweden bijvoorbeeld. En Frankrijk stuurde zijn vrouwen eind jaren vijftig al full-time de arbeidsmarkt op, maar dat laat onverlet dat Franse vaders nog minder zorgen dan de Nederlandse.

Al jaren spreekt het CBS over het ideaal van het anderhalf verdienerschap. De man werkt 32 uur en de vrouw 28, al kan dat natuurlijk ook andersom. De vraag is of het geen armoe is om het kostwinnersmodel, dat in Nederland tot de jaren negentig van de vorige eeuw nog dominant was, in te ruilen voor tweeverdienersmodel. Het is inderdaad armoe als nu twee inkomens noodzakelijk zijn waar ooit één enkel volstond. Het is maar één stap verwijderd van de situatie van veel Amerikaanse gezinnen waar vader én moeder beiden aan één volledige baan buiten de deur niet genoeg hebben om het schip drijvende te houden. Dat er in Nederland niets zou veranderen is niet vol te houden. Als Nederlandse man maak je je allang niet meer belachelijk als je ook een doordeweekse dag voor je kinderen wilt zorgen. En als het om de kinderwens gaat, gaat de eerste voorkeur in meerderheid niet langer naar een jongetje, maar naar een meisje uit.

De kwestie is veel te complex voor eenvoudige antwoorden. De situatie is voor hoogopgeleiden heel anders dan voor laagopgeleiden. De arbeidsmarkt herstelt zich na de economische crisis van 2008 veel minder snel dan verwacht. Ook technologische ontwikkelingen geven aanleiding om het beschikbare werk beter te verdelen. De vraag dringt zich op of Mihal Green ons niet een al te zachte spiegel voorhoudt. Er zijn ook vrouwen die zich niet in het door haar geschetste beeld van de ontspannen Nederlandse moeder herkennen. ‘Ik vraag me werkelijk af in welk deel van Nederland de schrijver van dit stuk woont,’ schrijft StephS73 op de site van de Washington Post. ‘Misschien woont ze in een sprookjeswereld die ik nog moet ontdekken. De enige blonde lachende vrouwen die zij ziet zijn waarschijnlijk de nanny’s van de moeders die aan het werk zijn. Ik ben zeker niet blond en heb ook geen lange benen, dat wist ik al voordat ik dit artikel las, maar dat moet dat nu opnieuw worden vastgesteld. Want ik ben echt Nederlands en moeder (… )‘ Volgt een lange klaagzang waarin bijna alle mooie voorbeelden van Greener worden tegengesproken: ‘Een parttime job en het grootbrengen van kinderen combineren zorgt ervoor dat ik regelmatig loop te schreeuwen en te snauwen.’

Duidelijk is dat de kinderen het over het belang van ontspannen ouders wel eens zijn. In haar boek All joy no fun: The paradox of modern parenting (2013) haalde de Amerikaanse journaliste Jennifer Senior een onderzoek onder 1023 Amerikaanse kinderen uit eind jaren negentig aan. Aan de orde was of hun ouders voldoende tijd aan hun besteedden. Slechts 10% wilde meer tijd met hun moeder, 16% wilde meer tijd met hun vader, maar 34% wilde vooral … een minder gespannen moeder.

 

(Saskia van Oenen bespreekt de Nederlandse vertaling van het boek van Jennifer Senior Maar je krijgt er zoveel voor terug. De paradox van het moderne ouderschap in PiP 88, 46-47, die op 15 december verschijnt).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *