Onderzoek naar anti-pest programma’s houdt niet vanzelf op

‘Een multidisciplinair consortium van onderzoekers onder leiding van prof. Bram Orobio de Castro (Universiteit Utrecht) start in mei dit jaar met het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van tien anti-pestprogramma’s. Het onderzoek is een belangrijk onderdeel van het plan van aanpak tegen pesten van staatssecretaris Dekker (onderwijs) en de Kinderombudsman.’

Zo kondigde net Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) afgelopen maandag het aanvullend onderzoek naar anti-pestprogramma’s aan. Het onderzoek is het  vervolg op het werk van de commissie die vorig jaar 61 methodes beoordeelde en oordeelde dat geen enkele methode aan alle gestelde eisen voldeed. Van de methoden die desondanks voorlopig werden goedgekeurd worden er nu tien empirisch echt op effectiviteit onderzocht. Wat voor zin heeft dat eigenlijk nog?

Ik heb het Tweede Kamerdebat over de wet sociale veiligheid op school van 19 maart j.l. nog eens met aandacht bekeken. Aan de vraag welke betekenis aan de bewezen effectiviteit van programma’s moet worden gehecht werd verreweg de meeste aandacht besteed. Staatssecretaris Dekker liet er geen enkel misverstand over bestaan dat er voor scholen geen verplichting zal zijn tot het gebruik van effectief bewezen methoden. Scholen moeten hun aanpak van het pestprobleem voor de inspectie verantwoorden, maar  mogen daarbij ook niet-effectieve methoden gebruiken. De kinderombudsman, die daarvan schande blijft spreken, komt met deze uitspraak van de staatssecretaris volkomen in zijn hemd te staan. De inspectie zal, aldus de staatssecretaris, de scholen niet eens vragen welke methoden ze gebruiken. Het gaat de inspectie om het resultaat.

Dat alles werpt een merkwaardig licht op het aanvullend onderzoek. ‘Waar hep dat nou nog voor nodig?’ zou je zeggen. Het aanvullend onderzoek lijkt nog slechts van wetenschappelijk belang, maar over dat wetenschappelijk belang valt ook nog eens met redenen te twisten. Wat mij betreft had het ministerie van OCW de € 890.000,– , die met het onderzoek is gemoeid, veel beter op andere manieren kunnen besteden. Want ik deel de verwachting van de staatssecretaris niet dat scholen die in de toekomst hun anti-aanpak niet op orde krijgen het lijstje met effectieve methoden zullen raadplegen. Dan doen ze er immers veel beter aan om te rade te gaan bij scholen die wel grip hebben kunnen krijgen op dit serieuze probleem. En misschien, heel misschien, wordt daar dan wel een bewezen effectieve methode gebruikt, maar heel zeker is dat niet.

Een gedachte over “Onderzoek naar anti-pest programma’s houdt niet vanzelf op

  1. Even ter correctie. Er zijn geen bewezen effectieve methodes zoals je ook eerder in het artikel correct opmerkt.

    En op de vraag waar dat nu voor nodig is? Het gaat bij dit hele circus helemaal niet om het oplossen van het pesten op scholen. Dat mag toch wel duidelijk zijn. Hoe kan het dat een lid van de zgn. onafhankelijke commissie zijnde de heer Orobio de Castro 890.000 euro opstrijkt om nog een keer o.a. de Kanjertraining en PBS methodes te gaan onderzoeken waar hij allang sponsor van is, danwel geld aan heeft verdiend? De “markt” van pestaanpakken wordt op deze kundige wijze op een slimme manier gemonopoliseerd. Het gaat alleen maar om geld verdienen over de ruggen van kinderen.

    En laat ik een voorspelling doen. De enige aanpakken die als goed uit het onderzoek gaan komen zijn: KiVa, Kanjertraining en Prima. De Vreedzame School heeft zich heel verstandig hieruit teruggetrokken. Die hebben dit spel door!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *