Volkskrant flirt met erfelijkheid volksaard

Het staat er natuurlijk niet voor niets tussen aanhalingstekens in die kop van het artikeltje van Cor Speksnijder. Maar waarom zou je voor de kop ‘“Volksaard” bepaalt agressie van de honingbij’  kiezen, als je niet zou willen suggereren dat er zoiets als volksaard bestaat en dat – want daar gaat het in de PNAS-studie waarnaar verwezen wordt om – die volksaard nog erfelijk is ook?

Het zal duidelijk zijn wat het gevaar van zo’n flirt is. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de termen ‘volk’ en ‘volksaard’ danig in diskrediet geraakt. Voordat die grote ramp zich voltrok – we vieren dit hele jaar de 75-jaar vrijheid -, waren volk en volksaard heel gewone woorden. De historicus Johan Huizinga (1872-1945) deed er uitgebreid onderzoek naar en in de pedagogiek van Philip Kohnstamm (1875-1951) heette, wat we vandaag de dag burgerschapsvorming noemen – en waar nog altijd zo bitter weinig van terecht komt -, nog gewoon volksopvoeding. Vanaf 1915 had Kohnstamm een belangrijke rol gespeeld in het hoofdbestuur van de ‘Maatschappij tot het nut van het algemeen.’ Begin jaren tachtig was er in de Nederlandse historische pedagogiek nog serieuze verwarring over Kohnstamms gebruik van het begrip ‘volk’. Maar het valt toch echt te hopen dat de huidige Nederlandse scholier, via een van de vele vensters van de oude of nieuwe Canon die ervoor in aanmerking komen, door zijn of haar leraren beter in het probleem wordt ingeleid dan Cor Speksnijder of zijn sensatiebeluste koppenmaker is overkomen.

Tien wetenschappers van twee Amerikaanse, twee Chinese en één Puerto Ricaanse universiteit tekenen voor het PNAS-artikel ‘Genomic regions influencing aggressive behavior in honey bees are defined by colony allele frequencies’. De manier waarop men het onderzoek heeft ingericht is interessant. Het verklaart ook voor een deel de samenstelling van de onderzoeksgroep. Op Puerto Rico leven geafrikaniseerde honingbijen die die zich aanmerkelijk minder agressief gedragen dan hun soortgenoten. Het Europese deel van het genoom van de geafrikaniseerde honingbij blijkt voor een belangrijk deel het gebrek aan agressiviteit te bepalen. Als het om de agressieve eigenschappen van honingbij gaat komen de individuele genetische eigenschappen nauwelijks in het gedrag tot uiting. Het agressieve gedrag is vooral gerelateerd aan de genetische kenmerken van de bijenkolonie waar de bij toe behoort. Daarbij moet men natuurlijk nog wel het onderscheid in rollen die door de bijen in de kolonie worden vervuld in aanmerking nemen. De bijen die op wacht staan geven de vechtbijen berichten door en die moeten vervolgens hun agressieve steekgedrag met de dood bekopen. De bijen die uitvliegen om de nectar te verzamelen doen domweg aan de verdediging van de kolonie niet mee.

Sociologen en cultureel antropologen hebben genoegzaam aangetoond dat het gebruik van categorieën als ‘volk’ en ‘ras’ in het geval van mensen geen staat kan maken op heldere definities en dat het ook al weinig zin heeft om ze te gebruiken omdat individuele verschillen binnen de groepen groter zijn dan verschillen tussen de groepen. Het belang van culturele verschillen mag niet worden onderschat, maar culturele verschillen mogen zeker niet verbonden moeten worden met categorieën als ‘ras’ en ‘volk’.  Spreken over een volk in het geval van bijen is vanzelfsprekend een metafoor waar een mensenvolk model voor staat, ook al zijn er nog maar weinig mensenvolkeren ter wereld die zo slaafs achter hun koningin aan vliegen als bijenvolken. En als dat al eens ergens het geval mocht zijn, moeten we het vanzelfsprekend juist in negatieve zin ten voorbeeld stellen. In het Engels wordt gesproken over bee colony. Als men het over bee people heeft doelt men op mensen die (van) bijen houden.  Gaat het te ver om in het geval van het Volkskrant artikeltje van kwade trouw te spreken?

Het is de conclusie van de onderzoekers dat in het geval van hun onderzoek groepsgenetica belangrijker is dan individuele genetica. Ze zeggen te geloven dat dit in de toekomst meer inzicht zal geven in de relatie tussen ‘nature’, ‘nurture’ en ‘de evolutie van het gedrag’. Voordat Cor Speksnijders en zijn lezers die conclusie naar menselijk gedrag willen vertalen lijkt het goed om nog eens te onderstrepen dat het bij de nature-nurture controverse om een vraagstuk gaat dat voor de pedagogiek een zeer beperkte praktische betekenis heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *