4 mei en de kinderen

Net terug van een sfeervolle, lokale herdenkingsbijeenkomst in de Amsterdamse Rivierenbuurt rond het standbeeldje van Anne Frank op het plein waar zij woonde voordat het gezin Frank moest onderduiken. In deze buurt – mijn buurt – zijn tijdens de bezetting ruim 14.000 joden, van baby’s tot bejaarden, uit hun huizen gehaald en weggevoerd. Hier en daar herinneren bescheiden Stolpersteine aan deze verschrikkelijke episode. Er zijn zo’n 500 aanwezigen, veel kinderen, en veel kinderen die kleine bosjes bloemen leggen bij het beeld van hun leeftijdgenoot, Anne Frank.

Wie zich het rapport van de VN over de massale moord- en verkrachtingspraktijken door het leger van Myanmar tegen de Rohingya-minderheid anderhalf jaar geleden herinnert en wie bijvoorbeeld indertijd de documentaire Yezidi Girls heeft gezien of hun verhaal gelezen staat haarscherp voor de geest dat vervolging, moord en onderdrukking van minderheden allerminst tot het verleden behoren. De ernstig traumatische ervaringen van Cemila, Ilham en Perwin, drie yezidi-meisjes die maandenlang als seksslavinnen zijn misbruikt door IS, bevestigen de actualiteit van onze dodenherdenking voor jong en oud. Ze doen zeker niet af aan het belang van stilstaan bij de immense verschrikkingen van de bezetting en vervolging in ons land. Net als de verhalen van andere slachtoffers van genocide en bruut geweld tegen minderheden verbindt hun actuele verhaal zich juist met dit historisch drama, zoals de afgelopen jaren keer op keer door oud-burgemeester Eberhard van der Laan en andere sprekers tijdens de jaarlijkse dodenherdenking op de Dam is benadrukt.

Des te pijnlijker is de lompe afwijzing van sommigen op pogingen om die verbinding naar de actualiteit te leggen. Neem het plan om een wandeltocht ter gelegenheid van ‘De Nacht van de Vluchteling’ te starten vanuit Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Daar werd niet alleen van afgezien vanwege bedreigingen en intimidaties, maar ook omdat dit gepaard ging met grove beledigingen en ruig retorisch verzet. Er valt best begrip op te brengen voor de vrees van het Centraal Joods Overleg, dat de nagedachtenis aan de Holocaust dan zou worden ingezet voor andere zaken. Daarentegen was de kritiek van Esther Voet, hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad en oud-medewerker van De Telegraaf, in die krant ongepast: ‘Het is gewoon niet oké, ridicuul zelfs, om de link met de Holocaust te leggen. (…) In de jaren veertig zijn Joden vergast, vermoord, terwijl veel vluchtelingen juist met open armen worden binnengehaald.’

Terecht merkt Tommy Wieringa hierover op dat het ‘niet onwaarschijnlijk is dat er onder de wandelaars yezidi’s zouden zijn geweest.’ In zijn column, getiteld ‘Open armen’, wijst hij op het schokkende bericht vorige week in Trouw, dat ons land sinds kort yezidi’s uitzet. De vervolging door IS van de yezidi’s, een religieuze minderheid in Noord Irak en Syrië, kwam neer op genocide: mannen werden gedood, vrouwen verkracht en tot slaaf gemaakt en kinderen gehersenspoeld. In 2014 moest wie kon halsoverkop huis en haard in de stad Sinjar verlaten en de bergen in vluchten. Vijf jaar later ligt Sinjar nog in puin en wordt de stad door UNHCR nog als onveilig aangemerkt. Terugsturen naar die stad doet de IND dan ook niet. Maar de dienst heeft een trucje gevonden om ze alsnog terug te kunnen sturen. Nu IS is verslagen heten de tijdelijke opvangkampen in Koerdisch gebied ineens ‘veilig genoeg’ en zouden er voldoende voorzieningen en eten zijn. UNHCR Noord-Irak beoordeelt de situatie echter nog steeds als onveilig en waarschuwt voor uitputting van het Koerdische vermogen om ruim een miljoen vluchtelingen op te vangen. De kampen zijn niet alleen overvol met zwaar getraumatiseerde volwassenen en kinderen. De faciliteiten zijn er slecht en uitzichtloos. En het allerbelangrijkste: de yezidi zijn verdreven en ontheemd, de kampen zijn hun thuis helemaal niet.

Hier wordt getornd aan een van de belangrijkste verworvenheden in reactie op de Tweede Wereldoorlog – het recht op asiel. Als we de herinnering aan de jodenvervolging en de bezetting levend willen houden bij volgende generaties vraagt dat om verbinding met de actualiteit en reflectie daarop. Het is tragisch, maar tegen deze pijnlijke achtergrond dreigt onze aanwezigheid bij de dodenherdenking en het ritueel van bloemen leggen bij het beeldje van Anne Frank ook iets te krijgen van stil protest tegen beleid dat de gevolgen van actuele verschrikkingen, genocide en massale verkrachting en de humanitaire consequenties daarvan voor ons land onvoldoende lijkt te onderkennen. Een stilzwijgende oproep om degenen die voor dergelijke bedreigingen naar ons land zijn gevlucht op te vangen. Een gebaar van open armen, in weerwil van de afwijzende houding van onze regering.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *