Jeugdzorg dreigt te bezwijken onder het monster van de bureaucratie

In mijn vorige blog wees ik op de absurde situatie waarin jeugdpsychiater René Zijlstra en talloze van zijn collega’s sinds 2015 terecht zijn gekomen. Alles moet goedkoper en leken denken al gauw dat de jeugdpsychiater “vanuit zijn ivoren toren dure recepten rondstrooit.” Zijlstra constateert dat er bij gemeentelijke afdelingen jeugdzorg een cultuur van wantrouwen tegenover de orthopedagoog, de jeugdpsychiater en de jeugdpsycholoog is ontstaan. Dat gaat gepaard met een merkwaardige rolwisseling. Leken nemen plaats op de stoel van de deskundige en de deskundige verdwaalt in een woud van wetten en regels.

Maar dat zou toch juist allemaal veranderen!? En de partij van Edith Schippers werpt zich toch altijd op als voorstander van vermindering van regelgeving? Zou dat dan misschien alleen voor het bedrijfsleven gelden en niet voor de zorg? Minister Schippers is trots op de bezuinigingen die haar departement in de zorg heeft gerealiseerd. Niemand heeft haar tijdens haar ministerschap kunnen betrappen op enige zorg om een onder haar leiding ontwikkeld woud van wetten en regels voor de deskundigen in de zorg.

Zou een belangrijke verklaring voor deze zorgeloze bezuinigingspolitiek dan misschien toch zijn, dat politici ter rechterzijde de crisis hebben aangegrepen om de overheid te saneren, zoals Bas Jacobs begin deze week in het Financieel Dagblad suggereerde? (En zouden sociaal democraten als Martin van Rijn zich hier niet tegen willen verzetten omdat ze bang zijn voor het imago van een gat in hun hand, zoals Jacobs eveneens suggereert?) In elk geval is het begrijpelijk dat het er vanuit een prioriteit van afbouw van de verzorgingsstaat politiek niet toe deed dat het drastische bezuinigingsbeleid niet bijdroeg aan economisch herstel. En dat men al helemaal ongevoelig was voor alle signalen die erop wezen dat de zorg, en met name de jeugdzorg, ernstig onder dit beleid te lijden heeft.

Om de kaalslag en het leed in deze sector nog eens te illustreren laat ik na ruim anderhalf jaar ervaring met de transitie opnieuw orthopedagoog Anneke Vinke aan het woord, landelijk werkend, alhoewel dat “een crime is geworden”. “De meeste zelfstandigen krijgen te maken met eenzijdige tariefverlagingen door gemeenten: slikken of stikken. Elke regio een iets ander tarief. Boeteclausules, verantwoordingsrondes, cijfers aanleveren per kwartaal aan de regio, aan het CBS (en voor volwassenen aan SBG), aan DIS. (…)

Van alle kanten rolt het monster van de bureaucratie over de vrijgevestigde heen: we moeten een kwaliteitsstatuut maken, ROM systeem optuigen, een visitatie betalen, registraties verlengen, bijscholingen volgen (in eigen tijd: scholing betekent geen cliënten, betekent geen inkomen). Dit alles in ruil voor een uurloon dat ten minste 10% onder het NZA tarief ligt en dat lager is dan dat wat de notaris rekent voor zijn secretaresse. Per gewerkt uur tot een half uur nabewerking inclusief allerlei extra administratieve handelingen via portals die niet of nauwelijks werken. Tussentijdse cijfermatige rapportages die geen bal zeggen over inhoud en kwaliteit van hulpverlening. Ergo: voor uitvoerende gespecialiseerde, landelijk werkende eenpersoonspraktijken heb ik nog geen enkele ‘lust’ of verbetering kunnen ontdekken van de transitie. Sterker nog: de transitie lijkt erop gemaakt om de gemeentelijk vergoedde eenpersoonspraktijk volledig de nek om te draaien. Gelet op hoe het nu gaat, gaat dat vast lukken.”

 

Een gedachte over “Jeugdzorg dreigt te bezwijken onder het monster van de bureaucratie

  1. Haha heerlijk herkenbaar, dit is mijn leven als eenpitter zzp’er GZpsycholoog. Maar toch blijf ik positief in de transitie staan als gemeenten meer ruimte krijgen om echt op kwaliteit te mogen sturen, want gemeenteambtenaren die dicht op hun burgers staan, ontvangen dan eerder relevante signalen om bestaande zorg te evalueren op hun waarde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *