Adolescentenstrafrecht voor notoire lastpost?  

 

De Banne in Amsterdam-Noord ondervindt de laatste maanden op een paar plekken ernstige overlast door een groep jongeren. Vorige week vrijdag publiceerde Het Parool een interview met een van deze notoire lastposten. Een tenger ventje van net 18, verdacht van intimideren en ruiten ingooien bij buurtbewoners, bedreiging van voorbijgangers en agenten, mishandeling van straatcoaches en journalisten. Hij werd geïnterviewd op de gang van de rechtbank. Daar had hij net een werkstraf van 36 uur gekregen, omdat hij een gebiedsverbod had overtreden dat hem door de burgemeester was opgelegd.

Een paar citaten: ‘Ik luister naar niemand, op straat ben ik mijn eigen man.’ En met trotse verwijzing naar het feit dat zijn naam voorkomt op de gemeentelijke Top1000: ‘Ik ben geen kleintje meer. Wij zijn soldaten, wij zijn mannen. Ik pis op de straatcoaches. Ze hebben het niet gemaakt. Een van die coaches had een grote bek, hij wilde met ons vechten. Maar toen kwamen wij met z’n twintigen en toen moest hij rennen. (…) Een cameraman kreeg klappen en die presentatrice rende huilend het winkelcentrum in, maar ook zij kreeg schoppen. Ik zat te genieten. Het enige waar ik spijt heb, is dat ik het niet heb gefilmd. Dat filmpje had ik voor veel geld kunnen verkopen.’ Over de taakstraf: ‘We gaan toch in hoger beroep.’ Intussen loopt nog een zaak tegen hem wegens mishandeling.

Een jonge lastpost met praatjes, streetwise en stoer in groepsverband. Voelt zich gestreeld door media-aandacht, heeft niets om handen maar gaat ervan uit dat hij het gaat maken. Waarschijnlijk (nog) geen ernstige vermogensdelicten op zijn naam, geen lang strafblad, nog geen jeugddetentie en nog geen PIJ. Komt zo’n kereltje, net meerderjarig, met zulke kinderlijke bluf niet in aanmerking voor behandeling via het adolescentenstrafrecht?

Zoals ik in deze serie blogs over dit onderwerp heb duidelijk gemaakt, ben ik groot voorstander van waar mogelijk toepassen van adolescentenstrafrecht bij jongvolwassen verdachten. Toch sluit ik deze reeks af met een negatief voorbeeld, om daarmee nog eens te benadrukken dat de psychologische aspecten bij deze keuze doorslaggevend moeten zijn. Trots op wangedrag, pochen op straatwaarde, schijt aan justitie: dit zijn allemaal redenen om daarvan af te zien. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn om zijn ouders of een oudere zus die het goed doet op school te spreken. De kans is zeer groot dat zij met de handen in het haar zitten vanwege het wangedrag van dit lid van het gezin, dat hun te schande maakt en voortdurend ellende bezorgt. Net als de stoer volhardende veelpleger worstelt ook zo’n kereltje nog geen moment met de gevolgen voor zichzelf en voor zijn ouders en verdere familie. Ook zo’n toppertje 1000 lacht om iedere optie richting sanctionering via het adolescentenstrafrecht. Hij is immers zijn eigen man: ‘Wij zijn soldaten, wij zijn mannen.’

Net als de volhardende jonge veelpleger kiest hij voor zijn antisociale en brute levensstijl, ook al valt er bij hem ongetwijfeld heel veel af te dingen op het volwassen karakter van die keuze. Het is wellicht ook de moeite waard om te proberen langs therapeutische weg iets te helpen bijsturen in de koers die deze jongen inslaat. Ook in dit geval zou ik de keuze voor het adolescentenstrafrecht echter opvatten als hard paternalisme, omdat ook hier de eigen keuze van de persoon en zijn positionering als man fundamenteel wordt ontkend ‘voor diens bestwil’. Een stevige, volwassen straf (boete of detentie en waar mogelijk vermijden van een taakstraf) lijkt mij ook in dit geval aangewezen.

En wat de veronderstelde effectiviteit van een meer kindvriendelijke aanpak betreft, wijs ik graag op wat alle door ons geïnterviewde veelplegers (behalve de volharders) als sleutel voor verandering benoemden, of ze nu nog crimineel actief waren of al echt gestopt: ‘je moet het zelf doen, je moet er zelf mee willen kappen.’

 

Een gedachte over “Adolescentenstrafrecht voor notoire lastpost?  

  1. Jongeren worden in een JJI behandeld voor hun problemen; er wordt actief aan ze getrokken om hun gedrag te verbeteren. Dat vinden ze meestal niet leuk. Uit recent onderzoek dat we binnen de JJI’s hebben gedaan en onlangs aan de tweede Kamer is gestuurd (Rapportage Justitiele Jeugdinrichtingen 2015) blijkt dan ook dat oudere jongeren het leefklimaat anders ervaren dan jongeren onder de 18. Jongeren boven de 18 ervaren significant meer repressie en een minder positieve sfeer. Zij ervaren hun verblijf in de JJI wel degelijk als een straf. In verdiepende interviews met deze jongeren blijkt dat veel adolescenten veel liever naar een PI willen dan naar een Justitiele Jeugdinrichting. Zo geven zij aan: “in de PI kun je gewoon je tijd uitzitten en is het super relaxed, hier (in de JJI) moet je wel een beetje je best doen en is alles veel strenger”.

    Jongeren geven wel aan dat ze het uiteindelijk zelf moeten doen, maar worden hierin l gecorrigeerd en positief gestimuleerd in een JJI, ook als het gaat om antisociaal gedrag. In het licht hiervan zou het juist heel goed zijn om deze jongen naar een JJI te sturen omdat hij hier gecorrigeerd wordt voor zijn gedrag en niet alleen ‘stoer’ zijn tijd hoeft uit te zitten. Uit veel onderzoek is gebleken dat behandeling kan werken.

    Peer van der Helm en Veronique van Miert werken bij het lectoraat residentiele jeugdzorg van de Hogeschool Leiden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *