‘Stikstof klinkt altijd een beetje saai, maar het heeft supergrote gevolgen’ 

Anderhalf jaar geleden vroeg ik me in een blog af waar het jongerenprotest bleef. In ‘Hoe revolutionair zijn de millennials?’  liet ik zien dat de omstandigheden de generatie van tussen 1980 en 2000 geborenen volop aanleiding gaven tot serieus geklaag, maar ook dat de millennials maar heel weinig van zich liet horen. Het blijkbaar schuldbewuste kabinet Rutte III, daartoe opgeroepen door een motie van de tweede Kamerleden Gijs van Dijk (PvdA) en Steven Weyenberg (D66), verzocht het SER-Jongerenplatform om vanuit een sociaal-economische invalshoek een verkenning te doen naar de ontplooiingskansen van jongeren. Als aanleiding voor de verkenningsaanvraag werd genoemd ‘het beeld dat onder (een deel van de) jongeren was ontstaan dat het in de (participatie-)samenleving voor de huidige generatie jongeren lastiger is geworden om zich te ontplooien en hun leven op de rails te krijgen’. De Tweede Kamer wilde blijkbaar weten of dat beeld juist was.

In een bepaald opzicht is het gênant te noemen dat de regering niet zelf het initiatief voor de verkenningsaanvraag bij de Sociaal Economische Raad heeft genomen. Het is namelijk voor een belangrijk deel het regeringsbeleid zelf geweest dat de ongunstige sociaal-economische omstandigheden voor de millennials heeft doen ontstaan. In de bestrijding van de gevolgen van de economische crisis van 2008 heeft het kabinet Rutte II op velerlei terreinen rigoureus bezuinigd. Voor de desastreuze effecten van die bezuinigingen, bijvoorbeeld van die in de Jeugdzorg, werd door veel deskundigen nadrukkelijk gewaarschuwd. Wat de jongeren betreft noemden we in ons eerdere blog de invoering van het zogeheten sociale leenstelsel. Gecombineerd met de strengere eisen die de regering banken bij de verstrekking van hypotheken oplegde, leidde dat tot het verlies van enig uitzicht op een eigen woning op redelijke termijn. De bouw van sociale huurwoningen liep in die crisisjaren ook sterk terug. Daar kwam nog eens bij dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt een toenemend aantal jongeren het uitzicht op een vaste baan ontnam.

In een ander opzicht heeft het feit dat de SER de belangen van één generatie als uitgangspunt voor een Verkenning neemt iets bijzonder ongemakkelijks. De SER fungeert als het centrum van het Nederlandse polderoverleg. Het gaat er altijd om een afweging van belangen. In de raad zijn naast op grond van deskundigheid door de kroon benoemde leden, vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties lid. Een vraag die zich opdringt is of als de ouderen geen vertegenwoordiging in het parlement zouden hebben gekend, er binnen de SER ook een ouderenplatform geformeerd zou zijn. Om het inrichten van een jongerenplatform binnen de SER hangt dezelfde betuttelende sfeer als rond de door prinses Laurentien binnen bedrijven bepleite kinderraden. Omdat de jongeren zelf zo weinig van zich laten horen wordt hun stem nu met druk van bovenaf hoorbaar gemaakt. Er is niets op tegen om oog te hebben voor en rekening te houden met de belangen van jongeren, maar dat zal nooit kunnen voorkomen dat elke generatie het zal het moeten doen met de situatie waarin zij geworpen wordt.

‘Het is de wens van het SER-Jongerenplatform dat alle jongeren het maximale uit zichzelf kunnen halen’ zo lezen we op p. 105 van de verkenning Hoge verwachtingen. Kansen en belemmeringen van jongeren in 2019. Daarmee is de oorsprong van de merkwaardige spanning die het stuk tekent bloot gelegd. Als we de tien aanbevelingen van het rapport doornemen zal duidelijk worden dat het wegen van kansen en belemmeringen, waar de jongeren wellicht niet zelf verantwoordelijk voor zijn, niet los staat van verwachtingen, waar de jongeren wellicht wel zelf verantwoordelijk voor zijn. Is ‘de wens het maximale uit jezelf te kunnen halen’ wellicht te hoog gegrepen?

De eerste aanbeveling betreft de invoering van een generatietoets door middel waarvan regering en parlement vooraf dienen na te gaan hoe een samenstel van voorgenomen wettelijke maatregelen voor de jongeren zal uitpakken. Aan de ene kant is een dergelijke toets voor alle generaties van belang, aan de andere kant dient zo’n toets in het geval van jongeren inderdaad een bijzonder belang. Het gaat on de generatie die in de naaste toekomst de belangrijkste verantwoordelijkheden zal dragen. Duidelijk zal zijn dat zo’n generatietoets geen toekomstige economische crisis kan voorkomen en dat jongeren dus ook in de toekomst getroffen kunnen worden door dan noodzakelijk geachte bezuinigingen.

De tweede aanbeveling betreft een onderzoek naar de gevolgen van de invoering van het sociaal leenstelsel. Voor deze aanbeveling is inmiddels alweer een parlementaire meerderheid te vinden nu ook de PvdA, eerstverantwoordelijke voor de invoering van het sociaal leenstelsel onder Rutte II, zegt terug te willen naar een vorm van basisbeurs. Dat zal een enorme financiële investering vragen. Naast de naar schatting 700 miljoen euro, moet ook het niet doorgaan van de renteverhoging waartoe al eerder besloten was worden afgeboekt en gaan er stemmen op om de nu door studenten onder het leenstelsel gemaakte schulden kwijt te schelden.

In de derde aanbeveling wordt om aandacht gevraagd voor het feit dat veel jongeren last hebben van prestatiedruk en psychische klachten. Dit vraagt om een diepgaande analyse van de ontwikkelingen van de verhoudingen op de werkvloer en in het huidige onderwijs. De uit het Amerikaanse bedrijfsleven overgenomen aanpak om voor elk nieuw jaar zonder nadere analyse beduidend hogere individuele targets te stellen, de nadruk op concurrentie ook in de tertiaire en quartaire sector, de bindende studieadviezen en de tempo-eisen in het onderwijs, het zijn maatregelen die pas sinds de jaren tachtig mogelijk werden door de privatisering en de brede invoering van marktwerking. De vraag in hoeverre het om gerechtvaardigde prestatie-eisen gaat is van groot belang. Er zijn jonge Nederlandse professionals wier deskundigheid en vakmatigheid groot respect afdwingt en waar de hoge kwaliteit van het Nederlandse onderwijs direct aan af te lezen is. Aan de andere kant dalen de prestaties van Nederlandse jongeren op een aantal internationale vergelijkingslijsten gestaag, wat juist weer vragen naar de kwaliteit van dat onderwijs oproept. Het gesprek dat Lucella Carasso op donderdag 29 augustus in het radioprogramma Met het oog op morgen met twee leden van het SER-Jongerenplatform over de Verkenning Hoge verwachtingen. Kansen en belemmeringen van jongeren in 2019 had, is ronduit schokkend. Uit de mond van VNO-vertegenwoordigster Marijke Roseboom valt werkelijk geen enkele betekenisvolle samenhangende zin op te tekenen.  De kwestie of het bij de klachten over de toegenomen prestatiedruk om reële problemen gaat of om zieligdoenerij is zo complex omdat jongzijn in vele opzichten om proeftuinen vraagt. Toch struikel ik persoonlijk over het beschamende gebrek aan deskundigheid dat bijvoorbeeld te beluisteren valt in het Radio1-programma ´Dit is de zaterdag`. Het is volgens de website ‘hét ochtendprogramma waarin je door jonge opiniemakers wordt bijgepraat over het meest belangrijke weekendnieuws. De meest spraakmakende stukken uit de weekendkranten komen langs en de social media worden afgespeurd – op zoek naar het nieuws dat je niet mag missen. Zo kan jij goed geïnformeerd het weekend in!’ Luister bijvoorbeeld naar de discussie in de uitzending van 22 juni 2019 tussen Iftin Abokor, politiek analist, Sander Heijnen onderzoeksjournalist en Cathrien Maas, redacteur van de tv-programma’s Pauw en Jinek onder leiding van Lynda Hessel. Het lukt me nog wel om door de al te populaire introductiezinnen van de presentatrice (‘Stikstof klinkt altijd een beetje saai, maar het heeft supergrote gevolgen’) heen te luisteren, maar niet om de met de meel in de mond uitgesproken imitatiecommentaarzinnen zonder één enkele originele gedachte zonder afgrijzen aan te horen. Als luisteraar Frank van de Horst ‘Wat een stelletje bejaarde presentatoren zeg!’ chat,  klinkt als reactie: ‘Dat hebben we nog nooit gehoord.’

De vierde aanbeveling betreft aandacht voor de effecten van flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Flexibiliteit biedt volgens het SER-Jongerenplatform kansen het werk naar eigen wens in te richten, maar zorgt ook voor minder werkzekerheid, minder baanzekerheid en minder inkomenszekerheid. Het platform lijkt onvoldoende in te zien dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt door de regering juist is ingezet om de gevolgen van de laatste economische crisis de baas te worden. Daarnaast mis ik elke fundamentele analyse van de ontwikkeling van het moderne kapitalisme waarvan we allang wisten dat het als zodanig sterk tot flexibilisering neigt. Zo’n analyse is bijvoorbeeld te vinden in het boek De flexibele mens. Psychogram van de moderne samenleving (2000) van de Amerikaanse socioloog Richard Sennett. Het is de Nederlandse vertaling van zijn een jaar daarvoor uitgekomen The Corrosion of Character. Personal Consequences of Work in the New Capitalism. Sennett laat haarscherp zien hoe het moderne kapitalisme met zijn versluierende begrippen vrijheid suggereert, waar het dwang dicteert. Sennett is zo’n goede gids voor ons omdat hij al veel eerder zag gebeuren wat zich hier pas veel later, nadrukkelijk door amerikanisering van de economie, zou voltrekken.

De aanbevelingen vijf tot en met zeven hebben betrekking op zaken die al langer spelen. Er wordt aandacht gevraagd voor discriminatie op de arbeidsmarkt vooral van jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Ook het kansenverschil van kinderen van hoogopgeleiden en laagopgeleiden neemt toe. Het heeft vooral van doen met het verschil in sociale netwerken. Het verzoek naar ondernemerschap in het onderwijs waar het SER-Jongerenplatform om vraagt betreft ook de ontwikkeling van ondernemersvaardigheden. En wij maar denken dat in ons onderwijs tegenwoordig iedereen goed voorbereid tot ondernemen wordt aangezet. Aan de verbetering van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt waarom ook hier weer wordt gevraagd wordt zitten juist in verband met de razendsnel veranderende arbeidsmarkt allerlei haken en ogen.

De aanbevelingen acht en negen kunnen zich al in algemene aandacht verheugen. De vraag om een betere woningmarktpositie is zeer terecht, maar extra nijpend in een woningmarkt die al weer heel lang muurvast zit. Het kabinet schijnt in de volgende begroting veel geld te willen vrijmaken om de beweging erin te krijgen. Als het om de roep om betere kinderopvang gaat kan inderdaad naar twee recente SER-adviezen verwezen worden. De financiering van goede kinderopvang is in de afgelopen decennia object van onverantwoord zwalkend overheidsbeleid geweest. In aanbeveling tien, de wens om de financiële positie van jongeren inzichtelijk te maken, ligt volgens mij al in eerdere aanbevelingen besloten.

Mijn eerdere oordeel over de millennials is ongewijzigd. Ze hebben volop redenen voor protest, maar hun protest dringt nauwelijks door. Het door minister Bussemaker toegezegde, uit de opbrengst van de invoering van het leenstelsel bekostigde, herstel van medezeggenschap van studenten heeft niets opgeleverd. Het aantal ingezonden brieven dat de jongeren wegzet als verwende slappe hap is niet te tellen. Aan de vooravond van Prinsjesdag verstomt de stem van de jongere die zijn gerechtvaardigde belangen opeist ook nog eens in de kakofonie van het geraas dat andere belangengroepen voortbrengen. De leraren blijven duidelijk maken dat ze nu eindelijk weleens recht hebben op een echt salaris; de dienders eisen in een onnavolgbaar geregisseerd mediaoffensief hun stroomstootwapen op; de zorgverleners die nu eindelijk weleens af willen van dat vruchteloze geregistreer van elke zorghandeling presenteren zich in een paginagrote advertentie. De alternatieve opening van het academisch jaar 2019-2020, door protesterende wetenschappers in Leiden, kwam jaren te laat. Men heeft de overheid jarenlang de vrije hand gegeven om met bezuinigingen de kwaliteit van het hoger onderwijs aan te tasten. De kans is groot dat men het voorkomen van de voorgenomen overheveling van onderzoeksgelden van de gammawetenschappen naar de bètawetenshappen al als overwinning zal zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *