Verplichte opvoedcursus ≠ kinderbescherming

Mijn vorige blog richtte zich op de onzinargumenten waarmee het voorstel wordt verdedigd om kindermishandeling en misbruik aan te pakken met een verplichte opvoedcursus. Maar het hele idee dat de overheid zich op een dergelijke dwingende manier met de opvoeding zou gaan bemoeien is natuurlijk volstrekt verwerpelijk. Het zal ook geen enkel effect sorteren, omdat dergelijke generale preventie niet aankomt bij de beoogde probleemgevallen. En het is ronduit absurdistisch hoe dit voorstel van de landelijke werkgroep op geen enkele wijze logisch volgt uit haar bevindingen. Er wordt geconcludeerd dat er bij meldingen van mishandeling te lang wordt gewacht met daadwerkelijke hulp, dat hulpverleners te weinig oog hebben voor de veiligheid van het kind en dat er onvoldoende bewezen effectieve interventies zijn. Niets wijst in de richting van algehele onwetendheid onder de Nederlandse ouders.

Het voorstel voor een verplichte opvoedcursus heeft ook bijzonder wrange kanten. Het is immers niet alleen onzinnig maar ook wrang om de Nederlandse ouders – vanwege het ‘goede doel’ van de preventie van kindermishandeling – te benaderen vanuit deze insteek van wantrouwen en risico. En het is wrang om, terwijl de jeugdzorg worstelt met het opvangen van jarenlange gigantische bezuinigingen, de crisisopvang wordt overvraagd, de ggz op afstand wordt gehouden en veel ouders van kinderen die echt dringend specialistisch hulp nodig hebben radeloos worden, geld te willen vrijmaken voor een verplichte opvoedcursus voor alle ouders.
De gedachte dat een verplichte opvoedcursus iets zou bijdragen aan onze kinderbescherming berust op een fundamentele misvatting. Kinderbescherming gaat niet over fouten in de opvoeding. Die maken we allemaal. Kinderbescherming heeft betrekking op serieuze, dringende gevallen – opvoedings- en verzorgingssituaties waarin kinderen ernstige schade oplopen: mishandeling, misbruik, ernstige verwaarlozing. Zoals ik in mijn oratie en in mijn afscheidsrede heb laten zien, wordt deze solide, traditionele gedachte de laatste jaren echter vanuit twee extreme posities ondermijnd. Aan de ene kant klinkt met enige regelmaat een pleidooi voor ‘fatalisme’: de overheid zou moeten afzien van iedere vorm van bemoeienis met opvoeding en verzorging van kinderen. Zo suggereert bestuurskundige Paul Frissen bij herhaling dat de overheid überhaupt geen taak heeft wat betreft problemen als obesitas, ondervoeding, schoolverzuim en levensgevaarlijk gedrag. Pas als kinderen overlijden, zou de staat in beeld moeten komen.
Lijnrecht tegenover dergelijke frivole ideeën staan echter net zo extreme pleidooien voor een vlucht naar voren, waarbij de overheid zou moeten bepalen of de opvoeding wel ‘goed genoeg’ is. Zo hamert Jan Willems al jaren op verplichte opvoedgesprekken en -cursussen voor aanstaande ouders. Margrite Kalverboer heeft een lijstje met eisen omtrent opvoeding en verzorging opgesteld aan de hand waarvan de overheid zou moeten beoordelen of de opvoeding wel voldoet. Een dergelijk ‘perfectionisme’ zien we nu terug in het advies van de werkgroep van Van der Laan.
Maar kinderbescherming gaat helemaal niet over de vraag of de manier waarop u uw kind opvoedt goed genoeg is. Onze kinderbescherming is geen gids voor goed ouderschap, maar achtervang in noodgeval. Het extreme standpunt van Van der Laan c.s. is in strijd met de grondslag van onze kinderbescherming. Net zo min als het pleidooi voor overheidsfatalisme valt het pleidooi voor een overheid die streeft naar perfectionisme op het terrein van de opvoeding te rijmen met het Nederlandse jeugdbeschermingsrecht. We hebben behoefte aan een prudente overheid, die zich slechts dwingend met de opvoeding en verzorging van kinderen binnen het gezin bemoeit, als een kind zodanig opgroeit dat het in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Een overheid die dat dan ook doet met kennis van zaken, doortastend, met voldoende middelen en met reëel perspectief op verbetering.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *