De vraag is niet of Nederland is verpreutst, de vraag is hoe dat zo gekomen is en hoe erg dat is

Deze keer werd de discussie aangezwengeld door Tjarda de Groot uit Wijk bij Duurstede met haar ingezonden brief in de Volkskrant van 20 juli j.l.: Waarom worden vrouwen die op de Hollandse stranden hun bovenlijf ontbloten tegenwoordig openlijk naar een naaktstrand verwezen en waarom kon je je kinderen twintig jaar geleden nog wel naakt laten rondlopen en waarom kan dat nu – zonder erop te worden aangesproken – ook niet meer?  

Twee dagen later legde De Volkskrant in het door Mirjam Schöttelndreier geschreven commentaar uit dat topless zonnen ooit mode was, maar dat modes komen en gaan en dat deze jarenzeventigmode met haar losheid en lelijkheid inmiddels schuil ging achter het strakke perfectionisme van de prestatiemaatschappij in de jaren daarna opkwam. Ook wees ze op het ongemak dat islamitische immigranten met bloot hadden en dat wederzijds ongemak veroorzaakte. Ze wees op de opkomst van de mobiele telefoon (ze doelde op de smartphone met fotofunctie en internettoegang) die van de topless vrouw en het onschuldige spelende kind willoze lustobjecten maakte. De doorslaggevende overweging van Schöttelndreier is dat er geen moreel gelijk is, maar dat er wel een dominante moraal bestaat en dat die inderdaad verschoven is. Haar conclusie luidt: ‘Maar een moraal is geen wet: wie bloot wil zonnen, wie zijn kind met blote billen wil laten rennen, sluit lekker zijn ogen voor andermans mobiele terreur en duistere seksuele fantasieën en legt diens moraal naast zich neer. In het zand.’

Ik vind dat een al te gemakkelijke en ook een bijzonder onbevredigende conclusie en dat niet alleen omdat de herinnering aan de tijd dat die andere moraal nog dominant was me te dierbaar is. Eerst maar even over hoe het komt dat de vrijheid-blijheid-cultuur van de jaren zeventig verdwenen is. Ze is inderdaad, zoals Schöttelndreier zegt, ontstaan uit het hippiedom dat zich afzette tegen de burgerlijkheid. De beelden van ‘Kralingen juni 1970’ die ons nog altijd op het netvlies stonden zijn in het kader van het 50-jarig jubileum onlangs uitgebreid ververst. Maar het was achteraf bezien ook een verwarrende tijd. Want bij de allesmoetkunnenmentaliteit, die vooral ook door de effectieve anticonceptiepil aangezette seksuele revolutie werd gecreëerd, hadden van meet af aan dikkere vraagtekens geplaatst moeten worden. Er werd niet alleen lustig op los geëxperimenteerd, er werd ook serieus gediscussieerd over de vraag of het taboe op pedoseksuele relaties opgeheven moest worden bijvoorbeeld. Het is achteraf merkwaardig dat vanuit pedagogische hoek daarop niet een veel krachtiger tegengeluid te horen is geweest. Inmiddels is het helder: Nooit seks met kinderen natuurlijk!

De bedorven blik

In januari 2011 organiseerden we in het kader van het afscheid van Anton van den Heuvel aan de Fontys Hogeschool Pedagogiek in Tilburg een symposium naar aanleiding van ‘De Amsterdamse zedenzaak’, het schokkende verhaal over internationale kinderpornonetwerken en kindermisbruik op kinderdagverblijven. In de voorbereiding bracht een van ons ter sprake dat dat ze haar familiefotoalbums uit de jaren zeventig niet meer kon laten zien, omdat ze daarop met bevriende gezinnen naakt zichtbaar was met de kinderen bloot op schoot. De bezoekers van naturistencampings maakten in de jaren zeventig niet de meerderheid van de Nederlandse kampeerders uit, maar dat blote spelende kinderen geen bijgedachten van welke soort dan ook opriepen, was in de jaren zeventig de heersende realiteit. Sinds halverwege de jaren negentig onze zuiderburen werden geconfronteerd met de zaak-Dutroux (Marc Dutroux werd uiteindelijk tot levenslang veroordeeld voor ontvoering, gijzeling, verkrachting, moord en illegale handel) zijn wij ook in onze streken onze onschuld volkomen kwijtgeraakt. Dat Tjarda de Groot in haar ingezonden brief haar verbazing uitsprak over het feit dat ze aangesproken werd met het verzoek of ze haar tweejarig dochter even wat wilde aantrekken omdat mensen ideeën zouden kunnen krijgen is begrijpelijk, maar ze zal het er mee moeten doen. Sinds de zaak-Dutroux zijn we collectief behept met een bedorven blik. Als we zelf de schoonheid van de onschuld denken te zien, realiseren we ons tegelijkertijd onontkoombaar, dat er ook andere manieren van kijken bestaan.

Het is inderdaad niet gemakkelijk om aan te geven wanneer het blote kind aan zee of in het zwembad taboe geworden is. Elke nieuwe publieke discussie over het onderwerp lijkt een extra stap in een proces van taboeïsering te markeren. In april 2011 werd ik uitgenodigd voor een discussie onder de titel ‘Het einde van het onschuldige kind’ in het Kunstencentrum in Diepenheim. De aanleiding van de publiekelijk toegankelijke bijeenkomst werd gevormd door de bezwaren van bezoekers van een tentoonstelling waaronder zich afbeeldingen van schilderijen met blote kinderen bevonden. Onder leiding van filosoof en journalist Hans Kennepohl mochten Mauritshuis-conservator Lea van der Vinde en ik op zoek naar het hoe en het waarom. Zeven jaar later nam ik contact met hen op om hen te wijzen op de ontzetting van thrillerschrijfster Saskia Noort die in het televisieprogramma ‘Pauw’ had uitgesproken over de commotie die was ontstaan naar aanleiding van de strandfoto die zij op Instagram had geplaatst. Haar vader, fotograaf, was de maker van de foto van de groep blote kleine meisjes. Saskia was één van hen. Haar vader gaf in de uitzending de context aan en legde uit waarom de foto zo mooi was. Dezer dagen vertelde een goede vriendin dat haar onlangs het zelfde overkwam met de cover van het tijdschrift Ouders van Nu uit 1972 waar zij bij toeval op was gestuit. Ze werd door Instagram gesommeerd om het beeld te verwijderen op straffen van intrekking van haar account. De cover brengt ons terug in bij de onschuld van de jaren zeventig en daarmee is de cirkel rond.

Hoe erg? Heel erg!

Hoe erg het is nu dat Nederland is verpreutst is en dat het blote kind aan zee of in het zwembad taboe geworden is? Dat is heel erg! Ik vind dat Mirjam Schöttelndreier er zich te gemakkelijk vanaf maakt met de aanbeveling aan ouders om de ogen te sluiten voor andermans mobiele terreur en duistere seksuele fantasieën. Wat dat betreft zijn helaas nu juist ernstige waarschuwingen op zijn plaats. Daar komt nog bij dat een kind van twee niet kan meebeslissen over de vraag of die leuke foto al dan niet op Facebook moet worden gezet. Dat het blote kind in de publieke sfeer taboe geworden is erg genoeg. Het is van groot belang dat pedagogen weten te bewerkstelligen dat ouders in de privésfeer over bloot niet onnodig krampachtig gaan doen. Alleen dan is niet alle winst van de jaren zestig en zeventig verloren gegaan.

Literatuur

Godot, E.A. (2006) ‘Onkuisheid’ In Zonde van de tijd. Zeven opstellen over opvoeding. Amsterdam: SWP,  135-156.

Levering, B. (2011). ‘Hofnarretje en Knuffelparadijs zullen nooit meer zo onschuldig klinken als ze bedoeld waren.’ Redactioneel.  Pedagogiek in Praktijk, 17, nr.59, 3.

Vinde, L. van der (2007). Kinderen in het Mauritshuis. Waanders: Zwolle.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *