Juffrouw De Zeeuw

Wie wil weten hoe machtig de zittende leraren door de huidige stand van het lerarentekort zijn geworden moet beslist het korte verslag van de Haarlemse Bijlesaffaire in de Volkskrant van 13 februari (p. 2) lezen. Bestuur en directie hebben erin moeten toestemmen dat drie leerkrachten van basisschool De Kring tot de zomervakantie gewoon kunnen doorgaan met het via hun bijlesinstituut geven van bijlessen aan kinderen van hun eigen school. Het bestuur werd met het dramatische lerarentekort op de achtergrond effectief in het nauw gedreven, doordat de drie dreigden met het opzeggen van hun contract.

Over de vraag of het via de constructie van een eigen bedrijf bijles geven aan kinderen van de eigen school integriteitsproblemen oplevert, kan geen misverstand bestaan. Ook onderwijsminister Arie Slob heeft op de hem eigen rustige manier laten weten dat het hoe dan ook onwenselijk is als leraren betaald bijles geven aan kinderen van de eigen school. Probleem is vanzelfsprekend dat de overheid zelf aan het ontstaan van de ongewenste omstandigheden heeft bijgedragen. Maar dat is een ander verhaal.

Het valt de drie leraren zeer kwalijk te nemen, dat ze het verschil van inzicht met het bestuur hebben menen te moeten beslechten door inzet van een buitenproportioneel drukmiddel. Maar meer nog zijn de drie te laken omdat ze blijkbaar niet hadden ingezien dat lang niet van alles, waarvan voor iedereen duidelijk is dat het onwenselijk is, expliciet wettelijk vastgelegd kan worden dat het verboden is. Het verslag vermeldt niet of de drie hebben toegegeven dat ze juridisch weliswaar in hun recht staan, maar het inhoudelijk gewoon bij het verkeerde eind hadden. Het lijkt er niet op.

Over bijles gesproken. In het voorjaar van 1955 verhuisden mijn ouders van Rotterdam naar Utrecht. Voor een van hun vier kinderen ontstond op school wel een heel bijzondere situatie. Ik was net overgegaan van de eerste naar de tweede klas (van groep 4 naar groep 5). In Rotterdam werd nog het systeem van klassenbevordering per 1 maart in plaats van 1 september gehanteerd. Ineens zat ik daar in Utrecht tussen de kinderen die driekwart jaar verder waren. Dat ze er nog schuin schreven, terwijl ik het schrijven al door middel van de rechtopmethode ‘Eerst veilig, dan snel’ aangeleerd had gekregen, was maar een van de vele verschillen.

Ik vind het nog altijd bijzonder dat mijn ouders, in overleg met de onderwijzers van mijn nieuwe school, mij als zevenjarige zelf hebben laten beslissen over de vraag wat ik wilde, de tweede klas in drie maanden, of in een jaar en drie maanden. Of zouden ze gewoon geweten hebben wat ik maar al te graag wilde? We hebben het er nog vaak over gehad, maar dat heb ik hen nooit gevraagd.

Bij de keuze voor de snellere weg hoorde wel dat de onderwijzeres van de tweede klas, juffrouw De Zeeuw, me na schooltijd bijles zou geven. Van de inhoud van die lessen kan ik me eigenlijk niets herinneren. Ik weet zelfs niet eens meer of het er veel of weinig waren. Ook heb ik er geen idee van hoeveel de bijlessen hebben bijgedragen. Maar wat me wel heel helder voor de geest staat is dat het allemaal vanzelfsprekend toeging.

Het gevaar van dit soort herinneringen is natuurlijk dat ze er achteraf alleen maar mooier op worden. Voordat je het weet dreigt het ‘fiets met houten banden-effect’. De verschillen met vandaag de dag zijn hoe dan ook immens. De klassen barsten in die jaren echt uit hun voegen. We zaten er met zijn achtenveertigen in. En juffrouw De Zeeuw? Ik weet zeker dat ze voor die bijlessen geen cent extra betaald heeft gekregen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *