Als hij maar geen voetballer wordt

De hebzucht is waarschijnlijk de meest verwenste karaktereigenschap van dit moment. Hebzucht kan tot onvoorstelbare vormen van irrationeel gedrag leiden. Berucht is het verhaal van de zeer gerespecteerde Amerikaanse beurshandelaar Ivan Boesky, die een fortuin verzamelde met investeringen in aandelen van bedrijven die met overname werden bedreigd. Het is goed om nog eens op verhaal zijn uit de jaren tachtig te wijzen, al is het maar om te laten zien dat de bank- en beursellende allesbehalve van recente datum is. Boesky bezat tussen 150 en 200 miljoen dollar – een bedrag dat big spenders in negen levens nog niet op weten te krijgen – toen hij op beschuldiging van handelen met voorkennis tot drie en een half jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Na zijn vrijlating, twee jaar later, is hij het reputatieverlies niet meer te boven gekomen. Dat de jaren tachtig, de jaren van de vorige economische crisis, wel het decennium van de hebzucht worden genoemd, is in meer opzichten aan Boesky te danken. Uit zijn toespraak voor de School of Business Administration in Berkeley uit 1986 worden nog vaak de volgende zinnen aangehaald: ‘Greed is all right, by the way. I think greed is healthy. You can be greedy and still feel good about yourself.
Dat het verwijt van ongebreidelde hebzucht recentelijk genoeg was om bankiers te doen afzien van overeengekomen salarisrechten, zegt heel veel over het huidige maatschappelijk morele klimaat. Als het om de hebzucht gaat is inmiddels ook in onderzoek aangetoond dat managers en financieel deskundigen er meer last van hebben dan leraren en kappers bijvoorbeeld. Er is helaas niet onderzocht of je van het bankiersvak hebberig wordt, of dat het bankiersvak hebberige mensen aantrekt. Recent onderzoek heeft ook aangetoond dat hebzuchtige mensen meer immoreel gedrag vertonen. Dat vermoedden we al, maar ook daarmee is de vraag op of het bij hebzucht om een aangeboren eigenschap gaat, of dat het de gelegenheid is die de dief maakt, natuurlijk niet beantwoord. Dat handel met of zonder steekpenningen vooral ook een kwestie van cultuur is, staat als een paal boven water. Een verrassende uitkomst van recent onderzoek is dat hebzuchtige mensen niet per se een grotere neiging hebben om risico’s te nemen. In de jaren zeventig was het zeer gebruikelijk om het kapitalistisch economisch systeem van veel meer de schuld te geven dan van het veroorzaken van hebzucht alleen. Waarom die analyse na de recente bankencrisis niet opnieuw een vaste voet aan de grond gekregen heeft, is mij eigenlijk een raadsel.
De tijd is voorbij dat ouders een grote stempel willen drukken op de beroepskeuze van hun kinderen. Hebben we anno 2015 wat dat betreft toch nog een advies voor de ouders? In 1973 zong Boudewijn de Groot over zijn zoon Jim, nog een baby toen: ´Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien half dood. Maar liever dat nog dan het bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt hij alleen maar slechter van.’ De wereld is inmiddels inderdaad sterk veranderd. Als je zoon vandaag de dag voetballer wil worden, is doodgeschopt worden misschien niet meer je grootste angst. Je grootste angst schuilt in het feit dat, als hij op jonge leeftijd zo’n gigantisch salaris gaat verdienen, de kans dat hij weerzinwekkend hebzuchtig wordt bijna honderd procent is.

Een gedachte over “Als hij maar geen voetballer wordt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *