Kabinet blijft ongevoelig voor noden jeugdzorg 

Het is wrang: terwijl het Rijk voor het derde jaar op rij royaal geld over houdt, zijn bij de gemeenten steeds grotere tekorten ontstaan. Wethouder Marinka Mulder uit Renkum twitterde daarover ‘Nederland is nog nooit zo rijk geweest. En de gemeenten worden gedwongen om te bezuinigen alsof we in een diepe economische crisis zitten.’ Wethouder Rachid Guernaoui (Groep de Mos/ Hart voor Den Haag) gaat uit van een structureel jaarlijks tekort van 70 miljoen voor Den Haag.  Paul Depla, burgemeester van Breda en voorzitter van de G40 zei: ‘Het cynische is dat je aan de ene kant een jubelende overheid hebt in Den Haag en aan de andere kant lokale gemeenten die moeten korten op voorzieningen.’ VNG-voorzitter Jan van Zanen, oud voorzitter van de VVD, voegt daaraan toe: ‘Ik snap dat de uitgaven van het kabinet op gang moeten komen, maar dit duurt wel erg lang. Onderbesteding kan een keer een jaar gebeuren, maar dit is nu het derde jaar op rij, kom op zeg.’

Van links tot rechts wordt inmiddels erkend dat de financiële problemen van de gemeenten niet te wijten zijn aan enkele lokale bestuurders die de afgelopen jaren onverantwoorde uitgaven zouden hebben gedaan. Deze problemen spelen overal en ze hebben een aantal duidelijk aanwijsbare oorzaken. Steeds pijnlijker wordt duidelijk dat de gemeenten in de voorbereiding van de transitie van omvangrijke nieuwe taken zoals jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning te enthousiast zijn geweest en een veel te grote broek hebben aangetrokken, aangezien de voorwaarden om die taken werkelijk goed te kunnen uitvoeren onvoldoende waren gegarandeerd.

Ten eerste zijn de condities rond de gemeentelijke financiën niet aangepast aan de aanzienlijke taakverzwaring bij de gemeenten. Dat betekent nu dat de gemeenten minder geld uit het gemeentefonds krijgen dan verwacht, doordat het Rijk minder geld aan de gemeenten geeft dan gepland. In feite staan de gemeenten, zonder parlementaire steun, machteloos. Ze  kunnen eigenlijk alleen maar de knip op de beurs houden, eindeloos onderhandelen met zorgaanbieders, lokale belastingen verhogen en tekorten aanvaarden.

Een tweede oorzaak is dat vanaf 2015 (niet onverwacht) juist bij jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning grote tekorten zijn ontstaan, allereerst doordat die overheveling gepaard ging met onverantwoord drastische bezuinigingen van 450 miljoen euro per jaar op het zorgbudget van gemeenten. Het kabinet wijst op het tijdelijk extra geld voor gemeenten, maar die bedragen (300 miljoen euro in 2020 en 2021) waren al bekend bij de Voorjaarsnota. Bovendien is er vanuit gemeenten en jeugdzorg allang op gewezen dat die bedragen ernstig te kort schieten, mede tegen de achtergrond van het feit dat er de afgelopen jaren in plaats van een ingecalculeerde afname juist een flinke toename heeft plaatsgevonden van het aantal jongeren dat een beroep doet op jeugdzorg, vaak in verband met ernstiger problemen. Die laatste ontwikkeling vormt een derde oorzaak van de financiële problemen van de gemeenten.

Stakende jeugdzorgwerkers, jeugdzorgorganisaties die dreigen om te vallen, de G40 en de VNG die de noodklok luiden, onderzoek dat laat zien dat driekwart van de gemeenten zich gedwongen ziet volgend jaar te gaan bezuinigen op het sociaal domein  – tot dusverre heeft het allemaal nog niet tot bijstelling van het beleid geleid. Terecht wijst Hans Spigt, voorzitter van Jeugdzorg Nederland, erop dat het kabinet een structurele oplossing voor de nijpende tekorten in de jeugdzorg doorschuift naar de volgende kabinetsformatie. In dit licht vormt de 26 miljoen euro die premier Mark Rutte op verzoek van GroenLinks heeft toegezegd voor de grootste probleemgevallen in de jeugdzorg – door Jesse Klaver gevierd als een ‘prachtige uitkomst’ van het Kamerdebat – een wel heel klein druppeltje op een nu al jaren gloeiende plaat.

Ter afsluiting van dit commentaar op de Miljoenennota een oproep van een andere wethouder, Maarten Offinga van Súdwest-Fryslân (CDA), die zich ondanks dat er volgens de Miljoenennota geld genoeg is, genoodzaakt ziet om dit jaar 10 miljoen te bezuinigen: ‘Ik doe een dringend appel op het kabinet: in een beschaafde staat gaat een beschaafde regering beschaafd reageren op zo’n probleem.’

 

 

Een gedachte over “Kabinet blijft ongevoelig voor noden jeugdzorg 

  1. De analyse in het blog is deugdelijk maar niet compleet. Structureel wordt weggekeken van de onbekwaamheid in de jeugdzorgketen: primair door het veld zelf, maar ook door gemeenten en de politiek. Effectief onderzoek naar de leef- en opvoedingssituaties van minderjarigen leer je op de universiteit. Niet op het hbo. Bijna alle zogenoemde ‘onderzoekers’ van het AMHK en de Raad voor de Kinderbescherming beschikken niet over de noodzakelijke onderzoeksvaardigheden en methodologische kennis. Hun hoofdactiviteit beperkt zich tot het verzamelen van subjectieve percepties. In de rapportages wordt vervolgens dikwijls de hand gelicht met de eigen voorschriften zoals het scheiden van meningen, interpretaties en feiten en het compleet en naar waarheid aanvoeren van de feiten.
    De kinderrechter die niet beschikt over voldoende bekwaamheid op het gebied van de pedagogische wetenschappen en onderzoeksmethodologie moet vervolgens beslissen op basis van het drijfzand van de subjectief verzamelde meningen.
    Bestudering van ruim 300 dossiers uit de jeugdzorgketen brengt mij tot de conclusie dat gelet op de tekortkomingen in het proces van tot stand komen van beslissingen inzake ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zo’n 60% onnodig blijkt. Dat impliceert een enorme en onnodige kostenpost.Het gaat dus niet om alleen geld erbij. Het gaat vooral ook om kostenbesparing door kwaliteitsverbetering. Laat het onderzoek en de verzoeken aan de kinderrechter om een kinderbeschermingsmaatregel over aan de deskundigen: academisch gevormde gedragswetenschappers.

    Harry Berndsen,
    Gedragswetenschappelijk adviseur
    Stichting Onafhankelijk Dossieronderzoek Jeugdzorgketen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *