Hoe blij moeten we zijn met het buitenlandse enthousiasme over de Nederlandse opvoedingsstijl?

De afgelopen jaren werd ons keer op keer voorgehouden dat we het hier helemaal verkeerd deden en werd ons successievelijk de Chinese (2011), de Franse (2012) en de Surinaamse (2015) opvoeding ten voorbeeld gesteld. Met het verschijnen van het boek De image_2462gelukkigste kinderen van de wereld. Opvoeden The Dutch way kunnen we lezen dat de opvoeding ons juist heel goed af gaat. Het gaat om de vertaling van The Happiest Kids in the World. Bringing up Children the Dutch Way waarin Rina Mae Acosta en Michele Hutchison, twee in Nederland woonachtige expats, de Amerikaanse en Engelse lezers voorhouden dat zíj er helemaal niets van bakken. Aan het einde van de langgerekte lofzang geven de schrijfsters te kennen dat het leven als moeder in ons land hen veel geleerd heeft over het karakter van de Nederlanders ‘Een van de dingen waar we het meest aan hebben moeten wennen is de waarde die ze hier hechten aan de middelmaat.’ Als dat de openingszin van het boek geweest zou zijn, zou het waarschijnlijk niet zo serieus genomen zijn.

Het moet gezegd, in een notendop kwam de inhoud van het boek van Acosta en Hutchison al voorbij in het essay dat de ook in ons land woonachtige Australische Mihal Greener op 4 november 2015 in de Washington Post publiceerde en dat op 14 november onder de titel ‘Wat kunnen we leren van de Nederlandse moeders?’ ook in NRC-Handelsblad verscheen. Beslissend is dat Nederlandse ouders in vergelijking met Amerikaanse en Engelse ouders veel ontspannener zijn. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat er hier niet van meet af aan zo’n enorme nadruk op schoolprestaties wordt gelegd. Hoge cijfers zijn daar voorwaarde om later tot de beste universiteit te worden toegelaten. Bij ons is het met goed gevolg een vwo-opleiding afronden genoeg. Toen ik in 2013 op een congres in Pasadena (Los Angeles) over onze vrijheid van onderwijs en de gelijke bekostiging van het openbaar en bijzonder onderwijs sprak, vielen mijn toehoorders van hun stoel. Nadat ik erbij verteld had dat leerkrachten werkzaam op hetzelfde onderwijsniveau allemaal evenveel verdienden zijn ze niet meer opgestaan. Laatst sprak ik iemand uit de naaste omgeving die een mooie baan in Australië aangeboden had gekregen, maar die het vorstelijke salaris zag verdampen toen hij zich realiseerde hoeveel voor het particuliere onderwijs van zijn kinderen zou gaan kosten.

Aanleiding voor het boek werd gevormd door harde cijfers. Dat de Nederlandse kinderen de gelukkigste zijn komt steevast uit de wereldwijde vergelijking rollen waarover UNICEF sinds 2007 rapporteert. In 2013 haalde de Nederlandse kinderen de top vijf in alle categorieën: materieel welzijn, gezondheid en veiligheid, onderwijs, gedrag en risico’s en huisvesting en milieu. 95 procent van de kinderen gaf desgevraagd ook aan zich gelukkig te vóelen. De auteurs zetten een aantal zaken op een rij waarin Nederlandse kinderen anders zijn dan Britse of Amerikaanse. Nederlandse baby’s krijgen meer slaap. Nederlandse kinderen hebben weinig tot geen huiswerk op de basisschool. Nederlandse kinderen worden niet alleen gezien, maar ook gehoord. Ze mogen zelfstandig op de fiets naar school. Ze mogen zonder toezicht buiten spelen. Nederlandse kinderen eten regelmatig met het hele gezin. Ze brengen meer tijd met hun ouders door. Nederlandse kinderen zijn blij met kleine dingen en tevreden met tweedehandsspeelgoed.

De gelukkigste kinderen van de wereld is meeslepend geschreven. Acosta en Hutchison informeerden zich in hun directe omgeving, bij hun Nederlandse schoonzussen en de moeders van school bijvoorbeeld, maar ook bij deskundigen, al is dat laatste zeker niet de sterkste kant van het boek. Er is een hoofdstuk over het gezellige thuis bevallen en één over rust, reinheid en regelmaat. Het hoofdstuk over ‘Lerend spelen’ is één lange aanklacht tegen het pushen van peuters om te leren lezen. Onze expats zijn wel in een bevoorrechte omgeving terechtgekomen, in het Utrechtse Doorn en in het veryuppende Amsterdam-Noord. Ze werden er niet met de voorschoolse educatie lastig gevallen waar ze in de Britse Midlands en de Bay Area van San Francisco wel mee werden geconfronteerd. (Onvermeld blijft dat dat hen op tal van andere plekken in Nederland wel degelijk had kunnen overkomen). Sociale vaardigheden worden hier belangrijker gevonden dan academische prestaties, zoals ze het accent op het cognitieve steevast benoemen. Waar Nederlanders vooral goed in zijn is met hun kinderen praten. Acosta en Hutchison schetsen in feite een ideaalbeeld van de Nederlandse opvoeding, een beeld dat wellicht door jarenlange anglificatie hier te lande misschien niet meer van voor tot achter met de werkelijkheid overeenkomt. Door buitenlandse ogen bezien komt de waarde van wat voor ons ooit de gewoonste zaak van de wereld was als iets heel bijzonders naar voren. De auteurs ging het erom hun Amerikaanse en Britse landgenoten een spiegel voor te houden, maar met deze Nederlandse vertaling houden ze de Nederlandse lezer een spiegel voor. Het boek moet en kan ons aanzetten zuiniger te zijn op onze niet op concurrentie maar op samenwerking gerichte polderopvoedingstijl.

Het boek van Amy Chua The Battle Hymn of the Tiger Mother was een felle kritiek op de Amerikaanse hyperparenting. Zij kwam met een ronduit autoritair en hardvochtig Chinees alternatief. In The happiest Kids in the World kunnen de Amerikaanse lezers nu lezen hoe betrokken de ideale Nederlandse opvoeder is en hoe weinig zij er bij haar kinderen bovenop zit. Dat het geen sprookje is dat de Nederlandse opvoeder niet voortdurend in de weer de kinderen voortdurend van elk mogelijk gevaar te vrijwaren bleek nog eens in het Volkskrantartikel van 4 april 2017 over de opening van de Dafne Schippersbrug in Utrecht. (Aan fietsen is in het boek een heel hoofdstuk gewijd). De oprit naar de fietsbrug loopt over het dak van een school. Op de vraag van de journalist of het niet gevaarlijk wordt als de kinderen achter een bal aan het fietspad ophollen antwoordt de leerkracht: ‘Dat ze dat niet moeten doen, leren ze gauw genoeg’. En de vanzelfsprekende kindgerichtheid mag blijken uit de opmerking van een leerkracht, dat het schoolplein weliswaar kleiner is geworden, maar dat vooral de bovenbouwleerlingen de nieuw aangelegde grashelling heerlijk vinden, omdat ze daar zo lekker kunnen chillen. In het hoofdstuk ‘Discipline’ wordt de Nederlandse verhouding tussen ouders en kinderen treffend samengevat. Spontaniteit wordt gestimuleerd. De Nederlandse ouder heeft eerder overwicht dan autoriteit. Discipline is niet gebaseerd op straf. Kinderen zijn vriendelijk en behulpzaam, maar niet eerbiedig. In het gezin heeft iedereen inspraak tot de jongste toe. Van volwassen Nederlanders wordt verwacht dat ze hun mening klaar hebben en direct zijn, dus kun je daarmee maar het beste vroeg beginnen. In aan het boek gewijde uitzending van EenVandaag van 24 maart 2017 leverde Roue Verveer nog eens zijn Surinaamse commentaar op de wat hem betreft doorgeslagen Nederlandse opvoeding: ‘Wat ze moeten weten is dat er een baas is. Ik ben niet je vriend, ik ben je vader. En als het erop aankomt heb ik het voor het zeggen en ga je niet met deuren slaan, als het niet is wat jij wilde horen bij een bepaalde beslissing. Vroeger als ik mijn vader iets vroeg en hij zei “nee” en ik zou vragen waarom, werd het gezien als brutaal.’ Over de gezinnen waar de kinderen de baas zijn hebben Acosta en Hutchison het natuurlijk niet, maar als je kritiek op de Nederlandse opvoedingsverhoudingen onderbouwt met een verwijzing naar wat een vorige generatie vaders als brutaal kwalificeerde sla je de plank volledig mis. Als de auteurs gevraagd wordt of ze de Nederlandse opvoeding wellicht romantiseren licht Acosta nog eens toe waarom ze hier in dat opzicht echt in een betere wereld terecht gekomen is.

Het ideaal van de Nederlandse opvoeding met een jeugd vol vrijheid, waarin ook nog eens de seksuele opvoeding op orde is en er niet krampachtig over wordt gedaan, is het verdedigen waard. Niet iedereen is even enthousiast. In 2008 liet het blad J|M onderzoek doen naar de opvattingen van kinderlozen. 28% voelde wel voor kindvrije uren in de supermarkt, 31 % voor kindvrije zones in voorzieningen, 19% wilde wel in een kindvrije woonomgeving wonen. 81% van de kinderlozen waren van oordeel dat kinderen niet goed worden opgevoed. Het zou interessant zijn om dat onderzoek volgend jaar te herhalen. Want verder lijkt de betrokkenheid alleen maar toe te nemen. De nieuwe generatie vaders steekt meer tijd in de opvoeding dan elke voorafgaande generatie en de betrokkenheid van de grootouders gaat die van vorige generaties ver te boven.

Is er dan helemaal geen kritiek? Er zijn mij er drie echt opgevallen. Het eerste komt uit de mond van Sara Harkness die met haar man Charles Super al dertig jaar onderzoek doet naar culturele overtuigingen en opvoedpraktijken van ouders over de hele wereld. Ze vertelt dat ze toen ze in het kader van onderzoek in Nederland behoefte had aan extra interviews de Nederlandse onderzoeksassistenten één voor één weigerden die af te nemen. Dat is gênant, maar dat punt heeft te maken met de balans tussen werk en privé die de uitnemende Nederlandse opvoeding juist mogelijk maakt. Het tweede punt komt harder aan: Nederlanders kunnen heel goed kritiek uitdelen – daar mogen ze van jongs af aan mee oefenen – maar hebben als volwassenen grote moeite om met kritiek om te gaan. Weinig tegen in te brengen helaas. Het laatste punt van kritiek kunnen we ons minstens voor de helft aanrekenen: ‘Het was niet makkelijk om te integreren en laten we eerlijk zijn het weer is er waardeloos.’

Een gedachte over “Hoe blij moeten we zijn met het buitenlandse enthousiasme over de Nederlandse opvoedingsstijl?

  1. Via de uitgever kwam de volgende reactie van een van de auteurs binnen.

    Would it be possible to contact the editor to have it clarified that I was
    the first one actually to present “Dutch relaxed parenting”. My viral
    article, viewed now over 3 million times, was written in 2013, two years
    before Mihal Greener:
    http://www.findingdutchland.com/happiest-kids-in-the-world/
    Even the Telegraaf featured the story:
    http://m.telegraaf.nl/binnenland/article/22340253/houtense-blogger-haalt-uitzending-al-jazeera
    The article gives the impression that we borrowed Mihal
    Greener’s idea whereas I have been writing about the Dutch parenting
    phenomenon several years before she did.

    Rina Mae Acosta
    —————————————————————————————-
    Geachte Rina Mae Acosta,

    Mijn oprechte excuses voor het feit dat ik dit over het hoofd heb gezien. Dat is dus bij dezen rechtgezet. Misschien is het toch van belang om even te melden dat eeuwen voordat u over de Nederlandse opvoeding schreef, andere buitenlandse bezoekers er uitgebreid aandacht aan besteedden. Ik moet toegeven dat dat dan vaak in negatieve zin gebeurde. Zo raakten bijvoorbeeld de puriteinse pelgrims, begin zeventiende eeuw op hun doortocht van Engeland naar de Nieuwe Wereld eeuw danig geïrriteerd over de liefdevolle aanpak van de Nederlandse ouders en ergerde de Franse schrijver Denis Diderot, eind achttiende eeuw hier op bezoek, zich mateloos aan die brutale Nederlandse kinderen. Dertig jaar geleden publiceerde Simon Schama, de Britse historicus van de New Yorkse Columbia University, zijn ‘Overvloed en onbehagen’ over de Nederlandse cultuur in de Gouden Eeuw, waarin het sympatiserende, tachtig pagina’s tellende, hoofdstuk ‘In de republiek der kinderen’ te vinden is. Zoals gezegd, voor de theoretische en historische diepgang zijn we in uw boek aan het verkeerde adres. Daar is uw uitgebreid door mij geprezen boek niet voor. Maar we moeten natuurlijk wel voorkomen dat onze lezers de verkeerde indruk krijgen dat u de eerste buitenlander bent die waarderend over de ontspannen Nederlandse opvoeding schrijft.

    Hartelijke groet, Bas Levering

    http://blog.pedagogiek.nu/blog/2015/12/05/het-recht-van-kinderen-op-ontspannen-ouders/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *