Het gezag van Paul Verhaeghe 

 

Met stijgende verbazing heb ik het interview met Paul Verhaeghe onder de titel ‘In Nederland is het een verrassing wat ik onder autoriteit versta.’ (Ten eerste, 6 september) gelezen. Twee en een half jaar geleden schreef ik een zeer kritische recensie van zijn boek Autoriteit onder de titel ´Vlaanderen is Nederland niet´, waarin ik precies die verschillen benadrukte waar hij nu op eens wel aandacht voor heeft. De manier waarop hij de Nederlandse en Vlaamse opvoeding tegenover elkaar zet vertoont helaas weer alle trekken van de karikatuur waar we van verlost dachten te zijn.

De teloorgang van het gezag in de opvoeding zou af te lezen zijn aan het feit dat de kleinkinderen hier hun opa’s en oma’s met de voornaam aanspreken. Dat doen de mijne helemaal niet. Het zou ook af te lezen zijn te lezen zijn aan het feit dat in Vlaanderen een professor nog echt een professor is. Dat heb ik gemerkt toen ik begin jaren tachtig een jaar aan de universiteit van Leuven werkte. Dat was tijdens mijn gastprofessoraat van 2009 tot 2011 aan de universiteit van Gent nog onveranderd. Keerzijde was dat als ik de studenten in een volle collegezaal een vraag stelde, ze te geïntimideerd waren om er op in te gaan. Daar hebben studenten hier gelukkig geen last van. Het is mij volkomen onduidelijk welke slagen om de arm Verhaeghe zegt te houden als hij beweert dat in Nederland het anti-autoritaire denken in de opvoeding is doorgeslagen.

De grootste ergernis die het boek van Verhaeghe destijds bij mij opriep was dat hij geen enkele pedagoog had geraadpleegd. In de pedagogiek wordt al heel lang en grondig over gezag in de opvoeding nagedacht. De sleutel voor de verwarring waar Verhaeghe over spreekt is te vinden in het gegeven dat In Nederland ‘autoriteit’ al snel met ‘autoritair’ verbonden wordt. Bij gezag gaat het juist om instemming door de gezagsvolgeling. Daarin verschilt gezag principieel van macht, die afgedwongen is. In de opvoeding houden we van meet af aan rekening met wat het kind wil. Dat kan pas echt vanaf het moment dat het kind zijn wensen onder woorden kan brengen, maar ook daarvoor proberen dat we zoveel mogelijk te doen.

Opvoeden is sinds de jaren zeventig – na het afwerpen van het juk van het patriarchaat, zoals Verhaeghe het noemt – ook altijd onderhandelen geworden. Met kinderen van twee kan dat natuurlijk niet lukken. Als je dat doorgeslagen noemt vind je mij aan je kant. Kinderen hebben behoefte aan structuur en moeten soms door volwassenen uit hun bevangenheid worden verlost. Maar in tegenstelling tot wat Verhaeghe beweert kun je peuters en kleuters voor hun prestaties nog ongeremd prijzen. Dat levert echt geen onherstelbare schade op hun dertiende op. Als ze vanaf hun zesde maar wel in de gaten krijgen dat zij niet overal de beste in zijn. Zo niet, dan moeten ze daarbij worden geholpen.

Iedere Nederlander die ooit in Vlaanderen heeft gewerkt, kent de hiërarchische structuur van de samenleving daar. Als je iets aan de orde stelt op een te laag niveau loop je kans dat de hoger geplaatste verantwoordelijke zich zo gepasseerd voelt dat je je hele plan voorgoed vergeten kan. Het belemmert de samenwerking waar wij in ons platte Nederland, ook in de opvoeding, zo op gericht zijn. Bij een lezing in Maastricht trof Verhaeghe ouders die hun kinderen naar de wat mij betreft onnodig strenge Vlaamse scholen stuurden. Maastricht – dat is misschien niet bepaald Nederland, zeg ik op gezag van Paul Verhaeghe.

 

Op 20 april 2016 ging Bas Levering met Paul Verhaeghe in debat in Rotterdam: https://arminius.nu/programma/autoriteit-met-paul-verhaeghe/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *