Kinderen (en sommige ouders) leren demonstreren 

Delen:

Dat het de woordvoerders van Extinction Rebellion ontbreekt aan scherp gevoel voor de politieke en sociale verhoudingen in ons land werd recent helaas opnieuw duidelijk met hun verklaring op Instagram dat ze solidair zijn ‘met de boeren die door heel Europa de straat opgaan voor bestaanszekerheid’. Dat ze in feite alleen solidair zijn met die paar dappere boeren die zich dwars tegen alle beperkingen vanuit de agro-industrie inspannen voor ecologisch-biologische landbouw – dat wil zeggen met degenen die juist niet voorop rijden in het boerenprotest dat van harte wordt gestimuleerd door de agro-industrie – daar zien ze even aan voorbij. Net zo min als Van der Plas weigert een bedreiging te zien in de uitlatingen van de nieuwe FDF-aanvoerder richting NSC-landbouwwoordvoerder Holman en CU-minister Adema, nemen de woordvoerders van XR afstand van degenen die met groot machtsvertoon door politiekordons breken en asbest verbranden op de autosnelweg. Sterker nog, ze suggereren dat ze als activisten gelijk optrekken, met in de marge wat warrig gemompel over ecologisch produceren.

Dit soort verklaringen ondermijnt de overtuigingskracht van de milieubeweging zelf. Niet alleen omdat ze hiermee hun wegblokkades op één hoop dreigen te gooien met agressieve trekkerskolonnes. Maar ook omdat hiermee het cruciale onderscheid verloren dreigt te gaan tussen de valide beweegredenen van de milieuactivisten en de valse emoties waarop het radicale boerenprotest zich baseert. Maar het allergrootste probleem met die solidariteitsverklaring is dat daarmee het vertrouwen in het wereldbeeld dat deze klimaatactivisten voorstaan wordt ondermijnd.

Er zijn geen overtuigende argumenten om de ecologische noodtoestand waarin we wereldwijd verkeren te relativeren. Zoals ik eerder schreef valt klimaatactivisme dan ook zonder meer goed te verdedigen, ook als daarbij de grenzen van de rechtsstaat worden opgezocht en zelfs als die in uitzonderlijke gevallen doordacht en met respect voor diezelfde rechtsstaat worden overschreden. Helaas komt echter keer op keer aan het licht dat het de activisten van XR ontbreekt aan besef van het belang om de grenzen van onze rechtsstaat te respecteren. Dat wordt met name pijnlijk duidelijk als het de betrokkenheid van kinderen bij burgerlijke ongehoorzaamheid betreft.

Door sommigen wordt dit a la Van der Plas afgedaan als een ‘kulkwestie’. Kritische kanttekeningen over ouderlijke verantwoordelijkheid, onder meer van collega Micha de Winter in Eenvandaag,  worden dan zonder argument weggezet als ‘strikvraag’. Daarbij blijkt burgerlijke ongehoorzaamheid simpelweg te worden verward met het recht op demonstreren. Kinderen betrekken bij wegblokkades wordt dan voorgesteld als ‘ervaren dat je deel uitmaakt van een samenleving’. Participatie in wegblokkades zou in deze voorstelling net zo goed tot de opvoeding en de ouderlijke verantwoordelijkheid behoren ‘als een bezoek aan kerk, moskee of Bobbejaanland.

Het kan geen kwaad als degenen die geen idee hebben van het cruciale onderscheid tussen demonstreren en burgerlijke ongehoorzaamheid, het interview met Kees Schuyt in De Groene Amsterdammer van 27 september 2023 er nog eens op nalezen. Schuyt, auteur van het standaardwerk Recht, orde en burgerlijke ongehoorzaamheid uit 1972, wijst op ‘de paradox van burgerlijke ongehoorzaamheid’: ‘De geoorloofdheid van ongehoorzaamheid en verzet is afhankelijk van de staatsvorm. Waar acties van politieke of burgerlijke ongehoorzaamheid het minst mogelijk zijn – in totalitaire regimes – zijn ze moreel én juridisch het meest te rechtvaardigen. En waar die acties verreweg het gemakkelijkst zijn te realiseren door de openheid van de democratische rechtsstaat, zijn ze moreel en juridisch het minst en het moeilijkst te rechtvaardigen.’

‘Ze gaan juist niet naar het aangewezen Malieveld, dat is nou net de crux: de wet overtreden’, zegt Schuyt. ‘Maar de symbolische connectie vind ik niet sterk. Wees creatiever, denk aan andere objecten die niet medeburgers én medestanders afstoten. Neem als voorbeeld de Dwaze Moeders die zich jarenlang elke week op het Plaza de Mayo in Buenos Aires verzamelen om aandacht op te eisen voor hun verdwenen kinderen en kleinkinderen. Juist omdat buitenparlementaire acties en verzet in een democratie zo veel gemakkelijker te realiseren zijn, zal de rechtvaardiging ervan uiterst zorgvuldig moeten worden overwogen en de uitvoering aan beperkingen onderhevig zijn, om de democratische staatsvorm te eerbiedigen en te beschermen. Meer algemeen zal kritiek op het functioneren van de democratie het behoud ervan steeds als doel moeten houden. Anders kun je terechtkomen in antidemocratisch vaarwater, zoals de geschiedenis van links- en rechtsradicalisme steeds opnieuw bewijst. Dus glijd niet af naar een “ecodictatuur”, want die zal onvermijdelijk leiden tot een reactie van uiteenlopende groepen boze burgers die ook zullen grijpen naar andere middelen.’

Die waarschuwing geldt bij uitstek voor de ouders die menen dat ze goed bezig zijn als ze samen met hun kinderen deelnemen aan een blokkade van de snelweg, een protestmethode ontleend aan de blokkeerfriezen uit 2017. Dit wegzetten als ‘kulkwestie’ ziet volledig voorbij aan de bredere betekenis van dit soort acties. De gedachte dat kinderen betrekken bij hun blokkadeprotest past in de opvoeding, omdat die dan zouden ‘ervaren dat ze deel uitmaken van de samenleving’, toont zich blind voor de precaire condities voor protest in een democratische samenleving. Net als met hun solidariteitsverklaring richting de trekkerskolonnes laten de eco-activisten die samen met hun kinderen de snelweg blokkeren zien dat ze geen boodschap hebben aan de grenzen en gevoeligheden waarmee demonstreren in een democratie gepaard dient te gaan.

Pedagogisch gezien is kinderen behoeden voor de risico’s die aan zo’n blokkade-actie verbonden zijn één ding. Met De Winter ben ik van mening dat het de vraag is of de politie deze ouders meteen moet melden bij Veilig Thuis, maar dat het wel degelijk terecht is als de politie de ouders hier een paar vragen over stelt. Pedagogisch gezien is het echter net iets ingewikkelder maar minstens zo belangrijk, dat ouders hun kinderen duidelijk maken dat goed doordacht en goed te rechtvaardigen protest aan beperkingen gebonden is met het oog op het grote goed van een democratische samenleving.

Een inspirerend voorbeeld biedt nog altijd de March on Washington in augustus 1963, waar Martin Luther King zijn beroemde speech ‘I Have a Dream’ hield. Stop met de wegblokkades. Gooi het over een andere boeg. Doe iets met de suggestie van Schuyt om met regelmaat vreedzame drie generatie-klimaatmarsen van grootouders, ouders en hun (klein)kinderen naar Den Haag te organiseren.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *